Insolventierecht

Toewijzing verzoek dwangakkoord. Maximaal haalbaar aanbod. Volledige arbeidsongeschiktheid. Meerderheid van…

Rechtbank Den Haag, 17 juli 2026

Zaakgegevens

Op 17 juli 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
17 juli 2026
Datum publicatie
21 juli 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2615302:R-RK
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:20251
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Toewijzing verzoek dwangakkoord. Maximaal haalbaar aanbod. Volledige arbeidsongeschiktheid. Meerderheid van de schuldeisers is akkoord met het aanbod. Geen verweer door de weigerende schuldeisers.

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team Toezicht

rekestnummers: NL:TZ:2615302:R-RK en NL:TZ:2615302:R-RK

vonnis van 17 juli 2026 (bij vervroeging)


in de zaak van

[verzoeker] ,

geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats] ( [land] ),

wonende te [woonplaats] ,

voorheen handelend onder de naam [handelsnaam] ,

ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer [KvK-nummer] ,

hierna: [verzoeker] ,

tegen

IB Krediet, vertegenwoordigd door Vesting Finance B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

hierna: IB Krediet,

Elbuco B.V. (Skala Home Electronics), vertegenwoordigd door Deqt B.V.,

gevestigd te Zaltbommel,

hierna: Elbuco,

Radius Business Solutions B.V., vertegenwoordigd door Trust Krediet Beheer B.V. (TKB),

gevestigd te Breda,

hierna: Radius,

hierna tezamen: verweersters.

Waar deze zaak over gaat

[verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Hij heeft een voorstel gedaan aan zijn schuldeisers, waarbij een deel van de vordering wordt voldaan en het resterende deel door de schuldeiser wordt kwijtgescholden. Omdat niet alle schuldeisers met dit voorstel hebben ingestemd, heeft [verzoeker] de rechtbank verzocht het aangeboden akkoord dwingend op te leggen. Dit verzoek wordt door de rechtbank toegewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1 De feiten waar de rechtbank van uit gaat

1.1.

[verzoeker] heeft de afgelopen jaren een schuldenlast opgebouwd van € 58.914,30 aan 16 schuldeisers. Het is [verzoeker] niet gelukt om zelf een oplossing te vinden voor deze schulden. Met behulp van de gemeente Den Haag heeft hij voor het laatst op 9 maart 2026 een schuldregeling aangeboden (saneringsakkoord). Dit voorstel houdt in dat aan de schuldeisers met een recht van voorrang een uitkering ineens wordt aangeboden van 2,04% en aan de gewone schuldeisers een uitkering ineens van 1,02%, tegen kwijtschelding van het restant van hun vorderingen.

1.2.

IB Krediet is niet akkoord gegaan met dit voorstel. [verzoeker] heeft een schuld aan IB Krediet van € 10.892,70. Dat is 18,49% van de totale schuldenlast.

1.3.

Elbuco is ook niet akkoord gegaan met dit voorstel. [verzoeker] heeft een schuld aan Elbuco van € 7.829,41. Dat is 13,29% van de totale schuldenlast.

1.4.

Radius is evenmin akkoord gegaan met dit voorstel. [verzoeker] heeft een schuld aan Radius van € 1.102,57. Dat is 1,87% van de totale schuldenlast.

1.5.

De overige 13 schuldeisers hebben het aanbod aanvaard.

1.6.

Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft [verzoeker] bij de rechtbank twee verzoeken ingediend. In de eerste plaats wil hij dat de rechtbank verweersters dwingt mee te werken aan de schuldregeling (een dwangakkoord oplegt). Wanneer de rechtbank dit verzoek afwijst, wil hij worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP).

1.7.

De rechtbank heeft bepaald op 20 juli 2026 uitspraak te doen met mededeling dat zo mogelijk bij vervroeging uitspraak zal worden gedaan.

2 De procedure

2.1.

De verzoeken van [verzoeker] zijn behandeld op de zitting van 13 juli 2026. Op deze zitting verschenen:

- [verzoeker] ,

- [naam 1] en [naam 2] , schuldhulpverleners van de gemeente [plaats] .

2.2.

Verweersters zijn opgeroepen, maar niet op de zitting verschenen.

3 Standpunten van partijen

3.1.

[verzoeker] stelt dat het onredelijk is dat verweersters het aanbod niet aanvaarden. Volgens hem heeft hij al het mogelijke gedaan om het aangeboden percentage aan zijn schuldeisers aan te bieden en kan hij niet meer aanbieden dan hij heeft gedaan. Volledige betaling is niet haalbaar. De schuldeisers die weigeren akkoord te gaan benadelen de schuldeisers die wel hebben ingestemd. De schuldeisers zijn in financieel opzicht beter af in het minnelijk traject dan in het wettelijk traject.

3.2.

Verweersters hebben hun standpunt niet kenbaar gemaakt aan de rechtbank.

4 De beoordeling van de verzoeken

4.1.

De rechtbank zal het verzoek van [verzoeker] om een dwangakkoord op te leggen toewijzen. Hieronder wordt dit oordeel toegelicht.

Het beoordelingskader van een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord

4.2.

Een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord kan worden toegewezen als aan twee voorwaarden is voldaan. Ten eerste moet de rechtbank vaststellen dat de schuldbemiddeling op de juiste wijze is uitgevoerd door een daartoe bevoegde instantie. Ten tweede moet de rechtbank aan de hand van een belangenafweging vaststellen dat het onredelijk is dat verweersters weigeren in te stemmen met de aangeboden schuldregeling.

De schuldbemiddeling moet zijn uitgevoerd door een bevoegde instantie

4.3.

De rechtbank stelt vast dat de schuldbemiddeling is uitgevoerd door de gemeente Den Haag. Dat betekent dat wordt voldaan aan de door de wet gestelde voorwaarden, namelijk dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij. Het voorstel is naar het oordeel van de rechtbank bovendien goed en controleerbaar gedocumenteerd.

De rechtbank moet een belangenafweging maken

4.4.

Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser vrijstaat om te verlangen dat zijn vordering volledig wordt betaald. Tegelijkertijd is het belangrijk dat mensen met problematische schulden zicht hebben op een schuldenvrije toekomst. De wetgever biedt daar verschillende regelingen voor, waarbij mensen met schulden zich maximaal moeten inspannen om zo veel mogelijk af te lossen en daarna schuldenvrij verder kunnen. Schuldeisers moeten dan vaak wel afstand doen (van een (groot) deel) van hun vordering. Daarom kunnen schuldeisers alleen onder bijzondere omstandigheden gedwongen worden om in te stemmen met een aangeboden schuldregeling.

4.5.

De rechtbank kan een zogenaamd ‘dwangakkoord’ opleggen wanneer de weigering van de schuldeiser in de gegeven omstandigheden onredelijk is. Om te kunnen beoordelen of dat het geval is, moet de rechtbank de belangen van alle betrokkenen afwegen: van [verzoeker] zelf, van de weigerende schuldeisers en van de schuldeisers die wél hebben ingestemd. Op basis van die belangenafweging is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat een dwangakkoord hier op zijn plaats is.

[verzoeker] heeft het maximaal haalbare voorstel gedaan

4.6.

Het voorstel dat [verzoeker] aan zijn schuldeisers heeft gedaan is het maximaal haalbare. Een beter voorstel is niet mogelijk. [verzoeker] ontvangt een PW-uitkering. Door de gemeente Den Haag is hij vrijgesteld van zijn sollicitatieplicht. Uit de overgelegde sociaal medisch adviezen van 4 september 2025 en 18 mei 2026 van Calder Werkt volgt dat sprake is psychische en lichamelijke problematiek en dat [verzoeker] volledig arbeidsongeschikt is. Herstel is niet binnen afzienbare termijn mogelijk. [verzoeker] kampt sinds 2008 met schulden. Hij heeft sinds 30 maart 2025 budgetbeheer en de (financiële) situatie is stabiel. Omdat [verzoeker] inwonend is bij familie en geen sprake is van woonlasten is, ondanks de minimale inkomsten, toch een uitkering aan de schuldeisers mogelijk.

Deze regeling is in het belang van de andere schuldeisers

4.7.

De meerderheid van de schuldeisers, die samen 66,35% van de totale schuldenlast vertegenwoordigen, heeft ingestemd met de aangeboden schuldregeling. De belangen van deze schuldeisers wegen, vanwege de gezamenlijke omvang, zwaarder dan dat van verweersters. Bovendien is er geen verweer gevoerd.

4.8.

Uit de bij het verzoekschrift gevoegde stukken blijkt dat het dwangakkoord voor alle schuldeisers tot een gunstiger resultaat leidt dan de WSNP. Toepassing van de WSNP leidt tot hoge kosten doordat de vergoeding van de bewindvoerder uit het gespaarde saldo wordt voldaan. Hierdoor blijft een lagere uitkering voor de schuldeisers over. Het aangeboden akkoord wordt op korte termijn aan de schuldeisers overgemaakt, zodat zij het dossier kunnen sluiten.

Het WSNP-verzoek is niet langer aan de orde

4.9.

Omdat het verzoek tot het opleggen van een dwangakkoord zal worden toegewezen, heeft [verzoeker] geen belang meer bij zijn verzoek om te worden toegelaten tot de WSNP. Dat verzoek zal daarom worden afgewezen.

5 De beslissing

De rechtbank:

- beveelt verweersters in te stemmen met de onder 1.1 bedoelde schuldregeling;

- wijst het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af.

Dit is een beslissing van mr. J.R. Hagendoorn, rechter, in samenwerking met F.J. Knaap LL.B., griffier. Deze beslissing is bij vervroeging uitgesproken op 17 juli 2026.

Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kan degene die in het ongelijk is gesteld gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.