Insolventierecht

Einde schuldsaneringsregeling met schone lei na inhoudelijke eindzitting. Eerdere tekortkomingen in het…

Rechtbank Den Haag, 7 juli 2026

Zaakgegevens

Op 7 juli 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
7 juli 2026
Datum publicatie
21 juli 2026
Zaaknummer
C/09/24/119 R
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:20253
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Einde schuldsaneringsregeling met schone lei na inhoudelijke eindzitting. Eerdere tekortkomingen in het nakomen van de informatieverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te laten ontstaan en de afdrachtverplichting zijn hersteld.

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar] vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team Toezicht

insolventienummer: C/09/24/119 R

vonnis van 7 juli 2026 (bij vervroeging)

in de zaak van:

[persoon] ,

geboren op [geboortedatum] 1971 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] ,

voorheen handelend onder de naam [handelsnaam] ,

ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer [KvK-nummer] .

Waar deze zaak over gaat

[persoon] zit in de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De looptijd van die regeling is voorbij. De rechtbank beoordeelt nu of [persoon] aan de verplichtingen heeft voldaan die horen bij de WSNP. Als dat zo is wordt aan [persoon] de zogenoemde “schone lei” verleend. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de WSNP werkt niet meer op [persoon] kunnen verhalen.

De rechtbank zal aan [persoon] de schone lei verlenen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1 Verloop van de procedure

1.1.

[persoon] is op 2 december 2024 toegelaten tot de WSNP. Daarbij is

mr. R. Cats tot rechter-commissaris en N. Pavljasevic te Barendrecht tot bewindvoerder benoemd.

1.2.

De looptijd is op 2 juni 2026 verstreken.

1.3.

De bewindvoerder heeft schriftelijk verslag uitgebracht over het verloop van de schuldsaneringsregeling. Uit dit verslag blijkt dat de informatieverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te laten ontstaan en de afdrachtverplichting niet volledig zijn nagekomen. Om deze reden adviseert de bewindvoerder [persoon] (nog) geen schone lei te verlenen.

1.4.

De bewindvoerder heeft de rechtbank bij brief van 23 juni 2026 geïnformeerd over de laatste stand van zaken. Hieruit blijkt dat de informatieverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te laten ontstaan en de afdrachtverplichting nog steeds niet (voldoende) zijn nagekomen.

1.5.

De eindzitting heeft op 1 juli 2026 plaatsgevonden. Op deze zitting verschenen:

- [persoon] ,

- de bewindvoerder.

1.6.

De uitspraak is bepaald op 9 juli 2026 met mededeling dat zo mogelijk bij vervroeging

uitspraak zal worden gedaan.

2 De beoordeling

2.1.

Met het verstrijken van de looptijd eindigen voor [persoon] de verplichtingen die de WSNP met zich brengt en moet worden beoordeeld of aan hem de schone lei kan worden verleend. Daarvoor is nodig dat de verplichtingen uit de WSNP tijdens de looptijd voldoende zijn nagekomen, ofwel dat [persoon] daarin niet toerekenbaar is tekort geschoten.

2.2.

De rechtbank stelt vast dat [persoon] niet langer (toerekenbaar) tekort is geschoten in de nakoming van de verplichtingen. De tekortkomingen die door de bewindvoerder in het eindverslag en de laatste stand van zaken zijn genoemd, zijn inmiddels hersteld. Dat betekent dat de schuldsaneringsregeling wordt beëindigd met de schone lei. Er zijn geen redenen gebleken om tot een ander oordeel te komen.

2.3.

De rechtbank zal de vergoeding van de bewindvoerder vaststellen.

3 De beslissing

De rechtbank:

- stelt vast dat [persoon] (uiteindelijk) niet in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten;

- geeft te kennen dat de verplichtingen van [persoon] zijn geëindigd op 2 juni 2026, maar dat de schuldsaneringsregeling eindigt op het moment dat de slotuitdelingslijst verbindend is geworden;

- stelt de vergoeding van de bewindvoerder vast op € 5.539,39 (inclusief de verschuldigde omzetbelasting), voor zover de boedel toereikend is;

- stelt het vastrecht vast op € 820,-, voor zover de boedel toereikend is.

Dit is de beslissing van mr. M. van Nooijen, rechter, in samenwerking met F.J. Knaap LL.B., griffier. Deze beslissing is bij vervroeging uitgesproken op 7 juli 2026.

Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kan degene die dat volgens de Faillissementswet mag gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.