Insolventierecht
Toewijzing dwangakkoord. Verzoeker ontvangt een Participatiewet-uitkering. Hij is tijdelijk volledig…
Rechtbank Den Haag, 8 oktober 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:30093 · Rechtbank Den Haag · 8 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/civiel-recht/insolventierecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-30093
Zaakgegevens
Op 8 oktober 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 8 oktober 2026
- Datum publicatie
- 12 oktober 2026
- Zaaknummer
- NL:TZ:2616146:R-RK en NL:TZ:2616150:R-RK
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Insolventierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:30093
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Toewijzing dwangakkoord. Verzoeker ontvangt een Participatiewet-uitkering. Hij is tijdelijk volledig arbeidsongeschikt en volledig herstel is niet mogelijk. Een herbeoordeling van zijn arbeids(on)geschiktheid vindt pas plaats na achttien maanden. Niet aannemelijk is dat gedurende de looptijd van een schuldsaneringsregeling de inkomenssituatie zal kunnen verbeteren. Daardoor is evenmin te verwachten dat de schuldeisers een hogere uitkering zullen ontvangen dan op grond van het aangeboden voorstel.
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]vonnis
RECHTBANK DEN HAAG
Team Toezicht
rekestnummers: NL:TZ:2616146:R-RK en NL:TZ:2616150:R-RK
vonnis van 8 oktober 2026 (bij vervroeging)
in de zaak van:
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna: de heer [verzoeker] ,
tegen
Stichting Staedion, vertegenwoordigd door Bazuin & Partners Gerechtsdeurwaarders,
gevestigd te Den Haag,
hierna: Staedion.
Waar deze zaak over gaat
De heer [verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Hij heeft een voorstel gedaan aan zijn schuldeisers, waarbij zij hun vordering(en) volledig kwijtschelden. Omdat niet alle schuldeisers met dit voorstel hebben ingestemd, heeft de heer [verzoeker] de rechtbank verzocht het aangeboden akkoord dwingend op te leggen. Dit verzoek wordt door de rechtbank toegewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.
1 De feiten waar de rechtbank van uit gaat
De heer [verzoeker] heeft de afgelopen jaren een schuldenlast opgebouwd van € 9.193,54 aan vijftien schuldeisers. Het is de heer [verzoeker] niet gelukt om zelf een oplossing te vinden voor deze schulden. Met behulp van de gemeente Den Haag heeft hij voor het laatst op 17 april 2026 een schuldregeling aangeboden (nulaanbod). Dit voorstel houdt in dat aan de schuldeisers 0% wordt aangeboden, tegen kwijtschelding van hun vorderingen.
Staedion is als enige schuldeiser niet akkoord gegaan met dit voorstel. De heer [verzoeker] heeft een schuld aan Staedion van € 5.690,16, dat is 61,89% van de totale schuldenlast.
De overige veertien schuldeisers hebben het aanbod aanvaard.
Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft de heer [verzoeker] bij de rechtbank twee verzoeken ingediend. In de eerste plaats wil hij dat de rechtbank Staedion dwingt mee te werken aan de schuldregeling (een dwangakkoord oplegt). Wanneer de rechtbank dit verzoek afwijst, wil hij worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP).
De rechtbank heeft bepaald (uiterlijk) 15 oktober 2026 uitspraak te doen.
2 De procedure
De verzoeken van de heer [verzoeker] zijn behandeld op de zitting van 1 oktober 2026. Op deze zitting verschenen:
- de heer [verzoeker] ,
- mevrouw [naam 1] , schuldhulpverlener van de gemeente Den Haag,
- mevrouw [naam 2] van de gemeente Den Haag,
- mevrouw [naam 3] van de gemeente Den Haag,
- mevrouw [naam 4] van KesslerPerspektief.
Staedion is opgeroepen, maar niet op de zitting verschenen.
3 Standpunten van partijen
De heer [verzoeker] stelt dat het onredelijk is dat Staedion het aanbod niet aanvaardt. Volgens hem heeft hij al het mogelijke gedaan om het aangeboden percentage aan zijn schuldeisers aan te bieden en kan hij niet meer aanbieden dan hij heeft gedaan.
Staedion heeft haar standpunt niet kenbaar gemaakt aan de rechtbank.
4 De beoordeling van de verzoeken
De rechtbank zal het verzoek van de heer [verzoeker] om een dwangakkoord op te leggen toewijzen. Hieronder wordt dit oordeel toegelicht.
Het beoordelingskader van een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord
Een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord kan worden toegewezen als aan twee voorwaarden is voldaan. Ten eerste moet de rechtbank vaststellen dat de schuldbemiddeling op de juiste wijze is uitgevoerd door een daartoe bevoegde instantie. Ten tweede moet de rechtbank aan de hand van een belangenafweging vaststellen dat het onredelijk is dat Staedion weigert in te stemmen met de aangeboden schuldregeling.
De schuldbemiddeling moet zijn uitgevoerd door een bevoegde instantie
De rechtbank stelt vast dat de schuldbemiddeling is uitgevoerd door de gemeente Den Haag. Dat betekent dat wordt voldaan aan de door de wet gestelde voorwaarden, namelijk dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij. Het voorstel is naar het oordeel van de rechtbank bovendien goed en controleerbaar gedocumenteerd.
De rechtbank moet een belangenafweging maken
Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser vrijstaat om te verlangen dat zijn vordering volledig wordt betaald. Tegelijkertijd is het belangrijk dat mensen met problematische schulden zicht hebben op een schuldenvrije toekomst. De wetgever biedt daar verschillende regelingen voor, waarbij mensen met schulden zich maximaal moeten inspannen om zo veel mogelijk af te lossen en daarna schuldenvrij verder kunnen. Schuldeisers moeten dan vaak wel afstand doen (van een (groot) deel) van hun vordering. Daarom kunnen schuldeisers alleen onder bijzondere omstandigheden gedwongen worden om in te stemmen met een aangeboden schuldregeling.
De rechtbank kan een zogenaamd ‘dwangakkoord’ opleggen wanneer de weigering van de schuldeiser in de gegeven omstandigheden onredelijk is. Om te kunnen beoordelen of dat het geval is, moet de rechtbank de belangen van alle betrokkenen afwegen: van de heer [verzoeker] zelf, van de weigerende schuldeiser(s) en van de schuldeisers die wél hebben ingestemd. Op basis van die belangenafweging is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat een dwangakkoord hier op zijn plaats is.
De heer [verzoeker] heeft het maximaal haalbare voorstel gedaan
Het voorstel dat de heer [verzoeker] aan zijn schuldeisers heeft gedaan is het maximaal haalbare. Een beter voorstel is niet mogelijk. De heer [verzoeker] ontvangt een uitkering op grond van de Participatiewet. Het aangeboden voorstel is daarop gebaseerd. Er is geen sprake van afloscapaciteit. Volgens het keuringsrapport van 19 mei 2026 van Calder Werkt is de heer [verzoeker] tijdelijk volledig arbeidsongeschikt en is volledig herstel niet mogelijk. Een herbeoordeling van zijn arbeids(on)geschiktheid vindt pas plaats na achttien maanden, dus in november 2027. Het is daarom niet aannemelijk dat de heer [verzoeker] gedurende de looptijd van een schuldsaneringsregeling zijn inkomenssituatie zal kunnen verbeteren. Daardoor is evenmin te verwachten dat de schuldeisers een hogere uitkering zullen ontvangen dan op grond van het aangeboden voorstel.
Deze regeling is in het belang van de andere schuldeisers
De vordering van Staedion bedraagt met 61,89% een aanzienlijk deel van de totale schuldenlast. Dat brengt aan de ene kant mee dat niet snel kan worden geoordeeld dat het onredelijk is dat Staedion heeft geweigerd met de schuldregeling in te stemmen. Tegelijk kent de wet niet een bijzondere positie toe aan schuldeisers die een groot deel van de schuldenlast vertegenwoordigen. De rechtbank kan dus het dwangakkoord ook toewijzen wanneer de weigerende schuldeiser het grootste deel van de schuldenlast vertegenwoordigt. In dit geval is van belang dat de meerderheid van de schuldeisers (namelijk veertien van de vijftien schuldeisers), die samen (ruim) 38% van de totale schuldenlast vertegenwoordigen, wél met de aangeboden regeling hebben ingestemd. Daar komt bij dat Staedion geen verweer heeft gevoerd.
Gelet op de duurzame arbeidsongeschiktheid van de heer [verzoeker] is ook in de WSNP geen enkele uitkering aan de schuldeisers te verwachten, terwijl toepassing van de WSNP wel tot hoge kosten zou leiden.
Uit het bovenstaande volgt dat het belang van de schuldeisers die wél met de aangeboden regeling hebben ingestemd, samen met het belang van de heer [verzoeker] , zwaarder weegt dan het belang van Staedion.
Het WSNP-verzoek is niet langer aan de orde
Omdat het verzoek tot het opleggen van een dwangakkoord zal worden toegewezen, heeft de heer [verzoeker] geen belang meer bij zijn verzoek om te worden toegelaten tot de WSNP. Dat verzoek zal daarom worden afgewezen.
5 De beslissing
De rechtbank:
- beveelt Staedion in te stemmen met de onder 1.1 bedoelde schuldregeling;
- wijst het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af.
Dit is een beslissing van mr. D. de Loor, rechter, in samenwerking met C. Groesbeek, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2026 (bij vervroeging).
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak kan degene die in het ongelijk is gesteld gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.