Insolventierecht

Toelating tot de Wsnp. Afwijzing verzoek eerdere ingangsdatum. Tijdens het minnelijk traject is niet voldaan…

Rechtbank Den Haag, 8 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 8 oktober 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
8 oktober 2026
Datum publicatie
12 oktober 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2616958:R-RK
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:30119
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Toelating tot de Wsnp. Afwijzing verzoek eerdere ingangsdatum. Tijdens het minnelijk traject is niet voldaan aan de inspanningsverplichting/sollicitatieverplichting.

Uitspraak

[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team Toezicht

insolventienummer: NL:TZ:2616958:R-RK

vonnis van 8 oktober 2026

op het verzoek van:

[verzoekster] ,

geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: [verzoekster].

Waar deze zaak over gaat

[verzoekster] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor haar schulden te komen heeft [verzoekster] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Dit verzoek wordt toegewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1 De procedure

1.1.

[verzoekster] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de WSNP.

1.2.

Het verzoek is behandeld op de zitting van 1 oktober 2026. Met de uitnodiging voor deze zitting is aan [verzoekster] een WSNP-informatieboekje meegezonden. Op de zitting verschenen:

- [verzoekster],

- mevrouw [naam 1], schuldhulpverlener van Kredietbank Nederland,

- mevrouw [naam 2], schuldhulpverlener van Kredietbank Nederland,

- mevrouw [naam 2], hulpverlener van Xenelle Welzijn en Zorg.

2 De beoordeling van het verzoek

Toelating tot de WSNP

2.1.

[verzoekster] kan alleen worden toegelaten tot de WSNP als zij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en zij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van haar schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat [verzoekster] aan de verplichtingen van de WSNP zal voldoen. Daarnaast beoordeelt de rechtbank of er aanleiding is een eerdere ingangsdatum van de WSNP te bepalen.

2.2.

[verzoekster] voldoet aan alle eisen en wordt toegelaten tot de WSNP.

2.3.

De verplichtingen waaraan [verzoekster] tijdens de WSNP moet voldoen staan in het WSNP-informatieboekje beschreven. Samengevat komt dit neer op: een informatieverplichting, een inspanningsverplichting, een verplichting geen nieuwe schulden te laten ontstaan en een afdrachtverplichting.

2.4.

De wet schrijft voor dat de eerste dertien maanden van het traject een postblokkade geldt. Gedurende deze periode zal alle post naar de bewindvoerder gaan. De bewindvoerder stuurt de post na controle weer door aan [verzoekster].

2.5.

Het WSNP-traject duurt in principe achttien maanden. Als [verzoekster] zich gedurende die periode houdt aan alle verplichtingen die de WSNP met zich brengt, eindigt het traject na verloop van die achttien maanden met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de WSNP werkt niet meer op [verzoekster] kunnen verhalen.

Ingangsdatum termijn van de WSNP

2.6.

Een termijn van een wettelijke schuldsaneringsregeling kan ook beginnen te lopen vanaf de dag waarop de eerste aflossing is gedaan in het kader van de buitengerechtelijke schuldregeling als bedoeld in artikel 285, eerste lid, onder f Fw. Het moet gaan om een eerste aflossing tijdens ‘het minnelijk traject van schuldhulpverlening’ (HR 20 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1913). Vanaf dat moment moet de schuldenaar maximaal aflossen op zijn schulden. Daarnaast moet hij zich in de verzochte periode maximaal inspannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verwerven.

2.7.

[verzoekster] verzoekt de ingangsdatum van de termijn van de WSNP te bepalen op 16 januari 2026.

2.8.

De rechtbank ziet geen aanleiding tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum. Niet is gebleken dat [verzoekster] zich in het minnelijke traject maximaal heeft ingespannen om zoveel mogelijk baten voor de schuldeisers te verkrijgen. Sinds januari 2026 ontvangt zij een uitkering op grond van de Participatiewet, maar zij heeft in die periode niet gesolliciteerd naar betaald werk. Ook heeft zij onvoldoende onderbouwd dat zij (volledig) arbeidsongeschikt is. Tijdens de zitting is gebleken dat er (nog) geen medische keuring heeft plaatsgevonden om vast te stellen in hoeverre zij kan werken. Daarom staat op dit moment niet vast dat zij zich vanaf januari 2026 maximaal heeft ingespannen, zoals bedoeld in rechtsoverweging 2.6.

2.9.

De rechtbank zal dus bepalen dat de termijn van de WSNP vanaf 8 oktober 2026 begint te lopen.

3 De beslissing

De rechtbank:

- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:

[verzoekster] ,

geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats];

- wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum af;

- stelt de termijn van deze regeling vast op achttien maanden, te rekenen vanaf 8 oktober 2026;

- stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen;

- benoemt tot rechter-commissaris mr. D. de Loor en tot bewindvoerder:

[bewindvoerder] ([advocatenkantoor]),

[adres]

;

- geeft de bewindvoerder opdracht om de komende dertien maanden de post van [verzoekster] in te zien;

- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen:

o zolang de schuldsaneringsregeling loopt en

o voor zover de boedel toereikend is.

Dit is de beslissing van mr. D. de Loor, rechter, in samenwerking met C. Groesbeek, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2026.

Wat kunt u doen als u het niet eens bent met de eerdere ingangsdatum?

Mocht uw verzoek om een eerdere ingangsdatum niet of niet volledig zijn toegewezen, dan kunt u gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.