Intellectueel-eigendomsrecht
Kort geding. Merkinbreuk sub b. Merk is niet beschrijvend voor (een kenmerk van) de diensten waarvoor het…
Rechtbank Den Haag, 19 oktober 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:30863 · Rechtbank Den Haag · 19 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/civiel-recht/intellectueel-eigendomsrecht/kort-geding/ecli-nl-rbdha-2026-30863
Zaakgegevens
Op 19 oktober 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over intellectueel-eigendomsrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 19 oktober 2026
- Datum publicatie
- 20 oktober 2026
- Zaaknummer
- 707863
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Intellectueel-eigendomsrecht
- Procedure
- Kort gedingKort gedingEen snelle procedure bij de voorzieningenrechter voor spoedeisende zaken, met een voorlopig oordeel.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:30863
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Kort geding. Merkinbreuk sub b. Merk is niet beschrijvend voor (een kenmerk van) de diensten waarvoor het merk is ingeschreven.
Uitspraak
Rechtbank den haag
Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/707863 / KG ZA 26-715
Vonnis in kort geding van 19 oktober 2026
in de zaak van
EVOLUTIQ GMBH te Keulen, Duitsland,
eiseres,
hierna te noemen: ‘Evolutiq’,
advocaat mr. M.G.W. Peijnenburg,
tegen:
EVOLUTIONRE B.V. te Rotterdam,
gedaagde,
hierna te noemen: ‘EvolutionRE’,
advocaat mr. J.M. Boelens.
1 De procedure
Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:
- de dagvaarding van 2 juli 2026;
- de op 3 juli 2026 door Evolutiq overgelegde akte overlegging producties met producties EP01 tot en met EP10;
- de op 18 september 2026 door EvolutionRE ingediende conclusie van antwoord met producties GP01 tot en met G17;
- de op 21 september 2026 door Evolutiq ingediende aanvullende producties EP11 tot en met EP13;
- de pleitnota van Evolutiq;
- de pleitnota van EvolutionRE;
- de door de griffier gemaakte zittingsaantekeningen van de op 22 september 2026 gehouden mondelinge behandeling.
Evolutiq heeft op 20 september 2026 bezwaar gemaakt tegen het als productie GP15 overgelegde deskundigenrapport en heeft de voorzieningenrechter verzocht deze buiten beschouwing te laten, omdat de late indiening daarvan haar in haar procespositie zou hebben geschaad. De voorzieningenrechter heeft in een brief van 21 september 2026 als beslissing aan partijen meegedeeld dat productie GP15 buiten beschouwing wordt gelaten wegens strijd met de goede procesorde:
Indien een partij zich wil beroepen op een marktonderzoek ligt het op de weg van die partij om dit onderzoek op een zodanig tijdstip in te dienen dat de andere partij voldoende tijd heeft om hierop adequaat te reageren. Het marktonderzoek dat als productie 15 door gedaagde anderhalve werkdag voor de zitting is ingediend, was niet eerder bekend bij eiseres. Aangezien gedaagde reeds sinds de sommatie van 16 mei 2026 (waarop haar advocaten op 20 mei 2026 hebben gereageerd) op de hoogte is van de vordering van eiseres en de kortgeding datum en dagvaarding sinds juni 2026 bekend is bij gedaagde, zal de voorzieningenrechter productie 15 wegens strijd met de goede procesorde buiten beschouwing laten.
Ter zitting is gebleken dat het voornoemde bericht partijen niet heeft bereikt. De voorzieningenrechter heeft daarop de beslissing nogmaals mondeling meegedeeld en – nadat EvolutionRE hierop nog weer heeft gereageerd (en dus ook Evolutiq) – meegedeeld dat zij bij haar beslissing blijft.
Vonnis is nader bepaald op vandaag.
2 De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
Evolutiq is opgericht in 2019 en houdt zich bezig met onafhankelijk investerings- en vermogensbeheer op het gebied van vastgoed, private equity en impactadvies. Zij heeft diverse vastgoed- en logistieke projecten ontwikkeld en begeleid in Duitsland.
Evolutiq is houdster van het op 25 januari 2020 onder nummer 018130027 ingeschreven Uniewoordmerk EVOLUTIQ – hierna: het Merk – voor diensten in onder meer klasse 36 (waaronder diensten op het gebied van onroerend goed, financiële zaken, fondsenwerving en financiële sponsoring).
EvolutionRE is opgericht in mei 2022 en houdt zich bezig met ontwikkeling, vermogensbeheer en vastgoedbeheer van logistiek vastgoed en verleent deze diensten aan investeerders. Zij is onder meer betrokken bij de ontwikkeling van diverse logistieke vastgoedprojecten in Nederland en Duitsland.
EvolutionRE gebruikt het teken ‘EvolutionRE’ (hierna: het Teken) onder meer op haar website, zoals hieronder ter illustratie is weergegeven:
[afbeelding niet beschikbaar]In brieven van 12 mei en 11 juni 2026 heeft Evolutiq EvolutionRE gesommeerd de inbreuk op het Merk te staken, waarna EvolutionRE in haar brieven van 20 mei en 18 juni 2026 de inbreuk heeft betwist.
3 Het geschil
Evolutiq vordert – zakelijk weergegeven en naar de voorzieningenrechter begrijpt – dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. EvolutionRE beveelt binnen twee maanden op het grondgebied van de Europese Unie iedere inbreuk op het Merk te (doen) staken en gestaakt te (doen) houden, waaronder mede begrepen het (doen) staken en gestaakt te (doen) houden van het gebruik van de aanduiding ‘EvolutionRE’ ter onderscheiding van haar diensten;
II. EvolutionRE beveelt een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 5.000 aan Evolutiq te voldoen voor iedere dag of gedeelte daarvan dat EvolutionRE in gebreke blijft het bevel onder I volledig en/of tijdig na te komen, met een maximum van € 100.000;
III. EvolutionRE veroordeelt in de proceskosten van Evolutiq op grond van artikel 1019h Rv, te vermeerderen met de wettelijk rente;
IV. de termijn waarbinnen de eis in de hoofdzaak moet zijn ingesteld als bedoeld in artikel 1019i Rv bepaalt op zes maanden na betekening van het vonnis.
Daartoe voert Evolutiq – samengevat – aan dat EvolutionRE inbreuk maakt op het Merk in de zin van artikel 9 lid 2 sub b UMVo. Door zonder toestemming van Evolutiq gebruik te maken van het Teken – dat overeenstemt met het Merk – voor diensten die identiek zijn aan, dan wel in hoge mate overeenstemmen met, de diensten die worden beschermd door het Merk (dienstverlening op het gebied van onroerend goed) ontstaat bij het relevante publiek gevaar voor verwarring met het Merk.
EvolutionRE voert aan dat geen sprake is van verwarringsgevaar. Het Merk en het Teken stemmen slechts in beperkte mate overeen. Daarnaast is het onderscheidend vermogen van het Merk beperkt, omdat zowel het eerste (Evolut/Evoluti) als het tweede deel ((t)iq) beschrijvend is voor de aangeboden diensten. Het overeenstemmende deel komt door de beschrijvendheid weinig gewicht toe. Het Teken valt niet onder de beperkte beschermingsomvang van het Merk. EvolutionRE concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Evolutiq, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling in de proceskosten op grond van artikel 1019h Rv, te vermeerderen met de wettelijke rente.
4 De beoordeling van het geschil
Bevoegdheid
De rechtbank is internationaal en relatief bevoegd om van de vorderingen jegens EvolutionRE kennis te nemen op grond van artikel 123 lid 1, 124 aanhef en onder a en 125 lid 1 UMVo in verbinding met artikel 3 van de Uitvoeringswet EG-Verordening inzake het Gemeenschapsmerk, aangezien EvolutionRE in Nederland is gevestigd.
Spoedeisend belang
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter moet daarom eerst beoordelen of Evolutiq ten tijde van dit vonnis bij die voorziening een spoedeisend belang heeft. Daarnaast geldt dat de voorzieningenrechter in dit kort geding moet beoordelen of de vorderingen in de bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is.
Het spoedeisend belang bij de vorderingen van Evolutiq vloeit voort uit de aard daarvan. De vorderingen strekken er, kort gezegd, toe dat EvolutionRE een verbod met dwangsommen wordt opgelegd wegens inbreuk op het Merk van Evolutiq, welke inbreuk volgens Evolutiq nog altijd voortduurt. Dit spoedeisend belang is ook niet betwist door EvolutionRE
Merkinbreuk
De voorzieningenrechter stelt bij de beoordeling het volgende voorop. Van inbreuk in de zin van artikel 9 lid 2 aanhef sub b UMVo, is sprake als het betrokken teken gelijk is aan of overeenstemt met het merk en wordt gebruikt met betrekking tot waren of diensten die gelijk zijn aan of overeenstemmen met de waren of diensten waarvoor het merk is ingeschreven, indien daardoor bij het in aanmerking komende publiek van de desbetreffende waren of diensten (directe of indirecte) verwarring kan ontstaan. Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van verwarringsgevaar moet in aanmerking worden genomen dat dit globaal dient te worden beoordeeld volgens de indruk die merk en teken bij de gemiddelde consument van de betrokken waren of diensten achterlaten, met inachtneming van alle relevante omstandigheden van het concrete geval, met name (de onderlinge samenhang tussen) de overeenstemming van het merk en het teken en de soortgelijkheid van de betrokken waren of diensten. De globale beoordeling van het verwarringsgevaar dient, wat de visuele, de auditieve en de begripsmatige vergelijking tussen het merk en teken betreft, te berusten op de totaalindruk die het merk en het teken wekken bij het relevante publiek, dat bestaat uit de normaal geïnformeerde en redelijk oplettende en omzichtige gemiddelde consument van de betrokken waren of diensten, waarbij in het bijzonder rekening dient te worden gehouden met hun onderscheidende en dominerende bestanddelen. Voorts dient rekening te worden gehouden met het onderscheidend vermogen van het merk. Er moet sprake zijn van reëel verwarringsgevaar bij de gemiddeld geïnformeerde, omzichtige en oplettende gewone consument van de betrokken waren of diensten. Een zekere mate van overeenstemming en een zekere mate van (soort)gelijkheid zijn daarbij cumulatieve voorwaarden.
Tussen partijen is niet in geschil dat het Merk en het Teken worden gebruikt voor dezelfde diensten als die waarvoor het Merk is ingeschreven, namelijk diensten op het gebied van onroerend goed, financiële zaken, fondsenwerving en financiële sponsoring.
Het relevante publiek
Het relevante publiek bestaat uit alle (zakelijke) partijen die bij het proces van vastgoedontwikkeling zijn betrokken en met de diensten in aanraking komen, waaronder vastgoedeigenaren, huurders, (mede)ontwikkelaars, financiers, adviseurs en makelaars die allen naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter een gemiddeld aandachtsniveau hebben.
Overeenstemming tussen Merk en Teken
Voor de beoordeling van de overeenstemming tussen het Merk en het Teken wordt gekeken naar het Merk zoals ingeschreven (in casu een woordmerk) en het Teken zoals gebruikt. De vergelijking ziet er dan als volgt uit:
|
Merk |
Teken |
|
EVOLUTIQ |
EvolutionRE |
| [afbeelding niet beschikbaar] | |
| [afbeelding niet beschikbaar] |
De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat tussen het Merk en het Teken sprake is van een sterke mate van visuele overeenstemming. Het voor het totaalbeeld meest bepalende begin van beide woorden stemt volledig overeen, EVOLUTI. Het laatste gedeelte van Merk en Teken verschilt, namelijk ‘Q’ tegenover ‘ONRE’. Hoewel de letters ‘RE’ in het Teken dikgedrukt of in hoofdletters wordt weergegeven, is het relevante publiek geneigd meer aandacht op het begin van een teken te richten, onder meer omdat van links naar rechts wordt gelezen.
De mate van auditieve overeenstemming tussen Merk en Teken is naar voorlopig oordeel gering. In de eerste plaats bestaat het Merk uit vier lettergrepen, tegenover zes lettergrepen van het Teken. Doordat het Merk op een Nederlandstalige manier wordt uitgesproken en het Teken in het Engels, verschillen de eerste en derde lettergreep ‘E-VO-LU’ auditief van elkaar. Ook het laatste gedeelte verschilt auditief duidelijk van elkaar (‘TIQ’ tegenover ‘TIONRE’). Het antwoord op de vraag of het relevante publiek de laatste twee lettergrepen van het Teken (‘RE’) zal uitspreken als ‘erry’ of ‘R.E.’ is in dit kader niet relevant, omdat beide manieren resulteren in een duidelijk fonetisch verschil, nu die lettergrepen in het Merk geheel ontbreken.
Een begripsmatige vergelijking tussen Merk en Teken kan niet worden gemaakt, nu Evolutiq noch EvolutionRE een op zichzelf staande begripsmatige betekenis heeft.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter zijn de voorgaande bevindingen reeds voldoende om te kunnen concluderen dat er verwarringsgevaar te duchten is, namelijk dat sprake is van:
- een sterke overeenstemming tussen het Merk en Teken in visueel opzicht en een geringe overeenstemming in auditief opzicht,
- identieke diensten waarvoor het Merk is ingeschreven en het Teken worden gebruikt en
- een gemiddeld aandachtsniveau van het relevante publiek.
Het meest verstrekkende verweer van EvolutionRE – onder verwijzing naar het Hansson-arrest – is dat het element EVOLUTI beschrijvend is, waardoor de bescherming van het Merk zeer beperkt is en het Teken er in ieder geval niet onder valt. Het woord ‘evolutie’ – dat kan worden afgeleid uit ‘evoluti(q)’ – is immers een synoniem voor ‘ontwikkeling’, hetgeen beschrijvend is voor de diensten die beide partijen aanbieden ‘vastgoedontwikkeling’. Hierdoor is de beschermingsomvang zeer beperkt, aldus EvolutionRE. Dit verweer slaagt niet.
Bij de beoordeling of een (deel van een) merk beschrijvend is, gaat het erom of het relevante publiek vindt dat het element (een kenmerk van) de diensten, waarvoor het is ingeschreven, beschrijft. De beoordeling van het merk dient immers plaats te vinden in relatie tot de waren of diensten waarvoor het is ingeschreven, in dit geval voor onder meer diensten op het gebied van onroerend goed, financiële zaken, fondsenwerving en financiële sponsoring. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het relevante publiek het woord evolutie niet zonder enig nadenken meteen zal begrijpen als een beschrijving van (een kenmerk van) die diensten.
EvolutionRE verwijst steeds naar de diensten die partijen aanbieden, vastgoedontwikkeling, in plaats van naar de diensten waarvoor het Merk is ingeschreven. Het Merk is onder meer ingeschreven voor klasse 36, diensten op het gebied van onroerend goed. Dit ziet onder meer op taxatie, advisering en financiering, allemaal ten behoeve van onroerend goed. Dat partijen zich beide bezig houden met de ontwikkeling van vastgoed, in welk traject verschillende diensten beschreven in klasse 36 op het gebied van vastgoed samenkomen, maakt op zich niet dat ‘ontwikkeling’ één van de ingeschreven diensten is en evenmin een kenmerk van de ingeschreven diensten. Of het woord evolutie beschrijvend is voor ontwikkeling, is voor de beoordeling van het onderscheidend vermogen dus niet van belang.
Verwarringsgevaar
Uit het voorgaande volgt dat het Teken naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter zodanig overeenstemt met het Merk dat hierdoor bij het in aanmerking komende publiek verwarring kan ontstaan in de zin van artikel 9 lid 2 sub b UMVo. Het Merk heeft immers van huis uit onderscheidend vermogen. Daarbij komt dat enige mate van overeenstemming tussen Merk en Teken al voldoende is om bij het relevante publiek – met gemiddeld aandachtsniveau – verwarringsgevaar te veroorzaken nu sprake is van gebruik van het Teken voor identieke diensten als waarvoor het Merk is ingeschreven.
De vorderingen
Nu naar voorshands oordeel sprake is van merkinbreuk, zal het onder I gevorderde inbreukverbod worden toegewezen.
De voorzieningenrechter zal de onder II gevorderde dwangsommen gematigd toewijzen en maximeren zoals vermeld in de beslissing.
Proceskosten
EvolutionRE zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van Evolutiq. Evolutiq maakt aanspraak op vergoeding van de volledige proceskosten als bedoeld in artikel 1019h Rv. Evolutiq heeft specificaties van haar advocaatkosten (exclusief BTW) van in totaal € 22.360 overgelegd.
De onderhavige zaak is een zaak ter handhaving van intellectuele eigendomsrechten in de zin van artikel 1019 Rv. Teneinde de redelijkheid en evenredigheid van de opgevoerde kosten te kunnen beoordelen, wordt aansluiting gezocht bij de Indicatietarieven in IE-zaken (versie februari 2026). De daarin vermelde tarieven worden geacht redelijk en evenredig te zijn. Onderhavige zaak valt naar het oordeel van de voorzieningenrechter onder de categorie ‘normaal kort geding’ met een maximumtarief van € 18.000. Dit bedrag zal worden toegewezen; het meer gevorderde wordt afgewezen. Het bedrag voor salaris advocaat van € 18.000 wordt verhoogd met € 735 aan griffierecht, € 145,32 aan deurwaarderskosten en de nakosten van € 189 (plus de verhoging van de nakosten in geval van betekening zoals vermeld in de beslissing), waarmee het totaalbedrag uitkomt op € 19.069,32.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Termijn hoofdzaak
De voorzieningenrechter zal de termijn voor het instellen van een eis in de hoofdzaak als bedoeld in artikel 1019i Rv als gevorderd bepalen op zes maanden.
5 De beslissing
De voorzieningenrechter:
beveelt EvolutionRE binnen twee maanden na betekening van dit vonnis op het grondgebied van de Europese Unie iedere inbreuk op het Merk te staken en gestaakt houden, meer in het bijzonder door het gebruik van het Teken ter onderscheiding van haar diensten te staken en gestaakt te houden;
beveelt EvolutionRE een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 2.500 aan Evolutiq te voldoen voor iedere dag of gedeelte daarvan dat EvolutionRE in strijd handelt met het in 5.1 opgenomen bevel, met een maximum van € 75.000;
veroordeelt EvolutionRE in de proceskosten van € 19.069,32, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als EvolutionRE niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet EvolutionRE € 98,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
veroordeelt EvolutionRE in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
bepaalt de termijn voor het instellen van een eis in de hoofdzaak als bedoeld in artikel 1019i Rv op zes maanden na de datum van dit vonnis;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.D. Overbeek, rechter, bijgestaan door mr. R.W.J. Slits, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 19 oktober 2026.