Personen- en familierecht
Rijkswet op het Nederlanderschap
Rechtbank Den Haag, 11 juli 2019
ECLI:NL:RBDHA:2019:6907 · Rechtbank Den Haag · 11 juli 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/civiel-recht/personen-en-familierecht/beschikking/ecli-nl-rbdha-2019-6907
Zaakgegevens
Op 11 juli 2019 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Datum uitspraak
- 11 juli 2019
- Datum publicatie
- 11 juli 2019
- Zaaknummer
- C/09/566921 / HA RK 19-49
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2019:6907
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Rijkswet op het Nederlanderschap
Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: HA RK 19-49
Zaaknummer: C/09/566921
Datum beschikking: 11 juli 2019
Beschikking op het op 17 januari 2019 ingekomen verzoekschrift van:
[Y]
verzoeker,
wonende in de Verenigde Arabische Emiraten,
in zijn hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van
[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2002 te [geboorteplaats] , Afghanistan,
advocaat mr. A. Fakiri te ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
DE STAAT DER NEDERLANDEN,
(Ministerie van Justitie en Veiligheid, Immigratie- en Naturalisatiedienst,
verder te noemen “de IND”),
zetelende te ’s-Gravenhage,
vertegenwoordigd door mr. C.M. Meijer.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift;
- de brief van 7 maart 2019 van de zijde van de IND;
- de brief van 23 april 2019, met bijlagen, van de zijde van verzoeker,
- de brief van 17 mei 2019 van de zijde van de IND.
Verzoek en het standpunt van de IND
Het verzoekschrift strekt tot vaststelling van het Nederlanderschap van [minderjarige] .
De IND concludeert tot toewijzing van het verzoek.
Feiten
-
Verzoeker is geboren op [geboortedatum] 1976 te [geboorteplaats] , Afghanistan.
-
Verzoeker is op [huwelijksdatum] 1998 gehuwd met [X] , van Afghaanse nationaliteit.
-
Aan verzoeker is bij Koninklijk Besluit van 7 februari 2001 het Nederlanderschap verleend.
-
[minderjarige] is geboren op [geboortedatum] 2002 te [geboorteplaats] , Afghanistan.
Beoordeling
Blijkens de overgelegde gelegaliseerde Afghaanse geboorteakte van [minderjarige] werd zij op
[geboortedatum] 2002 geboren uit het huwelijk van haar Nederlandse vader en Afghaanse moeder. Op grond van artikel 3 lid 1 van de Rijkswet op het Nederlanderschap verkreeg [minderjarige] bij haar geboorte de Nederlandse nationaliteit door afstamming van haar vader.
De IND stelt zich op het standpunt dat het verzoek kan worden ingewilligd. De rechtbank wijst het verzoek derhalve als onweersproken en op de wet gegrond toe.
Beslissing
De rechtbank:
stelt vast dat [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2002 te [geboorteplaats] , Afghanistan, sinds haar geboorte en nog steeds de Nederlandse nationaliteit bezit.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. J.C. Sluymer, rechter, bijgestaan door P. Hillebrand als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 juli 2019. |
||