Personen- en familierecht

Internationale kinderontvoering. Opname vaststellingsovereenkomst. Verzoek tot teruggeleiding ingetrokken

Rechtbank Den Haag, 10 mei 2022

Zaakgegevens

Op 10 mei 2022 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
10 mei 2022
Datum publicatie
27 mei 2022
Zaaknummer
C/09/627463 / FA RK 22-2080
Procedure
Beschikking
Advocaat
mr. J.E.C. Verhoeff te ‘s-Gravenhage, mr. H.P. Scheer te Utrecht
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2022:5089
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Internationale kinderontvoering. Opname vaststellingsovereenkomst. Verzoek tot teruggeleiding ingetrokken

Uitspraak

Rechtbank Den HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 22-2080

Zaaknummer: C/09/627463

Datum beschikking: 10 mei 2022

Internationale kinderontvoering

Beschikking in het kader van het op 1 april 2022 ingekomen verzoek van:

[vader] ,

de vader,

wonende te [woonplaats 1] , Italië,

advocaat: mr. J.E.C. Verhoeff te ‘s-Gravenhage.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[moeder] ,

de moeder,

wonende te [woonplaats 2] ,

advocaat: mr. H.P. Scheer te Utrecht.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder het verzoekschrift.

Op 15 april 2022 is de zaak ter zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader, vergezeld van de tolk B.L. Kapteijn en bijgestaan door zijn advocaat, de moeder, bijgestaan door haar advocaat, alsmede M. van der Bom namens de Raad voor de Kinderbescherming. Het betrof hier een regiezitting met het oog op crossborder mediation in internationale kinderontvoeringszaken met als behandelend rechter, tevens kinderrechter, mr. J.T.W. van Ravenstein. De behandeling ter zitting is aangehouden.

Na genoemde regiezitting hebben de vader en de moeder getracht door middel van crossborder mediation, gefaciliteerd door het Mediation Bureau van het Centrum Internationale Kinderontvoering, tot een minnelijke regeling te komen. Op 25 april 2022 heeft het Mediation Bureau de rechtbank bericht dat de mediation tussen partijen is geslaagd en dat dit heeft geresulteerd in een vaststellingsovereenkomst.

De rechtbank heeft vervolgens kennisgenomen van de volgende stukken:

  • het F9-formulier van 3 mei 2022 van de zijde van de vader, met als bijlage de door beide partijen digitaal ondertekende vaststellingsovereenkomst van 24 april 2022;

  • het F9-formulier van 4 mei 2022 van de zijde van de moeder.

Verzoek

De vader heeft thans verzocht – naar de rechtbank begrijpt onder intrekking van de overige verzoeken in het verzoekschrift – de vaststellingsovereenkomst in de beschikking op te nemen.

De moeder heeft bevestigd dat de ouders overeenstemming hebben bereikt en verzoekt eveneens de vaststellingsovereenkomst in de beschikking op te nemen.

Feiten

- Partijen hebben een affectieve relatie gehad.

- Zij zijn de ouders van de volgende thans nog minderjarige kinderen:

- [kind 1] , geboren op [geboortedag 1] 2009 te [geboorteplaats] , Italië,

- [kind 2] , geboren op 1 juni 2012 te [geboorteplaats] , Italië.

- De vader heeft de Italiaanse nationaliteit en de moeder heeft de Nederlandse nationaliteit.

- De vader heeft zich op 21 december 2021 gewend tot de Italiaanse Centrale Autoriteit, die zich op haar beurt heeft gewend tot Nederlandse Centrale Autoriteit (CA). De zaak is bij de CA geregistreerd onder IKO nr. [nummer] .

Beoordeling

Krachtens artikel 12 lid 3 van de EG-Verordening nr. 2201/2003 van 27 november 2003 is de Nederlandse rechter bevoegd te beslissen op het verzoek tot opname van de vaststellingsovereenkomst aangaande de ouderlijke verantwoordelijkheid, nu de minderjarigen een nauwe band hebben met Nederland doordat de moeder de Nederlandse nationaliteit heeft, en de vader en de moeder de bevoegdheid van de Nederlandse rechter op het tijdstip waarop het verzoek is gedaan op ondubbelzinnige wijze hebben aanvaard en dit door het belang van de minderjarigen wordt gerechtvaardigd. De rechtbank zal Nederlands recht als haar interne recht toepassen.

De rechtbank zal het verzoek als op de wet gegrond en in het belang van de minderjarigen toewijzen en zal een kopie van de vaststellingsovereenkomst aan deze beschikking hechten. (alleen opnemen indien kostenveroordeling is verzocht)

Beslissing

De rechtbank:

neemt op de door de vader en de moeder getroffen afspraken, zoals neergelegd in de (in kopie) aan deze beschikking gehechte vaststellingsovereenkomst van 24 april 2022 en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.T.W. van Ravenstein, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door P. Lahman als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 mei 2022.