Personen- en familierecht

Er is een testamentair bewind naast het beschermingsbewind. De beschermingsbewindvoerder verzoekt de…

Rechtbank Den Haag, 24 augustus 2022

Zaakgegevens

Op 24 augustus 2022 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
24 augustus 2022
Datum publicatie
25 augustus 2022
Zaaknummer
9938806
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2022:8537
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Er is een testamentair bewind naast het beschermingsbewind. De beschermingsbewindvoerder verzoekt de kantonrechter namens de testamentair bewiindvoerder om een schenking te mogen doen uit het vermogen dat onder het testamentair bewind valt.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Zittingsplaats 's-Gravenhage

DL

Zaaknr.: 9938806 EJ VERZ 22-78954

Bewind nr.: BM 19938

Beschikking op een verzoek tot machtiging

van:

Stichting CAV,

gevestigd te 2701 AG Zoetermeer, Postbus 7276,

bewindvoerder over de goederen van:

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1964,

wonende te [plaats] , [adres] ,

hierna te noemen: betrokkene.

Procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

  • het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 1 mei 2022;

  • email van de bewindvoerder van 16 juni 2022;

  • verzoek om nadere toelichting per email van 1 augustus 2022;

  • toelichting per email van de bewindvoerder van 12 augustus 2022.

Beoordeling

De bewindvoerder vraagt, mede namens de testamentair bewindvoerder, om een machtiging van de kantonrechter om een schenking te mogen doen aan de zoon van betrokkene van € 27.231,00. Hij gaat namelijk samenwonen en betrokkene wil daar graag een bijdrage aan leveren. Betrokkene heeft eigen vermogen en vermogen uit de nalatenschap van haar moeder, dat beheerd wordt door haar zus als testamentair bewindvoerder. De schenking zal voldaan worden uit het vermogen dat onder testamentair bewind staat.

In het dossier van de rechtbank bevindt zich de akte van verdeling die na het overlijden van de moeder van betrokkene is opgemaakt. Hierin zijn de bepalingen uit het testament van de moeder opgenomen. Daaruit blijkt dat over het erfdeel van betrokkene een testamentair bewind is ingesteld, met de aanstelling van de zus van betrokkene als testamentair bewindvoerder. Het beheer komt uitsluitend toe aan de testamentair bewindvoerder. De beslissingen worden in overleg met betrokkene genomen. In het testament is niet voorzien in een regeling waarbij om een machtiging van de kantonrechter verzocht dient te worden om een bepaalde uitgave te mogen doen. Dat vereiste geldt alleen als de testamentair bewindvoerder wil procederen en betrokkene daarmee niet instemt. Ten slotte dient de testamentair bewindvoerder jaarlijks rekening en verantwoording af te leggen aan betrokkene. Indien betrokkene niet in staat is tot het aannemen van de rekening en verantwoording, wordt die aan de kantonrechter afgelegd. In dit geval kan de rekening en verantwoording echter aan de beschermingsbewindvoerder worden afgelegd.

Ingevolge artikel 4:169, derde lid, BW kan de kantonrechter een machtiging verlenen, indien iemand wiens toestemming is vereist deze niet verleent. In dit geval is het echter juist de wens van betrokkene dat de uitgave wordt gedaan.

Gelet op het vorenstaande is een machtiging van de kantonrechter niet nodig. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.

Beslissing

De kantonrechter:

- wijst het machtigingsverzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. D. de Loor, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 augustus 2022.

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep

worden ingesteld bij het gerechtshof te Den Haag:

a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking

(digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de

uitspraak;

b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat

deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.