Personen- en familierecht

Korte verlenging ondertoezichtstelling via meldbriefprocedure, verzoek aangehouden doordat kinderrechter…

Rechtbank Den Haag, 14 november 2023

Zaakgegevens

Op 14 november 2023 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
14 november 2023
Datum publicatie
15 november 2023
Zaaknummer
C/09/654183 / JE RK 23-1916
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2023:17436
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Korte verlenging ondertoezichtstelling via meldbriefprocedure, verzoek aangehouden doordat kinderrechter alsnog aanleiding ziet het verzoek ter zitting te behandelen, zie vervolgbeschikking van 6 december 2023 C/09/654183 / JE RK 23-1916.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaaksgegevens: C/09/654183 / JE RK 23-1916

Datum uitspraak: 14 november 2023

Beschikking van de kinderrechter

Verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak naar aanleiding van het op 22 september 2023 ingekomen verzoekschrift van:

Stichting Jeugdbescherming West Zuid-Holland,

hierna te noemen de gecertificeerde instelling,

betreffende:

- [naam 1], geboren op [geboortedag] 2008 te [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [naam 1] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[naam 2] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende te [woonplaats].

Het procesverloop

De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • het verzoekschrift met bijlagen;

  • het e-mailbericht van de vader van 8 oktober 2023;

  • het e-mailbericht van [naam 1] van 8 oktober 2023.

De gecertificeerde instelling heeft aangegeven geen behandeling van het verzoek ter zitting te wensen.

Aan de belanghebbende is bij brief van 22 september 2023 een meldbrief gestuurd, conform het bepaalde in artikel 6.1 van het procesreglement civiel jeugdrecht.

[naam 1] heeft schriftelijk zijn mening kenbaar gemaakt.

Feiten

- [naam 1] is erkend door de vader.

- De vader is belast met het ouderlijk gezag.

- [naam 1] verblijft feitelijk bij de vader.

- De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 18 november 2022 de ondertoezichtstelling van [naam 1] verlengd van 21 november 2022 tot 21 november 2023.

Verzoek

Het verzoek strekt tot verlenging van de ondertoezichtstelling van [naam 1] voor de periode van één jaar.

Beoordeling
De kinderrechter stelt op basis van controle via het Track&Trace systeem van PostNL vast dat is gebleken dat op 30 september 2023 is getekend voor ontvangst van de meldbrief die aan de vader is gestuurd. De vader heeft de meldbrief evenwel niet teruggestuurd, noch anderszins aangegeven prijs te stellen op een mondelinge behandeling van het verzoek.

De kinderrechter overweegt dat uit het verzoekschrift blijkt dat eigenlijk niet meer aan de gronden voor een ondertoezichtstelling wordt voldaan. De kinderrechter ziet daarom aanleiding het verzoek ter zitting te behandelen. Het plannen van een behandeling ter zitting voor de einddatum van de huidige ondertoezichtstelling is echter niet mogelijk. De kinderrechter zal er daarom van uitgaan dat vooralsnog aan de gronden voor een ondertoezichtstelling is voldaan, deze voor een korte periode verlengen en de behandeling van het verzoek voor het overige aanhouden tot een zitting gelegen vòòr 21 december 2023.

Beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [naam 1] van 21 november 2023 tot

21 december 2023 met behoud van de Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland als gecertificeerde instelling die belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling;

verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;

houdt de behandeling van het veroek voor het overige aan tot een zitting gelegen vòòr 21 december 2023;

gelast de griffier tegen deze zitting op te roepen:

  • de gecertificeerde instelling;

  • de vader

en [naam 1] uit te nodigen voor een kindgesprek.

Deze beschikking is gegeven door mr. D.G.J. Dop, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.E. Smolders als griffier en in het openbaar uitgesproken op 14 november 2023.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van

het gerechtshof Den Haag.