Personen- en familierecht
Twee verzoeken. Verzoek I: Niets meer te beslissen ten aanzien van de verlenging van de machtiging tot…
Rechtbank Den Haag, 31 januari 2024
ECLI:NL:RBDHA:2024:1026 · Rechtbank Den Haag · 31 januari 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/civiel-recht/personen-en-familierecht/beschikking/ecli-nl-rbdha-2024-1026
Zaakgegevens
Op 31 januari 2024 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 31 januari 2024
- Datum publicatie
- 31 januari 2024
- Zaaknummer
- C/09/656477 / JE RK 23-2229
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2024:1026
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Twee verzoeken. Verzoek I: Niets meer te beslissen ten aanzien van de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing. Verzoek II: Machtiging tot uithuisplaatsing.
Het eerste verzoek wordt niet langer gehandhaafd. Het tweede verzoek wordt toegewezen. De kinderrechter is van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. Er bestaan nog steeds zorgen over de opvoedsituatie bij de moeder. Er is geen contact meer tussen de moeder en de minderjarige vanwege het incident van afgelopen kerst. De minderjarige ontwikkelt zich goed bij de pleegouders. De moeder is niet in staat om de verzorging en opvoeding op zich te nemen vanwege haar (verslavings)problematiek. De kinderrechter vindt het daarom noodzakelijk dat de minderjarige bij de pleegouders blijft wonen.
Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: JE RK 23-2229
Zaaknummer: C/09/656477
Datum verbetering: 31 januari 2024
Verbetering van een beschikking
Bijlage bij de beschikking van 1 december 2023 , gegeven op 17 januari 2024
in de zaak waarin op 1 december 2023 een beschikking is gegeven en uitgesproken, op verzoek van:
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
betreffende:
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2007 te [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende te [woonplaats 1],
[pleegvader]
hierna te noemen: de pleegvader
en
[pleegmoeder],
hierna te noemen: de pleegmoeder,
hierna ook tezamen noemen: de pleegouders,
wonende te [woonplaats 2].
Beoordeling
Bij beschikking van 1 december 2023 heeft de kinderrechter de machtiging om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg verlengd voor een korte periode, te weten een maand. Abusievelijk is in het dictum opgenomen dat de machtiging wordt verlengd tot 1 januari 2023. Nu gebleken is dat de beschikking van 1 december 2023 een kennelijke, ook voor partijen kenbare en voor eenvoudig herstel vatbare schrijffout bevat, dient die beschikking op grond van artikel 31 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering te worden verbeterd zoals hierna weergegeven.
Beslissing
De rechtbank:
verbetert voormelde beschikking van 1 december 2023 in die zin dat het dictum komt te luiden:
De kinderrechter:
verlengt de aan William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering verleende machtiging om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg van 1 december 2023 tot 1 januari 2024;
handhaaft de beschikking van 1 december 2023 voor het overige.
|
De beschikking van 1 december 2023 is hersteld door mr. M.P. Meeuwisse, kinderrechter, bijgestaan door mr. R. Muller als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 31 januari 2024. |
||