Personen- en familierecht

Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Rechtbank Den Haag, 14 september 2026

Zaakgegevens

Op 14 september 2026 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
14 september 2026
Datum publicatie
15 oktober 2026
Zaaknummer
C/09/712283 / FA RK 26-9211
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:30324
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG


Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaak-/rekestnr.: C/09/712283 / FA RK 26-9211

Datum beschikking: 14 september 2026

Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Beschikking naar aanleiding van het op 9 september 2026 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene] ,

hierna te noemen: betrokkene,

geboren op [geboortedatum] 1997 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] ,

thans verblijvende in de accommodatie [zorginstelling] te [plaats],

advocaten: mr. L.A. Middelkoop en mr. Z. Schelkers.

Procesverloop

Bij verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 8 september 2026 genomen crisismaatregel.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Schiedam tot het nemen van de crisismaatregel;

  • een op 8 september 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1], psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;

- een uittreksel uit de justitiële documentatie;

- een afschrift van de politiemutaties.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 14 september 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaten;

- de afdelingsarts, [naam 2] .

Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Door en namens betrokkene is ter zitting verzocht het verzoek af te wijzen. Betrokkene wil graag naar huis en heeft aangegeven dat hij zijn medicatie gewoon heeft ingenomen. Volgens betrokkene is hij slechts één keer een afspraak vergeten. Daarnaast heeft betrokkene toegelicht dat familieomstandigheden ertoe hebben geleid dat hij uit contact met hen is gebleven. Uit boosheid heeft betrokkene nergens op gereageerd. Hij hoorde anderen wel, maar had geen behoefte te reageren. Dat er sprake is van acuut dreigend ernstig nadeel en een vermoeden van katatonie, is volgens de advocaten onvoldoende onderbouwd. Betrokkene sloot zich slechts af omdat hij boos was. Er is geen sprake van ernstig nadeel. Daarnaast heeft betrokkene bezwaar tegen het depot vanwege bijwerkingen, die ook in het Erasmus ziekenhuis zijn vastgesteld. De advocaten hebben verzocht terug te grijpen op de zelfbindingsverklaring van betrokkene en de medicamenteuze behandeling in het ambulante kader voort te zetten.

Door de arts is toegelicht dat de zorgen over betrokkene de laatste drie weken zijn toegenomen, omdat betrokkene zich niet aan de gemaakte afspraken heeft gehouden. Tijdens een gepland huisbezoek werd een psychotisch beeld gezien, waarbij betrokkene niet reageerde, niet at of dronk en geen contact maakte. Ook zijn volle medicijndozen aangetroffen, waardoor de arts het vermoeden heeft dat betrokkene zijn medicatie de afgelopen maanden niet goed heeft ingenomen. Bij de opname heeft betrokkene medicatie gekregen voor de katatonie, waarna het beeld is verbeterd. Er is nog sprake van agitatie, stemverheffing en agressie, waardoor betrokkene afgelopen dagen in de extra beveiligde kamer moest verblijven. Het is volgens de arts van belang dat betrokkene medisch wordt geobserveerd bij de herstart van zijn medicamenteuze behandeling, eventueel wordt gedacht aan de inzet van depotmedicatie. Verder heeft de arts toegelicht dat betrokkene in de zelfbindingsverklaring heeft aangegeven dat, als hij zijn medicatie niet inneemt of niet meewerkt, er spoedcontact met de behandelaar moet worden gezocht via een huisbezoek en dat gedwongen medicatie of opname kan worden ingezet als het niet lukt om contact te krijgen of mee te werken aan de behandeling.

Beoordeling

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in:

- levensgevaar;

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige psychische schade;

- ernstige verwaarlozing;

- maatschappelijke teloorgang;

- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;

- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.

Uit de stukken en hetgeen is besproken ter zitting concludeert de rechtbank dat betrokkene de afgelopen weken uit contact is met zijn behandelaren en familieleden, grootheidswanen heeft, geagiteerd, achterdochtig en angstig is en snel in spanning oploopt, waarbij hij schreeuwend en agressief gedrag vertoont. Hoewel betrokkene inmiddels geen katatone kenmerken meer vertoont, wordt uit zijn huidige gedrag duidelijk dat dit past bij een voor betrokkene bekend patroon van psychotische decompensatie. De rechtbank volgt in deze vaststelling de deskundige visie hierop van de onafhankelijk psychiater en de afdelingsarts.

Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten een psychotische decompensatie. Een onbehandelde psychose kan leiden tot ernstige psychische schade. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

De rechtbank is van oordeel dat, anders dan de in de crisismaatregel genoemde zorg, de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden, te weten:

- toedienen van medicatie;

- verrichten medische controles;

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

- opnemen in een accommodatie.

Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Betrokkene heeft een ambivalente houding ten aanzien van de opname en medicatiegebruik. Betrokkene geeft aan dat hij zijn medicatie in de afgelopen periode heeft ingenomen, maar in zijn woning zijn volle medicijndozen aangetroffen en het gedrag van betrokkene duidt volgens de artsen op ontregeling. Vanwege de ambivalente houding wordt een vrijwillig zorgkader niet als mogelijk geacht. De rechtbank is daarom van oordeel dat een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel noodzakelijk is.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

Beslissing

De rechtbank:

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 1997 te [geboorteplaats] ,

inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:

- toedienen van medicatie;

- verrichten medische controles;

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

- opnemen in een accommodatie;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 5 oktober 2026;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.M. Koole, rechter, bijgestaan door mr. S.M. Plug als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 14 september 2026.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 23 september 2026.