Personen- en familierecht

kinderalimentatie; afwijzing

Rechtbank Den Haag, 15 januari 2015

Zaakgegevens

Op 15 januari 2015 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
's-Gravenhage
Datum uitspraak
15 januari 2015
Datum publicatie
12 januari 2015
Zaaknummer
460748- FA RK 14-1335
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Advocaat
mr. J.M. Wigman te Den Haag, mr. J. Frissen te Den Haag
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2015:229
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

kinderalimentatie; afwijzing

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 14-1335

Zaaknummer: C/09/460748

Datum beschikking: 15 januari 2015

Alimentatie

Beschikking op het op 20 februari 2014 ingekomen verzoek van:

[de man],

de man,

wonende te [woonplaats],

advocaat: mr. J.M. Wigman te Den Haag.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vrouw],

de vrouw,

wonende te [woonplaats],

advocaat: mr. J. Frissen te Den Haag.

Procedure

Bij beschikking van 15 oktober 2014 van deze rechtbank is – voor zover hier van belang – het zelfstandig verzoek van de vrouw om kinderalimentatie voor [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], aangehouden.

De man is in gelegenheid gesteld om een verweerschrift in te dienen binnen vier weken na de datum van de beschikking.

De rechtbank heeft vervolgens de volgende stukken ontvangen:

- het verweerschrift, ingekomen op 11 november 2014.

Beoordeling

De vrouw stelt dat de man werkzaam is geweest als fiscaal jurist en in staat moet worden geacht om een financiële bijdrage te leveren van € 500,-- per maand.

De man voert verweer en stelt zich daarbij op het standpunt dat het verzoek niet-ontvankelijk moet worden verklaard of moet worden afgewezen.

De rechtbank stelt vast dat de vrouw haar verzoek niet voldoende heeft onderbouwd. De vrouw heeft niets gesteld over de financiële situatie van haarzelf of de man toen zij uit elkaar gingen, zodat de behoefte van de minderjarige niet kan worden vastgesteld. Ook heeft de vrouw nagelaten om gegevens over haar huidige inkomen (en het door haar eventueel ontvangen kindgebonden budget) te verstrekken. In hoeverre de vrouw zelf kan bijdragen in de kosten van de minderjarige kan om die reden evenmin worden vastgesteld.

Dat betekent dat de rechtbank het verzoek moet afwijzen. Vanzelfsprekend staat dit er niet aan in de weg dat partijen met elkaar financiële gegevens kunnen uitwisselen en in onderling overleg met behulp van hun advocaten tot een door de man te betalen bijdrage voor de minderjarige proberen te komen.

Beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek tot vaststelling van kinderalimentatie af.

Deze beschikking is gegeven door mr. N.B. Verkleij in tegenwoordigheid van mr. K. Beukhof als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 januari 2015.