Personen- en familierecht

Afwijzing verzoek tot vervallen verklaring schriftelijke aanwijzing

Rechtbank Den Haag, 10 maart 2023

Zaakgegevens

Op 10 maart 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
10 maart 2023
Datum publicatie
10 maart 2023
Zaaknummer
C/09/641490 / JE RK 23-129
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Advocaat
mr. M.A. van de Weerd te Den Haag
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2023:3047
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Afwijzing verzoek tot vervallen verklaring schriftelijke aanwijzing

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaaksgegevens: C/09/641490 / JE RK 23-129

Datum uitspraak: 10 maart 2023

Beschikking van de kinderrechter

Afwijzing verzoek tot vervallen verklaring schriftelijke aanwijzing

in de zaak naar aanleiding van het op 20 januari 2023 ingekomen verzoekschrift van:

[de man01] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende te [woonplaats01] ,

advocaat: mr. M.A. van de Weerd te Den Haag,

betreffende:

[minderjarige01] , geboren op [geboortedatum01] 2009 te [geboorteplaats01] ,

hierna te noemen: [minderjarige01] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,

[de vrouw01] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende te [woonplaats02] .

Het procesverloop

De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

- het verzoekschrift met bijlagen;

- de aanvullende stukken van de zijde van de vader d.d. 15 februari 2023.

- de reactie van de gecertificeerde instelling d.d. 20 februari 2023.

Op 20 februari 2023 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Daarbij zijn verschenen:

- mevrouw [naam01] namens de gecertificeerde instelling;

- de vader, bijgestaan door zijn advocaat.

De moeder is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.

Voorafgaand aan de zitting is [minderjarige01] door de kinderrechter in raadkamer gehoord.

Feiten

- Het huwelijk van de vader en de moeder is door echtscheiding ontbonden.

- De vader en de moeder zijn samen belast met het ouderlijk gezag.

- [minderjarige01] verblijft feitelijk bij [verblijfplaats01] .

- De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 17 november 2022, verbeterd bij beschikking van 23 december 2022, de ondertoezichtstelling van [minderjarige01] verlengd van 25 november 2022 tot 25 november 2023.

- Bij beschikking van 6 januari 2023 heeft de kinderrechter in deze rechtbank een machtiging verleend om [minderjarige01] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder van 9 januari 2023 tot 3 april 2023.

- De gecertificeerde instelling heeft de vader op 23 december 2022 de volgende schriftelijke

aanwijzing gegeven:

“U stopt met het belemmeren van de uitvoer van de kinderbeschermingsmaatregel(en). Dit doet u door de regie voor het maken en uitvoeren van het plan voor onderwijs en zorg bij JBw te laten. Zorg en onderwijs moeten van u de ruimte krijgen om hun taak uit te voeren op een manier waarop [minderjarige01] krijgt wat zij van hen nodig heeft. Om deze rust en ruimte te kunnen creëren heeft u buiten de overlegmomenten met zorg en onderwijs die JBw zal organiseren geen contact met hulpverlening of onderwijs.”

Verzoek en verweer

Het verzoek strekt er toe de voornoemde schriftelijke aanwijzing geheel vervallen te verklaren.

De vader heeft het verzoek, mede bij monde van zijn advocaat, als volgt gemotiveerd. De schriftelijke aanwijzing is niet zorgvuldig voorbereid en niet deugdelijk gemotiveerd. Daartoe voert de vader aan dat een schriftelijke aanwijzing slechts gegeven kan worden als een ouder met gezag niet meewerkt met de uitvoering van de ondertoezichtstelling. Hierbij is het echter wel van belang dat de ouder er door de gecertificeerde instelling op gewezen wordt dat hij niet meewerkt. De vader heeft echter alleen een vooraankondiging gehad van de foutieve schriftelijke aanwijzing. Ook meent de vader dat de schriftelijke aanwijzing niet deugdelijk is gemotiveerd. Het klopt niet dat de vader de hulpverlening belemmert, aangezien het juist de vader is die oorspronkelijk zelfstandig hulpverlening heeft ingezet en georganiseerd. De vader betwist dan ook dat hij de behandeling van [minderjarige01] frustreert. De vader meent verder dat de schriftelijke aanwijzing te breed en onvoldoende concreet is, waardoor deze vervallen verklaard dient te worden. De schriftelijke aanwijzing verbiedt de vader met gezag immers om geen contact te hebben met de hulpverlening of onderwijs, buiten de overlegmomenten. Op dit moment krijgt [minderjarige01] behandeling bij [verblijfplaats01] . Het is de bedoeling dat ze daarna weer terugkeert bij de vader thuis. Het is noodzakelijk dat de vader bemoeienis heeft over het hulpverleningstraject en regelmatig op de hoogte gehouden wordt over de voortgang van de behandeling. Daarbij benadrukt de vader dat hij geenszins wil dwarsliggen of stagneren. Hij wil alleen wel dat de juiste behandeling voor [minderjarige01] wordt ingezet en dat haar schoolgang weer wordt opgepakt. Daarbij vindt hij het belangrijk dat de wens van [minderjarige01] om haar behandeling en schoolgang gescheiden te houden wordt gerespecteerd. De vader meent dat zijn gezag teveel wordt ingeperkt door de schriftelijke aanwijzing en dat deze niet in stand kan blijven. Ook zorgt de schriftelijke aanwijzing voor onduidelijkheid, omdat hij nu niet weet wanneer hij wel of geen input mag leveren. Gelet op het bovenstaande verzoekt de vader de schriftelijke aanwijzing geheel vervallen te verklaren.

De gecertificeerde instelling heeft verweer gevoerd tegen het verzochte. Daartoe voert de gecertificeerde instelling aan dat de schriftelijke aanwijzing zorgvuldig is voorbereid en deugdelijk is gemotiveerd. Er zijn al langere tijd zorgen over de rol en houding van de vader ten aanzien van de hulpverlening. Daarom heeft de gecertificeerde instelling al op 16 september 2022 een vooraankondiging gedaan voor een schriftelijke aanwijzing. Naar aanleiding van deze vooraankondiging heeft de gecertificeerde instelling een gesprek gevoerd met de vader. Hierin heeft de gecertificeerde instelling uitgelegd waarom zij vond dat de vader onvoldoende meewerkte aan de hulpverlening. Voor de verdere samenwerking is gekozen om eerst aanvullende afspraken te maken en nog niet over te gaan tot het geven van de schriftelijke aanwijzing. Ondanks deze afspraken dreigde de hulpverlening toch weer te stagneren, waardoor de gecertificeerde instelling heeft besloten om op 14 november 2022 wederom een vooraankondiging te doen van een schriftelijke aanwijzing. De inhoud van deze voorafkondiging komt overeen met de daadwerkelijk gegeven schriftelijke aanwijzing daterend van 23 december 2022. In de schriftelijke aanwijzing heeft de gecertificeerde instelling talloze voorbeelden genoemd die aantonen dat de houding van de vader de inzet van hulpverlening stagneert. Het is belangrijk dat er rust komt en dat [minderjarige01] zich kan focussen op haar behandeling bij [verblijfplaats01] . Ook moeten de hulpverleners de ruimte krijgen om te doen waar zij goed in zijn. De gecertificeerde instelling benadrukt ter zitting dat het belangrijk is dat de vader input kan leveren over de hulpverlening en het onderwijs van [minderjarige01] . Middels de schriftelijke aanwijzing probeert de gecertificeerde instelling de input van de vader enkel te kaderen tot specifieke momenten. Er is afgesproken dat de vader en de moeder één keer in de twee weken – wanneer de betreffende ouder [minderjarige01] haalt en brengt van het weekendverlof – op de hoogte worden gehouden over de behandeling bij [verblijfplaats01] . Daarnaast is de jeugdbeschermer volledig beschikbaar om de vragen van de vader te beantwoorden. De gecertificeerde instelling ziet dat de vader het beste met [minderjarige01] voor heeft en de beste zorg voor haar wil. De wijze waarop hij dit probeert te organiseren werkt echter contraproductief. Zodra het de gecertificeerde instelling lukt om samen met de ouders en [minderjarige01] tot een hulpverleningsplan te komen en iedereen zich daar ook aan committeert, zal de gecertificeerde instelling de schriftelijke aanwijzing intrekken.

Beoordeling

Nu het verzoek tot vervallenverklaring van de schriftelijke aanwijzing binnen twee weken na toezending of uitreiking van genoemde beslissing aan de verzoekster ter griffie van deze rechtbank is ingediend, is de vader ontvankelijk in zijn verzoek.

*Nu het verzoek binnen twee weken na toezending of uitreiking van genoemde beslissing aan de verzoek*ster ter griffie van deze rechtbank is ingediend, is verzoek*ster ontvankelijk in zijn*haar verzoek.

De gecertificeerde instelling kan ter uitvoering van haar taak schriftelijke aanwijzingen geven betreffende de verzorging en opvoeding van de minderjarige. Zij kan dit doen indien de met het gezag belaste ouder of de minderjarige niet instemmen met, dan wel niet of onvoldoende medewerking verlenen aan de uitvoering van het plan, bedoeld in artikel 4.1.3, eerste lid, van de Jeugdwet of indien dit noodzakelijk is teneinde de concrete bedreigingen in de ontwikkeling van de minderjarige weg te nemen (artikel 1:263 lid 1 BW).

De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter zitting naar voren is gekomen, van oordeel dat het verzoek tot vervallenverklaring van de schriftelijke aanwijzing afgewezen dient te worden. Daartoe overweegt de kinderrechter allereerst dat de schriftelijke aanwijzing ziet op de verzorging en opvoeding van [minderjarige01] . De schriftelijke aanwijzing heeft immers betrekking op de inzet van hulpverlening en het opstarten van onderwijs voor [minderjarige01] . De inzet van hulpverlening en het opstarten van onderwijs zijn expliciet benoemd als doelen van de ondertoezichtstelling en bij uitstek een taak waarmee de gecertificeerde instelling zich bij de uitvoering van de ondertoezichtstelling kan bezighouden. De kinderrechter oordeelt dan ook de gegeven schriftelijke aanwijzing binnen de reikwijdte van artikel 1:263 lid 1 BW valt.

De kinderrechter overweegt vervolgens dat de gecertificeerde instelling de schriftelijke aanwijzing zorgvuldig heeft voorbereid. Voorafgaand aan het geven van de schriftelijke aanwijzing is immers een vooraankondiging aan de vader gezonden, te weten op 14 november 2022. De gecertificeerde instelling beaamt dat er vervolgens een onjuiste schriftelijke aanwijzing aan de vader is gezonden. Dit heeft de gecertificeerde instelling echter hersteld door hem op 23 december 2022 een juiste schriftelijke aanwijzing te sturen, waarvan de inhoud overeenkomt met de inhoud van de vooraankondiging.

Hoewel de kinderrechter – en ook de gecertificeerde instelling – ziet dat de vader het beste met [minderjarige01] voor heeft, heeft de gecertificeerde instelling voldoende onderbouwd dat de rol en de houding van de vader stagnerend werkt in de uitvoering van de hulpverlening en het opstarten van onderwijs. Het is noodzakelijk dat er rust en duidelijkheid komt, zodat [minderjarige01] profiteert van haar behandeling bij [verblijfplaats01] en haar schoolgang op den duur weer kan hervatten. Daarvoor is het bijvoorbeeld niet helpend als er constant discussies ontstaan tijdens inhoudelijke overleggen over zaken zoals wie welke rol heeft in het hulpverleningstraject en wie bij welk overleg mag aansluiten. Daarnaast heeft de gecertificeerde instelling ook voldoende onderbouwd dat de -goed bedoelde- veelvuldige contacten van vader met de hulpverlening en instanties leiden tot verwarring en misverstanden. In dat verband wijst de kinderrechter erop dat vanuit Youz (mede) om die reden ook is besloten om de contacten met vader via de manager te laten lopen. Het is uiteraard van belang dat de vader zijn input kan leveren over de in te zetten zorg en onderwijs en op de hoogte gehouden wordt over de behandeling van [minderjarige01] . In verband met de noodzakelijke rust en het behoud van voortgang is het echter wel nodig dat het overleg van de vader met de hulpverleners wordt beperkt tot de door de gecertificeerde instelling ingekaderde momenten. Ter zitting heeft de gecertificeerde instelling aangegeven dat overleg met de vader in ieder geval één keer in de twee weken (voorafgaand en na het weekendverlof van [minderjarige01] ) zal plaatsvinden. Buiten deze overlegmomenten met de hulpverlening is de gecertificeerde instelling altijd beschikbaar voor vragen en input van de vader. Onder deze omstandigheden oordeelt de kinderrechter dat de schriftelijke aanwijzing geen te vergaande inbreuk vormt op het gezagsrecht van de vader, voldoende concreet is en in stand kan blijven. Daarbij heeft de kinderrechter ook meegewogen dat de gecertificeerde instelling heeft toegezegd dat de schriftelijke aanwijzing wordt ingetrokken zodra er een hulpverleningsplan ligt en de betrokkenen zich hieraan conformeren.

De kinderrechter benadrukt ten overvloede op dat het voor [minderjarige01] belangrijk is dat de communicatie en samenwerking tussen de vader en de gecertificeerde instelling constructief verloopt en gaat er vanuit dat de vader en de gecertificeerde instelling zich hiervoor zullen blijven inzetten.

Daarom zal als volgt worden beslist.

Beslissing

De kinderrechter:

wijst af het verzoek tot vervallen verklaren van de schriftelijke aanwijzing.

Deze beschikking is gegeven door mr. O.F. Bouwman, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. J.M. Dreef als griffier en in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2023.

Ingevolge artikel 807 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering staat tegen deze beslissing geen hoger beroep open, maar slechts cassatie in het belang der wet.