Personen- en familierecht
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding. Vervangende toestemming reizen naar Irak afgewezen.
Rechtbank Den Haag, 5 augustus 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:15710 · Rechtbank Den Haag · 5 augustus 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/civiel-recht/personen-en-familierecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2025-15710
Zaakgegevens
Op 5 augustus 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 5 augustus 2025
- Datum publicatie
- 22 augustus 2025
- Zaaknummer
- C/09/689381 / KG ZA 25-761
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:15710
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding. Vervangende toestemming reizen naar Irak afgewezen.
Uitspraak
Rechtbank den haag
Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/689381 / KG ZA 25-761
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding ter zitting van 5 augustus 2025
in de zaak van
[eiseres] te [woonplaats 1] ,
eiseres,
advocaat mr. L.T.C.M. Geurts te ’s-Gravenhage.
tegen:
[gedaagde] te [woonplaats 2] ,
gedaagde,
advocaat mr. N. van Amsterdam te Leiden.
Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als de moeder en de vader.
Aanwezig is mr. C. van Hees, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. A.I. Knops, griffier.
Tevens zijn aanwezig beide partijen vergezeld van hun advocaat.
Nadat partijen hun standpunten hebben toegelicht, over en weer hebben gereageerd op de standpunten van de wederpartij en vragen van de voorzieningenrechter hebben beantwoord, heeft de voorzieningenrechter met toepassing van artikel 29a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) mondeling uitspraak gedaan. Deze luidt als volgt.
1 De gronden van de beslissing
Het staat vast dat partijen een affectieve relatie met elkaar hebben gehad. Zij zijn de ouders van de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2020 in [geboorteplaats] . De ouders oefenen het gezamenlijk gezag uit over [minderjarige] .
De moeder vordert in deze procedure, zakelijk weergegeven, vervangende toestemming om met [minderjarige] naar [land] te reizen in de periode van 11 tot 31 augustus 2025 wegens familiebezoek. De vader is het daar niet mee eens.
De rechtbank wijst de vordering van de moeder af. De reden daarvoor is dat het in [land] niet veilig is.
Uit informatie van het Ministerie van Buitenlandse Zaken volgt dat het reisadvies voor [land] de code rood is. Het advies ten aanzien van code rood luidt: ‘Wat uw situatie ook is: reis er niet heen. Het is er te gevaarlijk. De Nederlandse ambassade kan u niet helpen als u in de problemen is.’ Volgens het Ministerie van Buitenlandse zaken bestaat in [land] het risico op aanslagen, raketaanvallen en zijn er demonstraties waar geweld kan ontstaan tegen westerse doelen.
De voorzieningenrechter heeft begrip voor de wens van de moeder om met [minderjarige] haar familie te bezoeken in [land] . Ook voor de ontwikkeling van de identiteit van [minderjarige] kan dit positief zijn. Dit weegt echter niet op tegen de veiligheidsrisico’s.
Omdat het om een familierechtelijke zaak gaat, zal de voorzieningenrechter beslissen dat de ouders allebei hun eigen proceskosten dragen.