Personen- en familierecht
Hoofdverblijfplaats. Referteverklaring.
Rechtbank Den Haag, 24 oktober 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:20787 · Rechtbank Den Haag · 24 oktober 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/civiel-recht/personen-en-familierecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2025-20787
Zaakgegevens
Op 24 oktober 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 24 oktober 2025
- Datum publicatie
- 6 november 2025
- Zaaknummer
- C/09/676175 / FA RK 24-8427
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J.L.J. Kapteijn te Alphen aan den Rijn.
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:20787
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Hoofdverblijfplaats. Referteverklaring.
Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 24-8427
Zaaknummer: C/09/676175
Datum beschikking: 24 oktober 2025
Gezagsuitoefening
Beschikking op het op 22 november 2024 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.L.J. Kapteijn te Alphen aan den Rijn.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Procedure
Bij beschikking van 8 april 2025 van deze rechtbank is bepaald dat de vader met ingang van 30 juni 2024 € 273,00 per maand per kind aan alimentatie aan de moeder betaalt en is de behandeling van het verzoek tot de vaststelling van de hoofdverblijfplaats pro forma aangehouden.
De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
- de brief van 26 september 2025 van de zijde van de moeder, met als bijlage een referteverklaring van de vader.
Beoordeling
De moeder heeft verzocht de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij haar te bepalen.
Uit de referteverklaring van de vader volgt dat hij zich niet verzet tegen het verzoek van de moeder en dat hij geen bezwaar maakt dat de rechtbank zonder mondelinge behandeling op dit verzoek beslist.
Daarom zal de rechtbank het verzoek van de moeder als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen, nu ook niet is gebleken dat het belang van de minderjarigen zich daartegen verzet.
Beslissing
De rechtbank:
bepaalt dat de minderjarigen:
-
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2018 te [geboorteplaats 1] ;
-
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2021 te [geboorteplaats 2] ;
de hoofdverblijfplaats zullen hebben bij de moeder;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
|
Deze beschikking is gegeven door mr. E.D.A. Geleijns, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.J.W. Straatsma als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 24 oktober 2025. |