Personen- en familierecht

Afwijzen verzoek tot vaststelling omgangsregeling

Rechtbank Den Haag, 6 november 2025

Zaakgegevens

Op 6 november 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
6 november 2025
Datum publicatie
20 november 2025
Zaaknummer
C/09/610483 / FA RK 21-2528
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Advocaat
mr. W.N. Sardjoe te 's-Gravenhage, mr. B.S. van Haeften te 's-Gravenhage
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:21837
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Afwijzen verzoek tot vaststelling omgangsregeling

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 21-2528

Zaaknummer: C/09/610483

Datum beschikking: 6 november 2025


Omgang

Beschikking op het op 8 april 2021 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. W.N. Sardjoe te 's-Gravenhage.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. B.S. van Haeften te 's-Gravenhage.

Procedure

Bij beschikking van deze rechtbank van 27 februari 2025 is – voor zover hier van belang – bepaald dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voorlopig begeleide omgang met de vader zullen hebben één uur per veertien dagen, waarbij deze omgang onder regie van [instantie] uitgebreid kan worden.

De rechtbank heeft opnieuw kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:

  • het F9-formulier van 14 augustus 2025 van de zijde van de moeder;

  • het F9-formulier van 20 oktober 2025 van de zijde van de moeder, met bijlage.

Beoordeling

Blijkens het verslag van [instantie] is er geen begeleide omgang tot stand komen tussen de vader en de kinderen. De vader heeft bij [instantie] aangegeven dat hij de kinderen niet wil dwingen tot contact met hem, en dat hij de situatie aan de tijd wil overlaten; wellicht willen de kinderen op latere leeftijd uit zichzelf weer het contact met hem opzoeken. In deze procedure heeft de vader, ondanks rappel van de rechtbank, niets meer van zich laten horen en zich dus ook niet heeft uitgelaten over de door hem gewenste voortgang van de procedure.

Bij deze stand van zaken ziet de rechtbank geen andere mogelijkheden meer om contact tussen de vader en de kinderen tot stand te laten komen. Zij zal het verzoek van de vader tot vaststelling van een omgangsregeling tussen hem en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] dan ook afwijzen.

Beslissing

De rechtbank:

wijst af het verzoek van de vader tot vaststelling van een omgangsregeling.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Olland, kinderrechter, bijgestaan door mr. E.M. van Middelkoop als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 6 november 2025.