Personen- en familierecht

Wijziging zorgregeling, verzoek ingetrokken

Rechtbank Den Haag, 28 oktober 2025

Zaakgegevens

Op 28 oktober 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
28 oktober 2025
Datum publicatie
8 januari 2026
Zaaknummer
C/09/657365 / FA RK 23-8568
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Advocaat
voorheen mr. J.H. Weermeijer-Patist te Leiden en mr. J.M Wigman te ’s-Gravenhage, mr. A.C. van ‘t Hek te Dordrecht
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:26154
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wijziging zorgregeling, verzoek ingetrokken

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige Kamer

Rekestnummer: FA RK 23-8568

Zaaknummer: C/09/657365

Datum beschikking: 28 oktober 2025

Wijziging verdeling zorg- en opvoedingstaken

Beschikking op het op 30 november 2023 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,

wonende te [woonplaats 1] ,

advocaat: voorheen mr. J.H. Weermeijer-Patist te Leiden en mr. J.M. Wigman te ’s-Gravenhage, nu geen advocaat.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,

wonende te [woonplaats 2] ,

advocaat: mr. A.C. van ‘t Hek te Dordrecht.

Procedure

Bij beschikking van 5 maart 2024 zijn de ouders verwezen naar(De Rotterdamse omgangsbegeleiding voorziet blijkens haar folder in omgangsbegeleiding voor de duur van in beginsel maximaal zes maanden, overeenkomend met acht à negen contacten.) Jeugdteams Leidse Regio voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling, en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie. Iedere verdere beslissing ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, de kinderalimentatie en de proceskosten is aangehouden. Het verzoek om kinderalimentatie is afgesplitst zodat de man verweer kon voeren.

Bij beschikking van 9 oktober 2024 is de door de vader met ingang van 1 april 2024 te betalen alimentatie voor de minderjarige [de minderjarige] bepaald op € 231,- per maand, vanaf heden telkens bij vooruitbetaling aan de moeder te voldoen. Iedere verdere beslissing ten aanzien van de zorg- en opvoedingstaken en de proceskosten is aangehouden.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

? de brief van 30 september 2024, met bijlagen, van de zijde van de vader;

? het F9 formulier van 20 mei 2025 van de zijde van de moeder;

? het verslag van de zijde van Cardea;

? de brief van 2 juni 2025 van de zijde van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad);

? de brief van 8 september 2025 van de zijde van de Raad, met als bijlage het raadsrapport met kenmerk KZ-1-6559ODH;

? het F9 formulier van 30 september 2025, met bijlage, van de zijde van de moeder;

? het F5 formulier van 14 oktober 2025 van de zijde van de moeder.

[de minderjarige] heeft zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek.

Op 14 oktober 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld, gecombineerd met het verzoek tot ondertoezichtstelling, bekend onder zaak- en rekestnummer C/09/691269 en FA RK 25-1566. Op het laatstgenoemde verzoek wordt bij afzonderlijke beschikking van 28 oktober 2025 beslist.

Ter zitting zijn verschenen:

? de vader;

? de moeder, bijgestaan door haar advocaat en een stagiaire, [naam 1] ;

? [naam 2] namens de Raad;

? [naam 3] namens de gecertificeerde instelling.

Beoordeling

Bij F5 formulier van 14 oktober 2025 heeft de moeder haar verzoek tot vaststelling van een zorgregeling ingetrokken, nu de ouders overeenstemming hebben bereikt over de zorgregeling. Op de zitting heeft de vader dit bevestigd en naar voren gebracht dat ook wat hem betreft geen beslissing meer nodig is omtrent de zorgregeling. De rechtbank begrijpt hier uit dat ook de vader zijn verzoeken intrekt.

De rechtbank constateert daarom dat zij in de onderhavige zaak geen beslissing meer hoeft te nemen.

Beslissing

De rechtbank:

stelt vast dat niets meer te beslissen valt.

Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M. Meijer als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 28 oktober 2025.