Personen- en familierecht

Beëindiging werkzaamheden bijzondere curator

Rechtbank Den Haag, 28 augustus 2026

Zaakgegevens

Op 28 augustus 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
28 augustus 2026
Datum publicatie
28 september 2026
Zaaknummer
C/09/693672 / FA RK 25-8110
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Advocaat
mr. L.C. de Rijk te Amersfoort.
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:28444
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beëindiging werkzaamheden bijzondere curator

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 25-8110

Zaaknummer: C/09/693672

Datum beschikking: 28 augustus 2026

Beëindiging werkzaamheden bijzondere curator ex artikel 1:212 BW

Beschikking op het op 27 oktober 2025 ingekomen verzoekschrift van:

[verzoeker] ,

verzoeker,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. L.C. de Rijk te Amersfoort.

Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de vrouw] ,

de vrouw,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

en

de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2023 te [geboorteplaats] ,

in rechte vertegenwoordigd door mr. E. Jongkoen,

advocaat te Den Haag,

in de hoedanigheid van bijzondere curator.

Procedure

Bij beschikking van 4 november 2025 is mr. E. Jongkoen voornoemd benoemd tot bijzondere curator teneinde de minderjarige op grond van artikel 1:212 van het Burgerlijk Wetboek te vertegenwoordigen. De inhoudelijke behandeling is pro forma aangehouden.

De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken waaronder:

  • het verslag van de bijzondere curator van 15 december 2025;

  • het F9 formulier van 19 januari 2026, met bijlage, van de zijde van verzoeker;

  • het F9 formulier van 19 januari 2026 van de zijde van verzoeker;

  • het F9 formulier van 26 januari 2026, met bijlage van de zijde van verzoeker;

  • het F5 formulier van 11 maart 2026, van de zijde van verzoeker;

  • het F9 formulier van 27 mei 2026 van de zijde van verzoeker.

Beoordeling

Verzoeker heeft de rechtbank op 19 januari 2026 bericht dat partijen in onderling overleg de erkenning van de minderjarige hebben geregeld. Op 26 januari 2026 heeft verzoeker de akte van erkenning overgelegd.

Omdat partijen in onderling overleg de erkenning hebben geregeld is vertegenwoordiging van de minderjarige door de bijzondere curator niet meer nodig. De rechtbank beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd.

Omdat verzoeker bij bericht van 11 maart 2026 zijn verzoeken heeft ingetrokken stelt de rechtbank vast dat er verder niets meer te beslissen valt.

Beslissing

De rechtbank:

beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure als beëindigd;

stelt vast dat er verder niets meer te beslissen valt.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.L. Strop, kinderrechter, bijgestaan door
mr. A.F. Lemmens als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 28 augustus 2026.