Personen- en familierecht

Afwijzing van de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling

Rechtbank Den Haag, 14 september 2026

Zaakgegevens

Op 14 september 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
14 september 2026
Datum publicatie
15 oktober 2026
Zaaknummer
C/09/712329 / FA RK 26-9240
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Advocaat
mr. S.M. den Hollander te Den Haag.
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:30305
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Afwijzing van de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG


Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaak-/rekestnr.: C/09/712329 / FA RK 26-9240

Datum beschikking: 14 september 2026

Afwijzing van de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling

Beschikking naar aanleiding van het op 9 september 2026 door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:

[cliënt] ,

hierna te noemen: cliënt,

geboren op [geboortedatum] 1944 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] ,

thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie] te [plaats] ,

advocaat: mr. S.M. den Hollander te Den Haag.

Procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 9 september 2026.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

- de beschikking tot inbewaringstelling van de burgemeester van de gemeente Den Haag van 8 september 2026;

- de op 8 september ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige arts, [arts] , die cliënt met het oog op de machtiging kort tevoren heeft onderzocht, maar niet bij haar behandeling betrokken was;

- een indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 31 augustus 2026.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 14 september 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:

- cliënt, bijgestaan door haar advocaat;

- de specialist ouderengeneeskunde, [specialist] .

Standpunten ter zitting

Door en namens cliënt is naar voren gebracht dat cliënt graag in de huidige accommodatie zou willen blijven. Zij ervaart de plek als prettig. Mocht dat niet mogelijk zijn, dan verzoekt de advocaat om goed te kijken naar een andere passende plek. Daarbij wordt gedacht aan HWW zorg, in een voor cliënt bekende buurt.

Door de specialist ouderengeneeskunde is naar voren gebracht dat cliënt goed functioneert op de nabijheid en de structuur van het verpleeghuis. Met name de interactie met de zoon in de thuissituatie van cliënt heeft voor onrust gezorgd. Cliënt vindt het hier prettig en er is geen sprake meer van gedragsproblemen of valincidenten. Ook is er geen sprake van verbaal of fysiek verzet. De specialist ouderengeneeskunde heeft toegelicht dat er in overleg met familieleden in de komende periode naar een passend verpleeghuis zal worden gezocht en dat cliënt tot die tijd hier kan verblijven.

Beoordeling

Uit het behandelde ter zitting is gebleken dat cliënt zich niet verzet tegen de voortzetting van het verblijf in de accommodatie. Gelet op het voorgaande is niet voldaan aan de criteria voor een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.

Beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.M. Koole, rechter, bijgestaan door mr. S.M. Plug als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 14 september 2026.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 23 september 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.