Personen- en familierecht
Kinderontvoering: opneming vaststellingsovereenkomst. Alvorens deze beschikking is gegeven is bij…
Rechtbank Den Haag, 4 augustus 2016
ECLI:NL:RBDHA:2016:9838 · Rechtbank Den Haag · 4 augustus 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/civiel-recht/personen-en-familierecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbdha-2016-9838
Zaakgegevens
Op 4 augustus 2016 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Datum uitspraak
- 4 augustus 2016
- Datum publicatie
- 19 augustus 2016
- Zaaknummer
- C/09/511556 / FA RK 16-3916
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. A. van Toorn te Rotterdam, mr. Y.M. Schrevelius te Rotterdam
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2016:9838
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Kinderontvoering: opneming vaststellingsovereenkomst. Alvorens deze beschikking is gegeven is bij tussenbeschikking 21-07-2016 (ECLI:NL:RBDHA:2016:9839) de teruggeleiding van het kind naar erlgie gelast en zijn partijen in de gelegenheid gesteld detijdens de procedure, in cross border mediation, gesloten spiegelovereenkomst over te leggen.
Procesgang
Rechtbank Den Haag · 21 juli 2016
ECLI:NL:RBDHA:2016:9839Rechtbank Den Haag · 4 augustus 2016deze uitspraak
ECLI:NL:RBDHA:2016:9838
Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Meervoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 16-3916
Zaaknummer: C/09/511556
Datum beschikking: 4 augustus 2016
Internationale kinderontvoering
Beschikking op het op 25 mei 2016 ingekomen verzoek van:
[de vader] ,
de vader,
wonende te [plaats] (België),
advocaat: mr. A. van Toorn te Rotterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder] ,
de moeder,
ten tijde van indiening van het verzoekschrift wonende te [plaats] , thans wonende te [plaats] dan wel te [plaats] ,
advocaat: mr. Y.M. Schrevelius te Rotterdam.
Procedure
Bij beschikking van 21 juli 2016 van deze rechtbank is de terugkeer gelast van de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] , naar België, zulks uiterlijk op 5 augustus 2016. Iedere verdere beslissing is aangehouden teneinde partijen in de gelegenheid te stellen de tussen hen gesloten vaststellingsovereenkomst in het geding te brengen.
De rechtbank heeft vervolgens ontvangen:
- een faxbericht d.d. 22 juli 2016 van de zijde van de moeder;
- een faxbericht d.d. 25 juli 2016 van de zijde van de vader;
- een faxbericht d.d. 2 augustus 2016 van de zijde van de moeder.
Beoordeling
De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.
Aan de orde is thans alleen nog het verzoek van de ouders tot opname van de vaststellingsovereenkomst in de beschikking.
De vaststellingsovereenkomst bevat de door de ouders getroffen onderlinge regeling ter zake de ouderlijke verantwoordelijkheid aangaande voornoemde minderjarige.
Opname vaststellingsovereenkomst
Krachtens artikel 12 lid 3 van de EG-Verordening nr. 2201/2003 van 27 november 2003 is de Nederlandse rechter bevoegd te beslissen op het verzoek tot opname van de vaststellingsovereenkomst in deze beschikking, nu de minderjarige een nauwe band heeft met Nederland doordat de moeder haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft, de minderjarige de Nederlandse nationaliteit heeft en de bevoegdheid van de Nederlandse rechter op het tijdstip waarop het verzoek bij deze rechtbank is ingediend door beide ouders op ondubbelzinnige wijze is aanvaard en door het belang van de minderjarige wordt gerechtvaardigd.
De rechtbank zal Nederlands recht als haar interne recht toepassen. Nu beide ouders de bevoegdheid van deze rechtbank hebben aanvaard, zal de rechtbank het verzoek als op de wet gegrond toewijzen.
Beslissing
De rechtbank:
neemt op de door de vader en de moeder getroffen onderlinge regeling ter zake de ouderlijke verantwoordelijkheid aangaande genoemde minderjarige, zoals neergelegd in de (in fotokopie) aan deze beschikking gehechte vaststellingsovereenkomst d.d. 12 juni 2016 en verklaart de beschikking in zoverre uitvoerbaar bij voorraad.
|
Deze beschikking is gegeven door mrs. I.D. Bellaart, K.M. Braun en M.P. Verloop, tevens kinderrechters, bijgestaan door V. van den Hoed-Koreneef als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 augustus 2016. |
||