Personen- en familierecht
Internationale kinderontvoering - Eindbeslissing t.a.v. opname spiegelovereenkomst. De rechtbank heeft van…
Rechtbank Den Haag, 12 april 2024
ECLI:NL:RBDHA:2024:5602 · Rechtbank Den Haag · 12 april 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/civiel-recht/personen-en-familierecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbdha-2024-5602
Zaakgegevens
Op 12 april 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 12 april 2024
- Datum publicatie
- 18 april 2024
- Zaaknummer
- C/09/659545 / FA RK 24-137
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. L. Stam te ’s-Hertogenbosch, mr. J.A.M. Schoenmakers te Breda
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2024:5602
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Internationale kinderontvoering - Eindbeslissing t.a.v. opname spiegelovereenkomst. De rechtbank heeft van partijen geen spiegelovereenkomst ontvangen. Gebleken is dat (een van) partijen in hoger beroep is/zijn gegaan tegen de beslissing van deze rechtbank van 7 maart 2024. De rechtbank zal daarom het verzoek tot opname van de vaststellingsovereenkomst afwijzen.
Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Meervoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-137
Zaaknummer: C/09/659545
Datum beschikking: 12 april 2024
Internationale kinderontvoering
Beschikking op het op 8 januari 2024 ingekomen verzoek van:
[de vader] ,
de vader,
wonende te [woonplaats 1] , Denemarken,
advocaat: mr. L. Stam te ’s-Hertogenbosch.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende te [woonplaats 2] ,
advocaat: mr. J.A.M. Schoenmakers te Breda.
Procedure
Bij beschikking van 7 maart 2024 van deze rechtbank is het verzoek tot teruggeleiding van de kinderen naar Denemarken toegewezen. Daarnaast is de moeder veroordeeld tot betaling aan de vader van de door hem gemaakte reis- en verblijfskosten in verband met de achterhouding en teruggeleiding. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld binnen drie weken na de beschikkingsdatum de tussen hen gesloten vaststellingsovereenkomst (spiegelovereenkomst) in het geding te brengen. Iedere beslissing ten aanzien van het verzoek tot opname van de vaststellingsovereenkomst in de beschikking is aangehouden in afwachting van bericht van partijen.
Beoordeling
De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.
Aan de orde is thans alleen nog het verzoek van de ouders tot opname van de vaststellingsovereenkomst in de beschikking en de proceskostenveroordeling.
De rechtbank heeft van partijen geen spiegelovereenkomst ontvangen. Gebleken is dat (een van) partijen in hoger beroep is/zijn gegaan tegen de beslissing van deze rechtbank van 7 maart 2024. De rechtbank zal daarom, zoals ook met partijen is besproken op de zitting van 22 februari 2024 en vermeld in de beschikking van 7 maart 2024, het verzoek tot opname van de vaststellingsovereenkomst afwijzen.
Beslissing
De rechtbank:
wijst af het verzoek tot opname van de vaststellingsovereenkomst.
Deze beschikking is gegeven door mrs. A.C. Olland, A.M. van der Vliet, T.M. Coppes, tevens kinderrechters, bijgestaan door mr. N.C. Gantenbein als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 april 2024.