Verbintenissenrecht
Rechtbank Den Haag · Eerste aanleg - enkelvoudig · Verbintenissenrecht
Rechtbank Den Haag, 7 september 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:26199 · Rechtbank Den Haag · 7 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/civiel-recht/verbintenissenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-26199
Zaakgegevens
Op 7 september 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 7 september 2026
- Datum publicatie
- 10 september 2026
- Zaaknummer
- NL26.45320
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:26199
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
plakvovo; afgewezen.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.45320
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster], verzoekster
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. T.T. van Wijchen),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 3 augustus 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoekster niet in behandeling genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Dit besluit is tevens een overdrachtsbesluit.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft gelijktijdig de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
-
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
-
Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.45319, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
-
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 7 september 2026 door mr. K.M. de Jager, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M. Gasi, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.