Verbintenissenrecht

Tussenvonnis. Oproepen getuigen. De rechtbank weigert de eiswijziging omdat deze te laat is gedaan.

Rechtbank Den Haag, 14 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 14 oktober 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
14 oktober 2026
Datum publicatie
15 oktober 2026
Zaaknummer
C/09/697764
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Advocaat
mr. P.J.L.J. Duijsens, mr. S.A. van Leeuwen
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:30337
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Tussenvonnis. Oproepen getuigen. De rechtbank weigert de eiswijziging omdat deze te laat is gedaan.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team Handel

Zaaknummer: C/09/697764 / HA ZA 26-80

Vonnis van 14 oktober 2026

in de zaak van

[eisende partij] , te [woonplaats],

eisende partij,

advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,

tegen

[gedaagde partij] B.V., te [vestigingsplaats],

gedaagde partij,

advocaat: mr. S.A. van Leeuwen.

Partijen worden hierna ‘[eisende partij]’ en ‘[gedaagde partij]’ genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het procesdossier bestaat uit de volgende documenten:

- het tussenvonnis in deze zaak van 3 juni 2026 en de daarin genoemde documenten;

- de akte na tussenvonnis van [gedaagde partij] van 17 juni 2026, met producties 11 t/m 18;

- de akte na tussenvonnis van [gedaagde partij] van 1 juli 2026;

- de akte na tussenvonnis van [eisende partij] van 1 juli 2026, met productie 8;

- de e-mail van de griffie van de rechtbank van 1 juli 2026 met de mededeling dat de akte na tussenvonnis van [eisende partij] van 17 juni 2026 wordt geweigerd omdat dit een verkapte conclusie is, en dat [eisende partij] een herstelakte mag nemen;

- ( herstel)akte na tussenvonnis van [eisende partij] van 8 juli 2026, met producties 4 t/m 8;

- de e-mail van de advocaat van [gedaagde partij] van 5 oktober 2026;

- de e-mail van de advocaat van [eisende partij] van 7 oktober 2026.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

2.1.

In haar tussenvonnis van 3 juni 2026 heeft de rechtbank [eisende partij] opgedragen te bewijzen dat partijen met de koopovereenkomst hebben bedoeld af te spreken dat [eisende partij] de bedrijfswoning ook terug kan kopen op een moment waarop de bestemming van de woning niet gewijzigd is naar een burgerbestemming. [gedaagde partij] is op haar beurt de gelegenheid gegeven om tegenbewijs te leveren. De rechtbank heeft partijen opgedragen dit (tegen)bewijs te leveren in de vorm van door partijen op te roepen getuigen en/of nadere bewijsstukken.

2.2.

Partijen hebben diverse nadere aktes genomen en stukken ingediend, zoals opgesomd onder ‘De procedure’. [eisende partij] heeft op 8 juli 2026 ook een akte eiswijziging ingediend.

De eiswijziging van [eisende partij] wordt geweigerd

2.3.

De rechtbank staat de door [eisende partij] gewenste eiswijziging niet toe. Met deze eiswijziging zouden, indien deze zou worden toegestaan, de grenzen van het partijdebat zodanig worden verschoven dat (de inhoud van) de stelplicht en bewijslast veranderen, in het stadium waarin de mondelinge behandeling reeds heeft plaatsgevonden en al een bewijsopdracht is gegeven. De nieuw gevorderde verklaringen voor recht en bevelen vergen een aanvullend partijdebat waar in dit stadium van de procedure geen ruimte meer voor is. De eiswijziging is daarom in strijd met de goede procesorde.

Op te roepen getuigen

2.4.

Bij aktes van 1 juli 2026 en 8 juli 2026 heeft [eisende partij] een opsomming gemaakt van de getuigen die hij wenst op te roepen. Bij e-mail van zijn advocaat van 7 oktober 2026 heeft [eisende partij] laten weten de volgende vier personen als getuigen te willen horen: [eisende partij] zelf, de heer [naam 1] ([bedrijfsnaam]), de heer [naam 2] (notaris) en [naam 3] (bestuurder van [gedaagde partij]).

2.5.

[gedaagde partij] heeft in haar akte van 1 juli 2026 bezwaar gemaakt tegen de (aanvankelijk) door [eisende partij] gewenste op te roepen getuigen. [gedaagde partij] heeft zich primair op het standpunt gesteld dat het horen van getuigen niet noodzakelijk is, en subsidiair aangeboden tegenbewijs te leveren middels het horen van de volgende getuigen: [naam 3] (bestuurder van [gedaagde partij]), [naam 4] (bestuurder van [gedaagde partij]), [naam 1] en [naam 5].

2.6.

Uit het voorgaande volgt dat partijen (inmiddels) de volgende zes getuigen wensen op te roepen:

  • Beide partijen wensen [naam 3] (als partijgetuige) en [naam 1] (als getuige) op te roepen.

  • [eisende partij] wenst zichzelf (als partijgetuige) en [naam 2] (als getuige) op te roepen.

  • [gedaagde partij] wenst [naam 4] (als partijgetuige) en [naam 5] (als getuige) op te roepen.

2.7.

De rechtbank staat het oproepen van deze zes getuigen toe, in enquête en direct aansluitend in contra-enquête.

2.8.

De rechtbank bepaalt dat de partijgetuigen ([eisende partij], [naam 3] en [naam 4]) als eersten worden gehoord (vóór 12:00 uur) en de andere drie getuigen na 12:30 uur. De rechtbank verzoekt partijen ervoor te zorgen dat de drie andere getuigen op zo’n manier worden oproepen dat zij niet onnodig lang op de gang hoeven te wachten.

2.9.

Zoals de rechtbank al aan partijen heeft gecommuniceerd zullen de getuigenverhoren plaatsvinden op 5 november 2026, vanaf 9:00 uur.

2.10.

De rechtbank gaat er – met het oog op de proceskosten en de voortgang in de zaak – vanuit dat alle getuigen op één dag worden gehoord. Dit stelt wel grenzen aan hoeveel tijd er per getuige beschikbaar is.

2.11.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

bepaalt dat de onder 2.6 genoemde getuigen op 5 november 2026 vanaf 09:00 uur zullen worden gehoord (in enquête en aansluitend in contra-enquête);

3.2.

beveelt partijen zorg te dragen voor de oproeping van deze getuigen, met inachtneming van wat onder 2.8 is overwogen;

3.3.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.J-A. Seinen en in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2026.

3516