Strafrecht overig

Onverzekerde bromfiets. Uit de BRP-gegevens van betrokkene is gebleken dat hij in een PI verbleef. Tevens…

Rechtbank Den Haag, 16 september 2026

Zaakgegevens

Op 16 september 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Gouda
Datum uitspraak
16 september 2026
Datum publicatie
15 oktober 2026
Zaaknummer
12133328 MB VERZ 26-20299
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:30342
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Onverzekerde bromfiets. Uit de BRP-gegevens van betrokkene is gebleken dat hij in een PI verbleef. Tevens blijkt uit deze gegevens dat betrokkene nu in België woont. Nu uit het RDW-uittreksel blijkt dat het voertuig voorafgaand aan de controle was geschorst en op 25 april 2025 alsnog opnieuw is geschorst, en tevens aannemelijk is geworden dat er niet met het voertuig is gereden, wordt de boete gematigd met de helft. Beroep deels gegrond.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Zittingsplaats Gouda

CJIB-nummer: 272445230

Registratienummer team straf: 12133328 MB VERZ 26-20299

Uitspraakdatum : 16 september 2026

Beslissing van de kantonrechter, tevens houdende het opgemaakte proces-verbaal van de zitting

in de zaak van

[betrokkene]

wonende dan wel gevestigd te: [adres]

, nader ook te noemen: betrokkene.

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de zitting van 16 september 2026. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet ter zitting verschenen.

Overwegingen

Verkeersboete

Het gaat om een bedrag van € 459,00 (inclusief administratiekosten) wegens voor een bromfiets niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden op 27 januari 2025.

Beroepsgronden en standpunten

De beroepsgronden houden in de kern het volgende in. Betrokkene voert aan geen zekerheid te kunnen stellen omdat hij dit niet kan betalen. Ook was hij niet in staat het voertuig tijdig te schorsen vanwege detentie.

De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft ter zitting voorgesteld het beroep deels gegrond te verklaren. De vertegenwoordiger heeft daarover in het bijzonder aangevoerd dat het draagkrachtverweer niet onderbouwd is maar dat wel uit de BRP-gegevens van betrokkene is gebleken dat hij in een PI verbleef. Tevens blijkt uit deze gegevens dat betrokkene thans in België woont. Nu uit het RDW-uittreksel blijkt dat het voertuig voorafgaand aan de controle was geschorst en op 25 april 2025 alsnog opnieuw is geschorst en tevens aannemelijk is geworden dat er niet met het voertuig is gereden, verzoekt de vertegenwoordiger van de officier van justitie om de boete te matigen met de helft.


Oordeel

Het beroep is gedeeltelijk gegrond.


Daartoe overweegt de kantonrechter het volgende.

Het beroep is tijdig ingediend en de zekerheid voor de betaling van de boete wordt ter zitting op nihil gesteld dus het beroep is ontvankelijk.

Uit de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht blijkt dat het voertuig op de pleegdatum niet verzekerd was. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd of in het dossier, geen aanleiding te twijfelen aan deze verklaring van de verbalisant. De gedraging staat naar het oordeel van de kantonrechter dan ook voldoende vast en rechtvaardigt de opgelegde boete.

De kantonrechter is, alles overwegende, met de officier van justitie van oordeel dat er voldoende aanleiding bestaat om de opgelegde boete te matigen tot de helft (€ 234,00 inclusief administratiekosten). Het beroep zal dan ook gedeeltelijk gegrond worden verklaard.

Beslissing:

De kantonrechter:

  • verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;

  • wijzigt de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 234,00, inclusief administratiekosten;

  • verklaart het beroep voor het overige ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Schaaf, kantonrechter, bijgestaan door

D.C. Carsten, griffier en in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:

a. de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of

b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.

Het beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Den Haag, Team Straf en dient door degene die het beroep heeft ingesteld of door zijn gemachtigde te zijn ondertekend.

De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.