Strafrecht overig

Beklag ex artikel 552a Sv strekkende tot teruggave nav een Europees onderzoeksbevel inbeslaggenomen goederen…

Rechtbank Den Haag, 15 december 2020

Zaakgegevens

Op 15 december 2020 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
's-Gravenhage
Datum uitspraak
15 december 2020
Datum publicatie
16 december 2020
Zaaknummer
20-3079
Procedure
Raadkamer
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2020:12859
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beklag ex artikel 552a Sv strekkende tot teruggave nav een Europees onderzoeksbevel inbeslaggenomen goederen.

Nu de Franse onderzoeksrechter te kennen heeft gegeven de goederen feitelijk overgedragen te willen krijgen en dus niet af te zien van het beslag, is er naar het oordeel van de rechtbank een voortdurend belang van strafvordering. De omstandigheid dat een telefoon bij inbeslagname kennelijk in een doos zat, sluit naar het oordeel van de rechtbank niet uit dat ook deze gegevensdrager ter waarheidsvinding kan dienen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Lurisnummer: EOB-I-2019023045

Raadkamernummer: 20/3079

Beslissing van de rechtbank Den Haag, meervoudige raadkamer in strafzaken, op het beklag ex artikel 552a juncto artikel 5.4.10 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[klaagster] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

[adres 1] ,

voor deze zaak woonplaats kiezende op het kantoor van haar advocaat mr. F. Tosun, Ankersmidplein 2, 1506 CK te Zaandam,

hierna: klaagster.

1 Inleiding

Naar aanleiding van een Europees Onderzoeksbevel (hierna: EOB) van de Franse autoriteiten heeft in het kader van een strafrechtelijk onderzoek met betrekking tot – kort gezegd – de handel in verdovende middelen op 13 oktober 2020 een zoeking plaatsgevonden op de [adres 2] . Dit pand bestaat uit een café op de begane grond met daar boven een aantal studio’s, waaronder ook een studio die ten tijde van de zoeking door klaagster werd bewoond. In die studio is beslag gelegd op de volgende goederen:

- een mobiele telefoon, merk Huawei, inclusief oplader,

- een mobiele telefoon, merk Huawei, kleur zwart, in verpakking,

- een mobiele telefoon, merk iPhone, kleur goud, inclusief oplader,

- een laptop, merk Acer, inclusief oplader.

Klaagster heeft op 18 november 2020 bij deze rechtbank een beklag ex artikel 552a Sv ingediend, strekkende tot teruggave van voormelde goederen.

2 De procedure in raadkamer

De rechtbank heeft dit beklag op 1 december 2020 in raadkamer behandeld en heeft kennis genomen van het dossier met bovengenoemd lurisnummer.

De Franse autoriteiten hebben in de aanhef van het door hen uitgevaardigde EOB verzocht om geheimhouding van het onderliggende onderzoek. Het EOB en de onderliggende stukken zijn daarom niet verstrekt aan klaagster.

Klaagster is niet ter zitting verschenen, hoewel zij goed is opgeroepen.

Vanwege de landelijke maatregelen die door de rechtspraak in verband met het COVID-19 virus zijn getroffen, is de raadsvrouw, mr. F. Tosun, per videoconferentie – waarbij sprake is van een directe beeld- en geluidsverbinding met de rechtbank – ter zitting gehoord.

Verder is de officier van justitie, mr. D.M. Kortekaas, gehoord.

3. Het standpunt van klaagster

Klaagster verzoekt teruggave van de drie mobiele telefoons en de laptop die onder haar in beslag zijn genomen. De Huawei-telefoon onder het eerste gedachtestreepje is een telefoon van vier tot vijf jaren oud. De tweede Huawei-telefoon in verpakking

was bestemd voor klaagsters zwaar gehandicapte zoontje. De derde telefoon, de iPhone, en de laptop worden door klaagster gebruikt voor privédoeleinden. Op genoemde apparatuur staan voor klaagster zeer waardevolle foto’s en andere persoonlijke zaken. Aangezien klaagster geen enkele betrokkenheid heeft bij de (nog onbekende) toedracht van de woninginval, dient het beslag op haar privéapparatuur geen strafrechtelijk doel.

De raadsvrouw heeft zich ter zitting namens klaagster op het standpunt gesteld dat in elk geval de zwarte ongebruikte Huawei telefoon moet worden teruggeven aan klaagster. Als dit goed daadwerkelijk voor onderzoek wordt overgedragen aan de Franse autoriteiten, kan het jaren duren voordat klaagster het terugkrijgt. Aan de verpakking is te zien dat het om een nieuw en ongebruikt toestel gaat, waar niets aan te onderzoeken valt.

4 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het beklag ongegrond moet worden verklaard omdat het belang van strafvordering zich verzet tegen teruggave. Nu de Franse onderzoeksrechter kenbaar heeft gemaakt dat de goederen feitelijk moeten worden overgedragen, is het niet hoogst onwaarschijnlijk dat de voorwerpen zullen worden verbeurd verklaard of onttrokken aan het verkeer.

Ten aanzien van de zwarte Huawei telefoon – die bij de inbeslagname in een doos c.q. verpakking zat – wordt weliswaar gesteld dat deze nieuw en ongebruikt is. De Franse onderzoeksrechter gaat hier echter niet zomaar vanuit, zonder het goed eerst zelf te onderzoeken.

5 Het oordeel van de rechtbank

5.1

De bevoegdheid van de rechtbank

De rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het beklag, nu de erkenning en tenuitvoerlegging van het EOB zijn gedaan door de officier van justitie van het arrondissementsparket te Den Haag.

5.2

De ontvankelijkheid van klaagster

Ingevolge artikel 5.4.10 Sv moet een beklag tegen inbeslagname naar aanleiding van een EOB binnen veertien dagen na kennisgeving van het rechtsmiddel worden ingediend bij de rechtbank.


Uit hetgeen ter zitting is besproken leidt de rechtbank af dat, na de beslaglegging op 13 oktober 2020, kennelijk pas op 11 november 2020 een ongedateerde kennisgeving aan klaagster is verstrekt. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat klaagster binnen de termijn van veertien dagen haar klaagschrift heeft ingediend bij de rechtbank, zodat zij kan worden ontvangen in haar beklag.

5.3

De inhoudelijke beoordeling

De toetsing van de beklagrechter in verband met de rechtmatigheid van het beslag en de voortduring van het beslag omvat de vraag of aan de eisen van de wet is voldaan, en of anderszins geen fundamentele beginselen zijn geschonden. Het beklag over de rechtmatigheid van de inbeslagneming, dan wel voortduring van het beslag kan tevens betrekking hebben op de gevolgen van de eventuele overdracht van het beslag.

Voor wat betreft de vraag of is voldaan aan de eisen van de wet en of anderszins geen fundamentele beginselen zijn geschonden, moet worden gekeken naar de bepalingen met betrekking tot de erkenning en uitvoering. Een eventuele toetsing die de rechter uitvoert, mocht een beroep worden gedaan op de zorgvuldigheidseis, kan niet anders dan marginaal zijn, en betreft enkel de zorgvuldigheid waarmee de officier van justitie zijn afweging heeft gemaakt.

Evenals in beklagprocedures naar aanleiding van beslag dat is gelegd in een Nederlands strafrechtelijk onderzoek, behelst de toets van de rechter verder of het belang van strafvordering zich tegen teruggave verzet. Die toets blijft marginaal, nu de omstandigheid dat een staat een EOB uitvaardigt in een (kennelijk) lopend onderzoek of strafrechtelijke procedure voldoende is om dit strafvorderlijk belang aan te nemen. Het is immers niet aan de Nederlandse rechter om onderzoek te doen naar de gronden voor het uitvaardigen van het onderliggende rechtshulpverzoek.

De rechtbank stelt vast dat de Franse autoriteiten een EOB hebben uitgevaardigd in het kader van een lopend strafrechtelijk onderzoek naar de handel in verdovende middelen. Dit EOB is door de officier van justitie erkend en tenuitvoergelegd. Daarbij is gebruik gemaakt van de bevoegdheid als neergelegd in artikel 96 Sv, te weten de zelfstandige inbeslagnemingsbevoegdheid van een opsporingsambtenaar. De inzet van de bevoegdheden is naar Nederlands recht rechtmatig gebeurd en er doen zich geen weigeringsgronden als bedoeld in artikel 5.4.4 Sv voor.

Nu de Franse onderzoeksrechter te kennen heeft gegeven de goederen feitelijk overgedragen te willen krijgen en dus niet af te zien van het beslag, is er naar het oordeel van de rechtbank een voortdurend belang van strafvordering. Dit oordeel is niet anders ten aanzien van de zwarte Huawei telefoon die zich ten tijde van de inbeslagname in verpakking bevond. De omstandigheid dat die telefoon bij inbeslagname kennelijk in een doos zat, sluit naar het oordeel van de rechtbank niet uit dat deze gegevensdrager ter waarheidsvinding kan dienen.

Gelet op vorenstaande moet het beklag ongegrond worden verklaard.

6 Beslissing

De rechtbank verklaart het beklag ongegrond.

Aldus gedaan te Den Haag door mr. M.M. Meessen, voorzitter, mrs. M.M.F. Holtrop en L. Kelkensberg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E. Noorlander, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 15 december 2020.