Strafrecht overig
Beklag tegen beslag ex artikel 552a. Op KVI staat klaagster als beslagene vermeld, maar klaagster kan naar…
ECLI:NL:RBDHA:2021:9759 · Rechtbank Den Haag · 7 september 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/strafrecht/strafrecht-overig/rekestprocedure/ecli-nl-rbdha-2021-9759
Zaakgegevens
Op 7 september 2021 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 7 september 2021
- Datum publicatie
- 3 september 2021
- Zaaknummer
- 21/1942
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- RekestprocedureRekestprocedureEen procedure die begint met een verzoekschrift (rekest) aan de rechter in plaats van met een dagvaarding.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2021:9759
Samenvatting
Beklag tegen beslag ex artikel 552a. Op KVI staat klaagster als beslagene vermeld, maar klaagster kan naar het oordeel van de rechter niet als beslagene worden aangemerkt omdat uit het dossier blijkt dat zij de hond op het moment van inbeslagname al had verkocht
Uitspraak
Inhoudsopgave
Rechtbank DEN HAAG
Strafrecht
Raadkamernummer: 21/1942
Beslissing van de rechtbank Den Haag, enkelvoudige raadkamer in strafzaken, op het beklag ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[klaagster] ,
geboren op [geboortedatum] 1981 te [geboorteplaats]
[adres] ,
hierna: klaagster.
Inleiding
Op 13 juli 2021 is een hond (Stafford Terrier) in beslaggenomen. Het beklag strekt tot teruggave van de hond aan klaagster.
Tegen klaagster is de verdenking gerezen dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan het onthouden van zorg aan een hond (overtreding van artikel 1.3 jo. 2.1, eerste en derde lid, Wet dieren jo. artikel 1.3 Besluit houders van dieren).
De rechtbank ontving op 30 juli 2021 een klaagschrift van klaagster.
De procedure in raadkamer
De rechtbank heeft dit beklag op 24 augustus 2021 in openbare raadkamer behandeld en heeft kennis genomen van (een deel van) het strafdossier met nummer PL1500-2021202157.
Klaagster is gehoord. Tevens is de officier van justitie mr. R.R. Knobbout gehoord.
[belanghebbende] is - hoewel goed opgeroepen - niet verschenen.
Het standpunt van klaagster
Klaagster heeft verzocht om teruggave van de hond, omdat zij ten onrechte verdacht wordt van verwaarlozing van de hond. Zij had de hond pas verkocht en kon niet weten dat koper van de hond de hond zou achterlaten. Als de hond bij haar wordt teruggeplaatst, zal klaagster hem gelijk terug naar de fokker brengen.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat klaagster niet ontvankelijk moet worden verklaard, omdat zij tijdens haar verhoor bij de politie op 18 juli 2021 afstand heeft gedaan van de hond.
Het oordeel van de rechtbank
De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot behandeling van het beklag. Het klaagschrift is op 30 juli 2021 ingekomen ter griffie van deze rechtbank en derhalve tijdig ingediend.
Ontvankelijkheid klaagster
Hoewel op de kennisgeving van inbeslagname klaagster als beslagene staat vermeld, blijkt uit het strafdossier dat de hond niet onder klaagster in beslag is genomen. De hond werd door de politie namelijk aangetroffen terwijl hij aan een lantaarnpaal was vastgebonden zonder dat er een eigenaar in de buurt was, terwijl klaagster zelf heeft verklaard dat zij de hond de avond voor de inbeslagneming heeft verkocht. Voor de beoordeling van dit beklag merkt de rechtbank klaagster dan ook niet aan als beslagene. Aangezien klaagster niet stelt dat zij rechthebbende is op de hond en zij de hond reeds had verkocht, kan zij evenmin als belanghebbende worden aangemerkt.
Klaagster is daarom niet-ontvankelijk in haar klaagschrift.
Beslissing
De rechtbank verklaart klaagster niet-ontvankelijk in het beklag.
Aldus gedaan te Den Haag door mr. P.G. Salvadori, rechter, in tegenwoordigheid van mrs. M. van Haalem en K. Muijsert, griffiers, en uitgesproken ter openbare zitting van 7 september 2021.
Deze beslissing is ondertekend door de rechter en de griffiers.