Burgerlijk procesrecht
Mondelinge uitspraak. Kort geding. Executiegeschil. Verwijzing door kantonrechter naar voorzieningenrechter…
Rechtbank Gelderland, 9 september 2026
ECLI:NL:RBGEL:2026:7636 · Rechtbank Gelderland · 9 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-gelderland/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbgel-2026-7636
Zaakgegevens
Op 9 september 2026 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Rechtbank GelderlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 9 september 2026
- Datum publicatie
- 2 oktober 2026
- Zaaknummer
- K/5001/12304249
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2026:7636
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Mondelinge uitspraak. Kort geding. Executiegeschil. Verwijzing door kantonrechter naar voorzieningenrechter. Vordering tot schorsing executie van beslissing tot verwijzing naar schadestaatprocedure, is een executiegeschil dat buiten het bestek van de artikelen 430 t/m 438 Rv valt. Kantonrechter kan geen bevoegdheid ontlenen aan artikel 438 lid 2 Rv. Enkel voorzieningenrechter is bevoegd.
Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 12304249 \ VV EXPL 26-95
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding van 9 september 2026
in de zaak van
RECYCLING TIEL B.V.,
gevestigd te Tiel,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in voorwaardelijke reconventie,
hierna te noemen: Recycling Tiel,
gemachtigde: mrs. W.S. van Dijk, [gemachtigde 1] en [gemachtigde 2] ,
tegen
1 MONTEA TIEL B.V.,
2. MONTEA PANOVEN I B.V.,
3. MONTEA PANOVEN II B.V.,
4. MONTEA PANOVEN III B.V.,
5. MONTEA PANOVEN IV B.V.,
6. MONTEA PANOVEN V B.V.,
7. MONTEA PANOVEN VI B.V.,
allen gevestigd te Tilburg,
gedaagde partijen in conventie,
eisende partijen in voorwaardelijke reconventie,
hierna samen te noemen: Montea Tiel c.s.,
gemachtigden: mrs. S. van der Kamp en [gemachtigde 3] .
Het kort geding wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank in Arnhem.
De zaak wordt behandeld door mr. M.D.R. Joppe, kantonrechter, bijgestaan door mr. H.E. Jacobs als griffier.
Aanwezig zijn:
Aan de zijde van Recycling Tiel:
- de heer [persoon 1] , [functie]
- de heer [persoon 2] , [functie]
- de gemachtigden.
Aan de zijde van Montea c.s:
- de heer [persoon 3] , [functie]
- de gemachtigden.
Behoudens de dagvaarding van 21 augustus 2026 met producties 1 t/m 38, zijn de volgende stukken op de zitting aan het procesdossier toegevoegd:
- de conclusie van antwoord van Montea c.s., tevens houdende voorwaardelijke eis in reconventie, met producties 1 t/m 4
- de akte overlegging aanvullende producties 39 t/m 45 van Recycling Tiel
- de aanvullende producties 5 en 6 van Montea c.s.
Na uitroeping van de zaak heeft de kantonrechter zijn bevoegdheid aan de orde gesteld. Partijen hebben op de zitting hun standpunten over de bevoegdheid van de kantonrechter toegelicht. Vervolgens is, na een korte schorsing, de mondelinge behandeling gesloten en heeft de kantonrechter op de zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan.
1 Het geschil en de beoordeling
Deze zaak betreft in de kern een executiegeschil in de zin van artikel 438 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv). Centraal staat het op 3 juni 2026 gewezen eindvonnis van de kantonrechter van deze rechtbank in een geschil dat door Montea c.s. als eisende partijen is gestart tegen Recycling Tiel (ECLI:NL:RBGEL:2026:5230). Dit vonnis is nadien bij verbetervonnis van 31 juli 2026 verbeterd (ECLI:NL:RBGEL:2026:6186).
In conventie vordert Recycling Tiel dat de kantonrechter bij wijze van voorlopige voorziening bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
primair
i. iedere tenuitvoerlegging schorst van het vonnis ten aanzien van de in onderdeel 5.2 in samenhang met onderdeel 5.9 bepaalde verplichting van Recycling Tiel tot betaling aan Montea c.s. van het aldaar bedoelde voorschot, tot aan de einduitspraak in de appelprocedure tegen het vonnis, voor zover nodig, Montea c.s. daartoe te gebieden op straffe van verbeurte van een dwangsom van afdoende afschrikwekkende hoogte,
ii. iedere tenuitvoerlegging schorst van het vonnis, ten aanzien van de in onderdeel 5.4 in samenhang met onderdeel 5.9 bedoelde verwijzing naar een schadestaatprocedure, tot aan de einduitspraak in de appelprocedure tegen het vonnis, voor zover nodig, Montea c.s. daartoe te gebieden op straffe van verbeurte van een dwangsom van afdoende afschrikwekkende hoogte,
iii. Montea c.s., zo mogelijk hoofdelijk, onder de voorwaarde zoals toegelicht in deze dagvaarding, te veroordelen tot (terug)betaling aan Recycling Tiel van € 792.221,19, te vermeerderen met wettelijke rente,
subsidiair:
iv. iedere tenuitvoerlegging schorst van het vonnis ten aanzien van de in onderdeel 5.2 in samenhang met onderdeel 5.9 bepaalde verplichting van Recycling Tiel tot betaling aan Montea c.s. van een voorschot ten bedrage van € 4.266.717,72, met dien verstande dat het voor ten uitvoer vatbare deel daarvan hoogstens € 2.046.883,06 bedraagt, tot aan de einduitspraak in de appelprocedure tegen het vonnis, en, voor zover nodig, Montea c.s. daartoe te gebieden op straffe van verbeurte van een dwangsom,
v. te bepalen dat de tenuitvoerlegging door Montea c.s. van het vonnis van de kantonrechter ten aanzien van het bepaalde onderdeel 5.2 en/of 5.4 in samenhang met onderdeel 5.9 slechts tegen zekerheidstelling aan Recycling Tiel mag plaatsvinden of worden voortgezet, na verstrekking door Montea c.s. aan Recycling Tiel van een bankgarantie (te baseren op het NVB-model Beslaggarantie 1999) ter hoogte van hetzelfde bedrag als waarvoor Montea c.s. een executoriale titel heeft verkregen uit hoofde van het vonnis, te vermeerderen met een (te begroten) opslag van 30% daarover voor rente en kosten,
vi. te bepalen dat Montea c.s. zekerheid dienen te stellen aan Recycling Tiel voor de terugbetaling van het bedrag van € 792.221,19 door middel van verstrekking aan Recycling Tiel van een bankgarantie (te baseren op het NVB-model Beslaggarantie 1999) ter hoogte van voornoemd bedrag, te vermeerderen met een (te begroten) opslag van 30% daarover voor rente en kosten,
in elk geval
vii. Montea c.s. hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
In voorwaardelijke reconventie vorderen Montea c.s. – samengevat – Recycling Tiel te veroordelen om aan Montea Tiel c.s. bij wijze van voorschot op de schadevergoeding een bedrag van € 4.266.717,72 te betalen met veroordeling van Recycling Tiel in de proceskosten.
Artikel 438 lid 2 Rv bepaalt dat tot het verkrijgen van een voorziening bij voorraad een executiegeschil kan worden gebracht in kort geding voor de voorzieningenrechter. In zaken die ten gronde door de kantonrechter worden behandeld en beslist, is ook de kantonrechter, rechtdoende als voorzieningenrechter, bevoegd tot het geven van deze voorziening.
De kantonrechter is van oordeel dat de vorderingen (ii) en (v) van Recycling Tiel in conventie, ter zake van de schorsing van en/of zekerheidsstelling voor de beslissing van de kantonrechter in het vonnis tot verwijzing naar de schadestaatprocedure, moeten worden voorgelegd aan de voorzieningenrechter en niet aan de kantonrechter. Hiertoe is redengevend dat, hoewel de wetgever de schadestaatprocedure heeft gekarakteriseerd als een vorm van executie, daarop niet de algemene bepalingen inzake executie (artikelen 430 t/m 438 Rv) van toepassing zijn.
Het is aldus niet mogelijk om een executiegeschil op grond van artikel 438 Rv te voeren ten einde schorsing te vorderen van de schadestaatprocedure. Recycling Tiel kan een daartoe strekkende vordering enkel instellen in een gewoon kort geding. Echter, een zodanige schorsingsvordering betreft een vordering van onbepaalde waarde en geldt niet als een aardvordering in de zin van artikel 93 aanhef en onder c Rv. De kantonrechter is dan ook niet bevoegd om van die vordering kennis te nemen.
De voorwaardelijke vordering in conventie onder (iii) tot terugbetaling van € 792.221,19 uit hoofde van onverschuldigde betaling betreft geen executiegeschil. Het betreft een waardevordering die valt buiten de bevoegdheid van de kantonrechter.
De door Montea c.s. in voorwaardelijke reconventie gevorderde hoofdsom vermeerderd met de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en de tot aan de dag van dagvaarding verschenen rente overstijgt het bedrag van € 25.000,00. Echter, deze schadevordering vloeit rechtstreek voort uit een tussen partijen gesloten huurovereenkomst, zodat deze vordering in zoverre tot de bevoegdheid van de kantonrechter behoort.
Vanwege de omstandigheid dat de kantonrechter gedeeltelijk onbevoegd is om kennis te nemen van de vorderingen in conventie, is de kantonrechter op grond van artikel 71 lid 1 Rv gehouden op verlangen van een der partijen of ambtshalve (dat deel van) de zaak te verwijzen naar de voorzieningenrechter. Deze regeling geldt - in beginsel - ook in kort geding. Vanwege de nauwe verbondenheid van de verschillende vorderingen in conventie en de samenhang tussen de vorderingen in conventie en voorwaardelijke reconventie is de kantonrechter van oordeel dat de zaak in het geheel zal worden verwezen naar de voorzieningenrechter. Geen van partijen heeft zich, na een korte schorsing, tegen dit voornemen verzet.
De kantonrechter zal dan ook de zaak in de staat en stand waarin deze zich bevindt ambtshalve verwijzen naar de voorzieningenrechter van deze rechtbank, zittingslocatie locatie Arnhem. De kantonrechter wijst er nog op dat eiser na verwijzing een verhoogd griffierecht verschuldigd is. Ook is gedaagde na verwijzing griffierecht verschuldigd.
Aangezien eisende partij wordt bijgestaan door een advocaat, alle partijen zijn verschenen en de kantonrechter de zaak verder als voorzieningenrechter kan afdoen, zal de zaak bij de voorzieningenrechter aanstonds na het uitspreken van dit verwijzingsvonnis worden voortgezet.
2 De beslissing
De kantonrechter
rechtdoende als voorzieningenrechter
verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van de vorderingen in conventie onder (ii), (iii) en (iv) voor zover betrekking op beslissing in het vonnis tot verwijzing naar de schadestaatprocedure,
verwijst de zaak in zowel conventie en voorwaardelijke reconventie, in de stand waarin deze zich bevindt, naar de voorzieningenrechter van deze rechtbank, zittingsplaats locatie Arnhem, ter mondelinge behandeling in kort geding, eveneens op woensdag 9 september 2026 om 10:00 uur,
wijst Recycling Tiel erop dat zij in het vervolg van de procedure moeten worden vertegenwoordigd door een advocaat,
wijst Recycling Tiel erop dat na verwijzing (een verhoogd) griffierecht is verschuldigd van € 7.062,00 en dat het na verwijzing nog verschuldigde griffierecht binnen vier weken na voormelde datum moet zijn bijgeschreven, waarvoor Recycling Tiel van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (LDCR) een nota met betaalinstructies ontvangt,
wijst Montea c.s. erop dat na verwijzing een griffierecht is verschuldigd van € 7.062,00 en dat het griffierecht binnen vier weken na voormelde roldatum moet zijn bijgeschreven, waarvoor Montea c.s. een nota met betaalinstructies ontvangt van het LDCR,
wijst Montea c.s. erop dat van een persoon die onvermogend is, een lager griffierecht wordt geheven, indien hij op het tijdstip waarop het griffierecht wordt geheven heeft overgelegd:
- een afschrift van het besluit tot toevoeging als bedoeld in de Wet op de rechtsbijstand, of indien dit niet mogelijk is ten gevolge van omstandigheden die redelijkerwijs niet aan hem zijn toe te rekenen, een afschrift van de aanvraag om een toevoeging, dan wel
- een inkomensverklaring van de Raad voor de Rechtsbijstand ten behoeve van vermindering van griffierechten (zonder gebruikmaking van een toevoeging),
wijst Montea c.s. erop dat van hen slechts eenmaal een gezamenlijk griffierecht wordt geheven, indien zij gelijkluidende conclusies nemen of gelijkluidend verweer voeren.
Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. M.D.R. Joppe en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
|
Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door de kantonrechter. |
||
|
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS! |
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER! |
|
|
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS! |