Civiel recht overig
De wrakingskamer van de rechtbank heeft verzoeker (kennelijk) niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot…
Rechtbank Gelderland, 11 september 2018
ECLI:NL:RBGEL:2018:4197 · Rechtbank Gelderland · 11 september 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-gelderland/civiel-recht/civiel-recht-overig/wraking/ecli-nl-rbgel-2018-4197
Zaakgegevens
Op 11 september 2018 heeft de Rechtbank Gelderland uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank GelderlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 11 september 2018
- Datum publicatie
- 2 oktober 2018
- Zaaknummer
- C/05/341744/KG RK 18-757
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- WrakingWrakingEen partij vraagt om een rechter van de zaak te halen, omdat zij twijfelt aan diens onpartijdigheid.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2018:4197
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De wrakingskamer van de rechtbank heeft verzoeker (kennelijk) niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot wraking, omdat in de bodemprocedure nog geen rechter is toegewezen aan de zaak. Ook het verzoek tot wraking van de gehele wrakingskamer heeft de rechtbank, onder verwijzing naar het geldende Wrakingsprotocol, wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid zonder behandeling ter zitting afgewezen. Omdat verzoeker in deze procedure meerdere wrakingsverzoeken heeft gedaan die telkens een feitelijke onderbouwing missen, is naar het oordeel van de rechtbank sprake van misbruik. Om die reden heeft de rechtbank bepaald dat een volgend verzoek tot wraking in deze zaak niet meer in behandeling zal worden genomen.
Uitspraak
beslissing
RECHTBANK GELDERLAND
Wrakingskamer
zaaknummer: C/05/ 341744 / KG RK 18-757
Beslissing van 11 september 2018
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker], wonende te [woonplaats verzoeker],
hierna te noemen: verzoeker.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het schriftelijke verzoek van 20 augustus 2018.
2 Het verzoek
Het verzoek strekt – onder meer – tot wraking van de rechter in de zaak met nummer 7086875 cv expl 18-2746. Hoewel het verzoek is gericht aan de Minister van Veiligheid en Justitie en de Minister van Rechtsbescherming, gaat de rechtbank ervan uit dat verzoeker heeft bedoeld om een wrakingsverzoek in te dienen bij de rechtbank. De wrakingskamer van de rechtbank zal dan ook een beslissing nemen op het verzoek.
3 De beoordeling
Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden.
De rechtbank leidt uit het schriftelijke verzoek af dat verzoeker de rechter in de zaak met nummer 7086875 cv expl 18-2746 wil wraken. In deze kantonprocedure is echter nog geen rechter toegewezen aan de zaak. Om die reden kan verzoeker niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen.
Bij deze stand van zaken moet verzoeker niet-ontvankelijk worden verklaard. Aan de inhoudelijke behandeling kan dus niet worden toegekomen, zodat er voor een mondelinge behandeling ter terechtzitting geen grond is.
Verzoeker heeft op 7 september 2018 een verzoek tot wraking van de wrakingskamer ingediend. Aan dit wrakingsverzoek zijn dezelfde feiten of omstandigheden ten grondslag gelegd als aan het oorspronkelijke wrakingsverzoek van 20 augustus 2018. Daarnaast berust het verzoek op feiten of omstandigheden die voor elke wrakingskamer – in welke samenstelling dan ook – gelden. De rechtbank zal daarom dit wrakingsverzoek, onder verwijzing naar artikel 9.1, aanhef en onder g en h, en laatste volzin van het Wrakingsprotocol wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid zonder behandeling ter zitting afwijzen.
Verzoeker heeft in deze procedure reeds meerdere wrakingsverzoeken gedaan die een feitelijke onderbouwing missen. Naar het oordeel van de rechtbank gebruikt verzoeker het middel van wraking voor een ander doel dan waarvoor het is gegeven of met geen ander doel dan de voortgang van de procedure te frustreren. Daarmee is sprake van misbruik. De rechtbank zal daarom bepalen dat een volgend verzoek tot wraking in deze zaak niet meer in behandeling zal worden genomen.
4 De beslissing
De rechtbank:
- verklaart verzoeker (kennelijk) niet-ontvankelijk in zijn verzoeken tot wraking;
- bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek in deze zaak niet in behandeling zal worden genomen.
Deze beslissing is gegeven door de mr. F.M.T. Quaadvliet, voorzitter, mr. G.W.B. Heijmans en
mr. M.J.C. van Leeuwen, leden, in tegenwoordigheid van de griffier [naam griffier] en in openbaar uitgesproken op 11 september 2018.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.