Insolventierecht

Afwijzing verzoek om toegelaten te worden tot de schuldsaneringsregeling. Verzoeker is pas zeer recent onder…

Rechtbank Gelderland, 13 juli 2026

Zaakgegevens

Op 13 juli 2026 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over insolventierecht.

Instantie
Rechtbank Gelderland
Zittingsplaats
Zutphen
Datum uitspraak
13 juli 2026
Datum publicatie
6 oktober 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2611673:R-RK
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2026:7763
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Afwijzing verzoek om toegelaten te worden tot de schuldsaneringsregeling. Verzoeker is pas zeer recent onder behandeling gegaan voor zijn gokverslaving; persoonlijke situatie is onvoldoende stabiel. Gegronde vrees dat verzoeker zijn verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling niet zal nakomen.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Team Insolventie

Zittingsplaats Zutphen

Rekestnummer: NL:TZ:2611673:R-RK

Vonnis van 13 juli 2026

op het verzoek van

[verzoeker] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

verzoeker, hierna te noemen [verzoeker],

tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.

Samenvatting

[verzoeker] heeft verzocht om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling. Het verzoek wordt afgewezen, omdat [verzoeker] pas zeer recent onder behandeling is gegaan voor zijn gokverslaving en de persoonlijke situatie daardoor onvoldoende stabiel is. Ook bestaat er gegronde vrees dat [verzoeker] zijn verplichtingen voortvloeiende uit de schuldsaneringsregeling niet zal nakomen.

De rechtbank wijst het verzoek af.

1 De procedure

1.1.

De procedure bestaat uit:

- het schuldsaneringsverzoekschrift met bijlagen;

- de zitting van donderdag 9 juli 2026, waarbij aanwezig waren:

- [verzoeker];

- [beschermingsbewindvoerder].

1.2.

De uitspraak is bepaald op twee weken na 9 juli 2026 of zoveel eerder.

2 Het verzoek

2.1.

[verzoeker] verzoekt om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling. Volgens [verzoeker] heeft hij een schuldenlast die hij niet zelf kan aflossen. De schulden zijn deels ontstaan doordat [verzoeker] in crypto heeft gehandeld en deels ontstaan doordat hij eigen ondernemer is geweest. [verzoeker] heeft met geld van andere mensen gehandeld in crypto. Dat ging van kwaad tot erger, maar daar heeft [verzoeker] alleen verlies mee geleden. [verzoeker] stelt dat hij de gelden die hij heeft ontvangen voor de handel in crypto, niet heeft vergokt, maar echt heeft verhandeld.

Verder heeft [verzoeker] al geruime tijd een gokverslaving en staat hij daar recent voor onder behandeling bij [bedrijf]. Er ontstaan geen gokschulden meer, omdat [verzoeker] onder beschermingsbewind is gegaan.

3 De beoordeling

3.1.

De rechtbank wijst het verzoek af, omdat [verzoeker] ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden de afgelopen drie jaar niet te goeder trouw is geweest. [verzoeker] kampt al een geruime tijd met een gokverslaving en is hier recent voor onder behandeling gegaan.

Voor toelating tot de regeling is vereist dat [verzoeker] zijn verslaving gedurende enige tijd, maar minimaal één jaar, onder controle heeft. [verzoeker] is naar eigen zeggen abstinent sinds de start van het beschermingsbewind in februari 2026, omdat hij toen ook geen toegang meer had tot zijn inkomsten. [verzoeker] is per

21 mei 2026 onder behandeling voor zijn verslaving bij [bedrijf] en zal daar een traject van minimaal zestien weken volgen. Daaruit blijkt dat er nog geen sprake is van een langdurige en bestendige gedragsverandering en bestaat er bij de rechtbank gegronde vrees dat [verzoeker] zijn verplichtingen voortvloeiende uit de schuldsaneringsregeling niet kan nakomen. De rechtbank kan [verzoeker] daarom niet toelaten tot de schuldsaneringsregeling.

4 De beslissing

De rechtbank:

4.1.

wijst het verzoek af.

Dit is de beslissing van mr. O. Nijhuis, rechter, in samenwerking met P. Jordens, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 juli 2026.

Hoger beroep Tegen deze uitspraak kan verzoek(st)er en degene die dat volgens de Faillissementswet mag gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof dat van de zaak kennis moet nemen.