Verbintenissenrecht

Verzoek tot verbetering wck verstekvonnis. Geen sprake van kennelijke fout.

Rechtbank Gelderland, 29 september 2022

Zaakgegevens

Op 29 september 2022 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Gelderland
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
29 september 2022
Datum publicatie
13 oktober 2022
Zaaknummer
9634897
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2022:5805
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verzoek tot verbetering wck verstekvonnis. Geen sprake van kennelijke fout.

Uitspraak

herstelvonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaakgegevens 9634897 \ CV EXPL 22-315 \ 676 \ 40141

uitspraak van 29 september 2022

vonnis

in de zaak van

[eiser]

gevestigd te [vestigingsplaats]

eisende partij

gemachtigde Jongejan Wisseborn Gerechtsdeurwaarders

tegen

1 [gedaagde 1]

2. [gedaagde 2]

wonende te Doesburg

gedaagde partijen

niet verschenen

Partijen worden hierna [eiser] , [gedaagde 1] en [gedaagde 2] genoemd.

1 Het verzoek tot verbetering

1.1

Bij brief van 16 augustus 2022 is door [eiser] verzocht om verbetering van het op 10 augustus 2022 in deze zaak gewezen vonnis. Volgens [eiser] is sprake van een kennelijke fout (art. 31 Rv). De kantonrechter heeft de vordering van [eiser] afgewezen omdat het door [eiser] gehanteerde opeisingsbeding te ruim en dus nietig is, maar volgens [eiser] wordt er in het beding niet aangehaakt bij termijnen maar bij aantal maanden en is het beding dus, zo begrijpt de kantonrechter het betoog van [eiser] , niet nietig.

1.2

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn niet in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten, omdat zij niet in de procedure waren verschenen en tegen hen verstek is verleend.

2 De beoordeling

2.1

In het vonnis van 10 augustus 2022 is geen sprake van een kennelijke fout, die zich voor eenvoudig herstel leent. Het verzoek zal dan ook worden afgewezen.

2.2

Het beding laat de mogelijkheid toe dat de kredietnemer achterstallig kan zijn in de betaling van twee vervallen termijnbedragen zonder twee maanden achterstallig te zijn in de betaling van één vervallen termijnbedrag. Op die manier is het mogelijk om op te eisen als gedurende twee maanden sprake is geweest van een (uiterst) geringe achterstand. Dat maakt het beding te ruim.

3 De beslissing

De kantonrechter:

wijst het verzoek om verbetering van het op 10 augustus 2022 tussen [eiser] en [gedaagde 1] en [gedaagde 2] onder zaaknummer 9634897 \ CV EXPL 22-315 gewezen vonnis af.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. D. Vergunst en in het openbaar uitgesproken op 29 september 2022