Verbintenissenrecht
Tussenvonnis in verstekzaak. Eiseres mag zich bij akte uitlaten over het voornemen van de rechtbank om de…
Rechtbank Gelderland, 21 mei 2025
ECLI:NL:RBGEL:2025:5120 · Rechtbank Gelderland · 21 mei 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-gelderland/civiel-recht/verbintenissenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbgel-2025-5120
Zaakgegevens
Op 21 mei 2025 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank GelderlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 21 mei 2025
- Datum publicatie
- 1 juli 2025
- Zaaknummer
- C/05/450424 / HA ZA 25-156
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. A.A. Bart te Veenendaal
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2025:5120
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Tussenvonnis in verstekzaak. Eiseres mag zich bij akte uitlaten over het voornemen van de rechtbank om de zaak naar de kantonrechter te verwijzen.
Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/450424 / HA ZA 25-156
Vonnis van 21 mei 2025
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiseres] ,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
advocaat: mr. A.A. Bart te Veenendaal,
tegen
1 [gedaagde 1] ,
handelend onder de naam [gedaagde 1] ,
hierna te noemen: [gedaagde 1] ,
wonende en zaakdoende te [plaats] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde 2] ,
hierna te noemen: [gedaagde 2] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partijen,
niet verschenen.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- het tegen [gedaagde 1] en [gedaagde 2] verleende verstek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De beoordeling
De door [eiseres] van [gedaagde 1] gevorderde hoofdsom (€ 42.638,15) is gegrond op een tweetal door hen gesloten koopovereenkomsten.
De door [eiseres] van [gedaagde 2] gevorderde hoofdsom (€ 6.561,18) is gegrond op een tweetal door hen gesloten - met de hiervoor genoemde koopovereenkomsten samenhangende - leaseovereenkomsten.
Artikel 93 aanhef en sub a Rv bepaalt onder meer dat zaken betreffende vorderingen met een beloop van ten hoogste € 25.000,00 door de kantonrechter worden behandeld en beslist. Artikel 93 aanhef en sub c Rv bepaalt onder meer dat zaken betreffende een huurovereenkomst, ongeacht het beloop of de waarde van de vordering, door de kantonrechter worden behandeld en beslist. Ook leaseovereenkomsten die kwalificeren als huurovereenkomst vallen onder de werking van laatstgenoemde onderhavige bepaling.
Artikel 94 lid 2 Rv bepaalt onder meer dat indien een zaak meer vorderingen betreft en tenminste één daarvan een vordering is als bedoeld in artikel 93 onder c, deze vorderingen alle door de kantonrechter worden behandeld en beslist, voor zover de samenhang tussen de vorderingen zich tegen afzonderlijke behandeling verzet.
De rechtbank is voornemens de zaak op de voet van artikel 71 lid 2 Rv ambtshalve naar de kantonrechter van de locatie Arnhem te verwijzen. Voordat de rechtbank tot verwijzing overgaat, zal de rechtbank [eiseres] in de gelegenheid stellen zich hierover uit te laten.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
3 De beslissing
De rechtbank
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 4 juni 2025 voor het nemen van een akte door [eiseres] over de mogelijke ambtshalve verwijzing van de zaak naar de kantonrechter,
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.A. van den Toorn en in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2025.