Verbintenissenrecht

Verstekzaak. Het gevorderde wordt toegewezen, met uitzondering van de gevorderde beslagkosten en een…

Rechtbank Gelderland, 12 november 2025

Zaakgegevens

Op 12 november 2025 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Gelderland
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
12 november 2025
Datum publicatie
20 november 2025
Zaaknummer
C/05/457648 / HA ZA 25-412
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Advocaat
mr. M. Timmer te Doetinchem
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2025:9957
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verstekzaak. Het gevorderde wordt toegewezen, met uitzondering van de gevorderde beslagkosten en een aanzienlijk deel van de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht

Zittingsplaats Arnhem

Zaaknummer: C/05/457648 / HA ZA 25-412

Vonnis van 12 november 2025

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

B.V. VITESSE,

gevestigd te Arnhem,

eisende partij,

hierna te noemen: Vitesse,

advocaat: mr. M. Timmer te Doetinchem,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

niet verschenen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- het tegen [gedaagde] verleende verstek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

Vitesse heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.

2.2.

De vordering komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor, behoudens voor zover hierna anders wordt overwogen. De vordering zal als volgt worden toegewezen.

2.3.

Vitesse vordert [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering zal als onvoldoende onderbouwd worden afgewezen, omdat Vitesse heeft verzuimd de beslagstukken volledig in het geding te brengen. Bij de stukken ontbreken de - ingevolge het bepaalde in artikel 721 Rv - op straffe van nietigheid voorgeschreven exploten van overbetekening van een afschrift van de dagvaarding aan de derde-beslagenen. Bij gebreke daarvan kan niet worden beoordeeld of de wettelijke termijnen en formaliteiten in acht zijn genomen. De vordering tot vergoeding van de beslagkosten zal daarom worden afgewezen.

2.4.

Vitesse vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De hoogte van het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten (€ 6.775,00) is echter niet in overeenstemming met de tarieven die zijn weergegeven in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De rechtbank zal € 1.853,86 toewijzen.

2.5.

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Vitesse worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

119,40

- griffierecht

€

6.861,00

- salaris advocaat

€

1.929,00

(1 punt × € 1.929,00)

- nakosten

€

178,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

9.087,40.

2.6.

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan Vitesse te betalen een bedrag van € 107.886,00, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 1 april 2025, tot de dag van volledige betaling,

3.2.

veroordeelt [gedaagde] om aan Vitesse te betalen een bedrag van € 1.853,86 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 18 september 2025, tot de dag van volledige betaling,

3.3.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 9.087,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

3.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

3.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.A. van den Toorn en in het openbaar uitgesproken op 12 november 2025.