Verbintenissenrecht

Rechtbank Gelderland · Verstek · Verbintenissenrecht

Rechtbank Gelderland, 4 februari 2026

Zaakgegevens

Op 4 februari 2026 heeft de Rechtbank Gelderland uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Gelderland
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
4 februari 2026
Datum publicatie
18 februari 2026
Zaaknummer
C/05/460894 / HA ZA 25-536
Procedure
Verstek
Advocaat
mr. I.A. van Rooij
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2026:1232
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verstek.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht

Zittingsplaats Arnhem

Zaaknummer: C/05/460894 / HA ZA 25-536

Vonnis van 4 februari 2026

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TELE JOB B.V.,

gevestigd te Tilburg,

eisende partij,

hierna te noemen: Tele Job,

advocaat: mr. I.A. van Rooij,

tegen

[naam gedaagde] ,

handelend onder de naam [gedaagd bedrijf] ,

wonende en kantoorhoudende te [plaatsnaam] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagd bedrijf] ,

niet verschenen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding,

- het tegen [gedaagd bedrijf] verleende verstek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

Tele Job heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.

2.2.

De vordering komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen.

2.3.

[gedaagd bedrijf] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Tele Job worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

123,73

- griffierecht

€

3.083,00

- salaris advocaat

€

836,00

(1 punt × € 836,00)

- nakosten

€

189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

4.220,73

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

veroordeelt [gedaagd bedrijf] om aan Tele Job tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 38.319,35, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 32.018,40, met ingang van 6 december 2025, tot de dag van volledige betaling,

3.2.

veroordeelt [gedaagd bedrijf] in de proceskosten van € 4.220,73, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagd bedrijf] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

3.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.T. Boks en in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2026.