Verbintenissenrecht

Ambtshalve toetsing. Verstek. Eindvonnis na akte. De eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich uit te…

Rechtbank Noord-Holland, 2 september 2026

Zaakgegevens

Op 2 september 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Zittingsplaats
Haarlem
Datum uitspraak
2 september 2026
Datum publicatie
25 augustus 2026
Zaaknummer
11937578 \ CV EXPL 25-7194
Procedure
Verstek
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2026:11121
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Ambtshalve toetsing. Verstek. Eindvonnis na akte. De eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over het vermoedelijk oneerlijke rentebeding. De eisende partij refereert zich aan het oordeel van de kantonrechter in het tussenvonnis.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11937578 \ CV EXPL 25-7194

Uitspraakdatum: 2 september 2026

Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:

Anders Medical Factoring B.V.

te Rotterdam

de eisende partij

gemachtigde: LAVG BV (Groningen)

tegen

[gedaagde]

te [plaats]

de gedaagde partij

niet verschenen

1 De verdere procedure

1.1.

Bij tussenvonnis van 27 mei 2026 heeft de kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld om uit te laten over de (on)eerlijkheid van het rentebeding in de toepasselijke algemene voorwaarden. Bij akte van 24 juni 2026 heeft de eisende partij zich gerefereerd aan het oordeel van de kantonrechter.

2 De verdere beoordeling

2.1.

De kantonrechter blijft bij wat in het tussenvonnis is overwogen en beslist. Er bestaat geen aanleiding om daarop terug te komen.

2.2.

Dit betekent dat artikel 10 van de algemene voorwaarden ten aanzien van de rente wordt vernietigd. Dat heeft tot gevolg dat de gevorderde rente wordt afgewezen.

2.3.

De vordering komt de kantonrechter voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor, zodat de hoofdsom toewijsbaar is.


Conclusie en proceskosten

2.4.

De vordering wordt grotendeels toegewezen.

2.5.

De gedaagde partij wordt overwegend in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor de genomen akte blijven echter voor rekening van de eisende partij, omdat het aan haarzelf te wijten is dat het nodig was deze akte op te stellen. Daarbij wordt de gedaagde partij ook veroordeeld tot betaling van € 108,50 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de eisende partij worden gemaakt.

3 De beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 1.291,57;

3.2.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 120,78

griffierecht € 385,00

salaris gemachtigde € 217,00;

3.3.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van € 108,50 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de eisende partij worden gemaakt;

3.4.

verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.5.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter