Verbintenissenrecht
Verstekvonnis. meerderjarige zoon wordt veroordeeld woning ouders te verlaten met medeneming persoonlijke…
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13 augustus 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:7646 · Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 13 augustus 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-zeeland-west-brabant/civiel-recht/verbintenissenrecht/verstek/ecli-nl-rbzwb-2026-7646
Zaakgegevens
Op 13 augustus 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een zaak over verbintenissenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-BrabantRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 13 augustus 2026
- Datum publicatie
- 13 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/02/449762/ KG ZA 26-362 (E)
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Verbintenissenrecht
- Procedure
- VerstekVerstekDe gedaagde of verdachte is niet verschenen; de rechter beslist zonder zijn verweer.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.S. Kerkhof-Pöttger
- ECLI
- ECLI:NL:RBZWB:2026:7646
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verstekvonnis. meerderjarige zoon wordt veroordeeld woning ouders te verlaten met medeneming persoonlijke bezittingen en verbod om woning gedurende een jaar weer te betreden en te bewonen
Uitspraak
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
Civiel recht
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: C/02/449762 / KG ZA 26-362
Vonnis in kort geding van 13 augustus 2026
in de zaak van
1 [eiser 1] ,
2. [eiser 2],
te [plaats] ,
eisers,
advocaat: mr. M.S. Kerkhof-Pöttger,
tegen
[gedaagde] ,
te [plaats] ,
gedaagde,
niet verschenen.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
de dagvaarding van 16 juli 2026 met producties,
-
de mondelinge behandeling van 11 augustus 2026,
-
het tegen gedaagde verleende verstek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De beoordeling
Eisers hebben gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.
De vorderingen komen de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zullen worden toegewezen met inachtneming van het volgende.
Vordering I wordt toegewezen voorzover gedaagde wordt veroordeeld de woning te verlaten met medeneming van zijn persoonlijke bezittingen.
De onder I en II gevorderde dwangsommen zullen worden gemaximeerd tot een bedrag van € 2.000,00.
De kosten van het geding zullen worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
3 De beslissing
De voorzieningenrechter
veroordeelt gedaagde de woning aan [adres] te verlaten met medeneming van zijn persoonlijke bezittingen, binnen één week na betekening van dit vonnis, onder verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag voor iedere dag dat hij hiermee in gebreke blijft, met een maximum van € 2.000,00 aan te verbeuren dwangsommen,
verbiedt gedaagde om gedurende één jaar na het verlaten van de woning deze te betreden of te bewonen, onder verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag voor iedere dag dat hij het verbod overtreedt, met een maximum van € 2.000,00 aan te verbeuren dwangsommen,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
compenseert de kosten van het geding in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van den Heuvel en in het openbaar uitgesproken op 13 augustus 2026