Materieel strafrecht
Terbeschikkingstelling. Betrokkene heeft na de TBS-behandeling een min of meer zelfstandig leven opgebouwd…
Rechtbank Gelderland, 21 augustus 2026
ECLI:NL:RBGEL:2026:6739 · Rechtbank Gelderland · 21 augustus 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-gelderland/strafrecht/materieel-strafrecht/beschikking/ecli-nl-rbgel-2026-6739
Zaakgegevens
Op 21 augustus 2026 heeft de Rechtbank Gelderland uitspraak gedaan in een zaak over materieel strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank GelderlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 21 augustus 2026
- Datum publicatie
- 28 augustus 2026
- Zaaknummer
- 05/010146-23
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Materieel strafrecht
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2026:6739
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Terbeschikkingstelling. Betrokkene heeft na de TBS-behandeling een min of meer zelfstandig leven opgebouwd. Hij krijgt weliswaar nog ondersteuning vanuit de zorg-instelling maar met die steun functioneert hij stabiel. Ook wanneer dat niet langer verplicht is, zal na einde maatregel die steun blijven aanvaarden en gebruiken. Psychiater ziet geen meerwaarde in voortzetting van de TBS, reclassering wil graag nog wat meer werken aan maatschappelijke inbedding. Alles afwegende besluit de rechtbank om de TBS te beëindigen. Betrokkene staat voldoende stevig op eigen benen, en zal naar verwachting terugvallen op externe -maatschappelijke - hulpverlening. Het recidiverisico is teruggebracht tot een maatschappelijk aanvaardbaar laag niveau. Vordering wordt afgewezen.
Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/010146-23
Datum uitspraak: 21 augustus 2026
Beslissing van de meervoudige kamer als bedoeld in artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[betrokkene] , (hierna: betrokkene)
geboren op [geboortedag] 1995 te [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] in [woonplaats] .
Raadsman: mr. A.J. Sprey, advocaat te Amsterdam.
Procedure
Betrokkene is op 19 juli 2023 bij vonnis van de rechtbank Gelderland veroordeeld tot onder meer terbeschikkingstelling met voorwaarden. Deze maatregel was dadelijk uitvoerbaar verklaard en is daarom ingegaan op 19 juli 2023 en het laatst verlengd bij beslissing van de rechtbank van 22 augustus 2025.
Bij vordering van 10 juni 2026, ingekomen op diezelfde datum, heeft de officier van justitie gevorderd dat deze maatregel wordt verlengd voor de duur van één jaar.
De rechtbank heeft verder kennis genomen van de volgende processtukken:
-
het adviesrapport van de reclassering van 5 juni 2026, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met voorwaarden te verlengen met een jaar;
-
de voortgangsverslagen;
-
het advies van psychiater I. Maksimović van 15 mei 2026, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met voorwaarden niet te verlengen;
-
een e-mail van de raadsman van 4 augustus 2026, met bijlagen (de definitieve afwijzing aanvraag beschermd wonen en een huurovereenkomst).
Ter zitting van 7 augustus 2026 zijn gehoord:
-
betrokkene;
-
zijn raadsman;
-
de deskundige I. Maksimović, psychiater (via een videoverbinding);
-
de deskundige [persoon] , reclasseringswerker; en
-
de officier van justitie, mr. C.P. Dronkers.
De standpunten
De officier van justitie heeft ter zitting de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar niet gehandhaafd, maar heeft verzocht deze vordering af te wijzen.
De raadsman van betrokkene heeft eveneens gepleit voor beëindiging van de terbeschikkingstelling. Hij heeft daartoe aangevoerd dat betrokkene een eigen huurwoning heeft gevonden en ambulante begeleiding zal houden in een vrijwillig kader vanuit het FACT-team van Transfore . Betrokkene is gemotiveerd om daaraan mee te werken en de raadsman heeft daarbij verwezen naar het advies van de psychiater.
De beoordeling
Indexdelict
De terbeschikkingstelling is opgelegd vanwege twee bedreigingen en een diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen. Dat betekent dat de maatregel onder andere is opgelegd in verband met een misdrijf dat gericht was tegen of gevaar veroorzaakte voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.
Stoornis
De psychiater geeft in zijn rapport aan dat de psychische problematiek van betrokkene niet gemakkelijk te vangen is in de classificatie-termen. Uit het rapport blijkt dat er bij betrokkene in ieder geval sprake is van een kwetsbaar lichaam. Hij heeft diabetes mellitus type 1 en kan ernstige bijwerkingen krijgen van medicatie. Diabetes kan leiden tot ontregelde bloedsuikerspiegels en dat kan zich weer vertalen in dysforie (prikkelbaarheid) en gedragsproblemen. Verder lijkt betrokkene kwetsbaar te zijn voor het ontwikkelen van psychotische dan wel maniforme kenmerken. Betrokkene heeft in het verleden psychotische episodes gehad die werden gekenmerkt door paranoia. Verder blijkt uit het rapport van de psychiater dat onderliggend sprake is van een ongespecificeerde neurobiologische ontwikkelingsstoornis, die met name bepaalde kenmerken toont van ADHD en enkele van autisme. Ten slotte blijkt uit het rapport dat sprake was van een stoornis in cannabisgebruik en van traumagerelateerde klachten (een posttraumatische stressstoornis). De stoornis in het cannabisgebruik is in langdurige remissie in een gereguleerde omgeving en de traumagerelateerde klachten zijn in remissie geraakt dankzij de behandeling in [organisatie ] .
Verloop van de maatregel
Betrokkene heeft tot februari 2026 verbleven bij het Forensisch Beschermd Wonen (FWB) van Transfore in [woonplaats] . Gedurende deze periode werd zijn traject vertraagd door lichamelijke klachten. Uiteindelijk is in november 2025 duidelijk geworden dat deze klachten werden veroorzaakt door depakine (een epilepticum en stemmingstabilisator, dat wordt voorgeschreven als onderhoudsbehandeling bij mensen meteen bipolaire stoornis). Betrokkene is gestopt met dit medicijn en in de maanden daarna is gebleken dat het stoppen niet heeft geleid tot instabiliteit. Zijn lichamelijke gesteldheid is aanzienlijk verbeterd en zijn lichamelijke klachten zijn verdwenen. In februari 2026 is betrokkene verhuisd naar een (zelfstandige) RIBW woning in [plaats] , waarbij hij woonbegeleiding krijgt vanuit het RIBW en ambulante forensische begeleiding vanuit het Forensisch begeleid woonteam (het FACT-team) van Transfore . Betrokkene functioneert stabiel, er hebben zich geen incidenten voorgedaan, hij heeft geen alcohol of drugs gebruikt en hij heeft zich (grotendeels) gehouden aan behandelafspraken en -voorschriften. Hij vult zijn dagen met muziek maken, familiebezoeken en andere dagelijkse bezigheden. Ter zitting is gebleken dat betrokkene niet in aanmerking komt voor een indicatie voor Beschermd Wonen. Deze indicatie is echter nodig om het verblijf binnen de RIBW te kunnen garanderen, indien de tbs-maatregel komt te vervallen. Betrokkene heeft recent een eigen huurwoning gevonden en heeft op 6 augustus 2026 de sleutels hiervan gekregen. Transfore is als derde partij betrokken bij de huurovereenkomst en kan betrokkene dan ook blijven begeleiden. Betrokkene heeft aangegeven de hulp vanuit Transfore op vrijwillige basis te aanvaarden.
Recidivegevaar
De psychiater stelt dat het risico op gewelddadig gedrag in de context ‘in zorg’ wordt ingeschat als laag. Betrokkene functioneert binnen de huidige omstandigheden stabiel en houdt zich aan de afspraken. Er zijn in deze context voldoende beschermende factoren en beïnvloedingsmogelijkheden. In de context ‘uit zorg’ zou het risico op gewelddadig gedrag op de middellange of lange termijn kunnen oplopen tot matig/hoog. In die context zouden er minder beschermende factoren zijn en er zouden dan geen beïnvloedingsmogelijkheden vanuit de hulpverlening zijn. Betrokkene is te kwetsbaar om zonder de nodige begeleiding te kunnen. Stress, beïnvloedbaarheid, sociale naïviteit kunnen leiden tot ontregeld en ontremd gedrag.
Beoordeling door de rechtbank
Uit de inhoud van de stukken en wat ter terechtzitting is besproken blijkt dat betrokkene in de huidige omstandigheden stabiel functioneert en zich vanaf het begin van de terbeschikking-stelling goed inzet voor het traject. Hij heeft recent de sleutels ontvangen van een zelfstandige woning en zal hier op korte termijn naartoe verhuizen. De begeleiding door Transfore kan hier in een vrijwillig kader worden voortgezet. Betrokkene heeft zelf aangegeven hiermee akkoord te zijn en zich hiervoor te willen inzetten. De psychiater heeft aangegeven dat de nieuwe constructie ervoor zorgt dat betrokkene de komende twee jaar verzekerd is van ambulante zorg en dat zijn inschatting is dat betrokkene ook op vrijwillige basis zal blijven samenwerken met de hulpverlening. De kans op recidive wordt ‘in zorg’ ingeschat als laag. De psychiater ziet dan ook geen meerwaarde in een verlenging van de terbeschikkingstelling.
Uit het adviesrapport van de reclassering en wat ter zitting is besproken, volgt dat de reclassering zich zorgen maakt over de weerstand van betrokkene tegen de terbeschikkingstelling. Volgens de reclassering vindt hij de maatregel overbodig en deze weerstand zou ten koste gaan van de motivatie en een oprechte samenwerking met hulpverleningspartijen. Bovendien lijkt betrokkene vooral extern gemotiveerd. Hier kan volgens de reclassering verbetering in komen. Daarnaast zou de reclassering de komende periode nog willen werken aan de maatschappelijke inbedding en hem ondersteunen bij het vinden van dagbesteding of werk buitenshuis.
Hoewel betrokkene nog leerpunten heeft, is de rechtbank van oordeel dat hier ook op vrijwillige basis, door ambulante hulp van het FACT-team van Transfore , aan gewerkt kan worden. De rechtbank heeft er ook voldoende vertrouwen in dat betrokkene hiervoor voldoende (intrinsiek) gemotiveerd is en blijft na het beëindigen van de terbeschikkingstelling en dat hij hulp zal zoeken bij Transfore als hij dat nodig heeft. Betrokkene heeft zich immers vanaf het begin af aan gemotiveerd ingezet en heeft zich gedurende een langere periode aan de voorwaarden gehouden.
Conclusie
Gelet op al het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het recidiverisico is teruggebracht tot een maatschappelijk aanvaardbaar laag niveau en de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel niet langer vereist. De rechtbank zal de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling dan ook afwijzen, waarmee de terbeschikkingstelling zal eindigden.
De beslissing
De rechtbank:
wijst af de vordering tot verlenging van de maatregel van terbeschikkingstelling.
|
Deze beslissing is gegeven door mr. M.E. Snijders, als voorzitter, mr. F.J.H. Hovens en mr. R.D. Leen, als rechters in tegenwoordigheid van mr. S.I. Nelissen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 21 augustus 2026. |
||