Strafrecht overig
Mulder-overtreding. Ta laat beroep ingesteld door gebrek in bedrijfsvoering en daarom niet verschoonbaar
Rechtbank Gelderland, 18 augustus 2026
ECLI:NL:RBGEL:2026:7231 · Rechtbank Gelderland · 18 augustus 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-gelderland/strafrecht/strafrecht-overig/beschikking/ecli-nl-rbgel-2026-7231
Zaakgegevens
Op 18 augustus 2026 heeft de Rechtbank Gelderland uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank GelderlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Nijmegen
- Datum uitspraak
- 18 augustus 2026
- Datum publicatie
- 22 september 2026
- Zaaknummer
- 11720014 \ BR VERZ 25-968 \ 894 ER
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2026:7231
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Mulder-overtreding. Ta laat beroep ingesteld door gebrek in bedrijfsvoering en daarom niet verschoonbaar
Uitspraak
uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Nijmegen
zaakgegevens 11720014 \ BR VERZ 25-968 \ 894 ER
cjib-nr / registratienr 262908518 / 0254F8
zitting van 18 augustus 2026
beslissing inzake Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
[betrokkene] B.V.
gevestigd te [vestigingsplaats]
betrokkene
gemachtigde M. de Grouw
tegen
de officier van justitie
Gronden voor de beslissing:
Het beroep is ingesteld tegen een beslissing van de officier van justitie met bovenvermeld CJIB nummer.
Aan betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd vanwege 29 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg.
De kantonrechter overweegt als volgt.
Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen de inleidende beschikking. Bij beslissing van 11 juni 2024 heeft de officier van justitie het beroep ongegrond verklaard. Betrokkene had tot en met 23 juli 2024 de gelegenheid tegen deze beslissing een beroepschrift in te dienen.
Het beroepschrift van 27 augustus 2024 is blijkens het op de bijlage geplaatste ontvangststempel op 29 augustus 2024 bij het Parket CVOM te Utrecht ontvangen. Dat is te laat.
Artikel 6:11 van de Awb bepaalt dat ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift niet-ontvankelijkheid op grond daarvan achterwege blijft, indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
De reden waarom het beroep te laat is ingesteld, is de volgende. Binnen het bedrijf worden dit soort zaken afgehandeld door een administratief medewerkster die met enige regelmaat afwezig is wegens ziekte. Normaliter blijft dat beperkt, maar in de bewuste periode was zij langere tijd afwezig zodat de beschikking van het CVOM langer onaangeroerd is blijven liggen waardoor de beroepstermijn ongebruikt is verstreken.
Hoewel de kantonrechter begrip kan opbrengen voor de lastige situatie als medewerkers uitvallen door ziekte, leidt dit niet tot de conclusie dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Betrokkene is blijkend informatie van de gemachtigde ter zitting een relatief grote onderneming met tientallen vrachtwagens en enkele honderden medewerkers, waarvan ook tientallen met administratieve taken. Als bekend is dat uitgerekend een administratieve medewerker die belast is met de afhandeling van correspondentie inzake juridische procedures regelmatig afwezig is wegens ziekte, is het aan de werkgever om hiervoor maatregelen te treffen zodat de betreffende post wel adequaat wordt afgehandeld.
Betrokkene heeft dat niet gedaan en daarom is de termijnoverschrijding haar aan te rekenen.
Feiten of omstandigheden op grond waarvan het overschrijden van de beroepstermijn verschoonbaar was zijn niet aannemelijk geworden.
Er zal daarom als volgt worden beslist.
Beslissing
De kantonrechter:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
|
Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. F.J.H. Hovens, en in het openbaar uitgesproken op 18 augustus 2026 in tegenwoordigheid van de griffier. De griffier, De kantonrechter, |
||
|
Rechtsmiddel: Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzending van een afschrift hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, doch alleen indien: a. de bij deze beslissing opgelegde sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of b. het beroepschrift niet-ontvankelijk is verklaard omdat de zekerheid niet (tijdig) is gesteld. Het beroepschrift dient schriftelijk te worden ingediend bij de rechtbank Gelderland, Team strafrecht, Mulderzaken, kamer C.1.06, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem en dient door degene die beroep heeft ingesteld, of door zijn gemachtigde te zijn ondertekend. Beroepschriften die per e-mail worden ingediend, kunnen gezien de wettelijke regeling niet in behandeling worden genomen. De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting wordt gevraagd waarbij u uw standpunt mondeling wilt toelichten. Een afschrift van deze uitspraak is aan betrokkene en de officier van justitie verzonden op: |
||