Strafrecht overig

WAHV. Parkeren in ‘groenstrook’ (artikel 5.1.10 APV Arnhem). Ingevolge art. 1 aanhef onder b WVW maakt de…

Rechtbank Gelderland, 17 oktober 2023

Zaakgegevens

Op 17 oktober 2023 heeft de Rechtbank Gelderland uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Gelderland
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
17 oktober 2023
Datum publicatie
10 november 2023
Zaaknummer
10295585 \ BR VERZ 23-107 \ 894-ER
Procedure
Proces-verbaal
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2023:6176
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

WAHV. Parkeren in ‘groenstrook’ (artikel 5.1.10 APV Arnhem). Ingevolge art. 1 aanhef onder b WVW maakt de berm deel uit van de weg en uit artikel 10 lid 1 Rvv moet worden afgeleid dat het parkeren in de berm dus is toegestaan. Uit overgelegde foto’s ter plaatse volgt dat de plek waar betrokkene de auto had geparkeerd, een zandvlakte is zonder een spoortje groen, zodat deze plek bezwaarlijk kan worden aangemerkt als groenstrook.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaakgegevens 10295585 \ BR VERZ 23-107 \ 894-ER

cjib-nr / registratienr 246363052 / SY3751

zitting van 17 oktober 2023

beslissing inzake Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)

in de zaak van

[betrokkene]

gevestigd te [adres]

betrokkene

gemachtigde mr. M. Lagas

tegen

de officier van justitie

Gronden voor de beslissing:

Het beroep is tijdig ingesteld tegen een beslissing van de officier van justitie met bovenvermeld CJIB nummer.

Aan betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd vanwege een voertuig laten staan in een park, plantsoen, openbare beplantingen of groenstroken, hetgeen is strafbaar gesteld in artikel 5.1.10 Algemene Plaatselijke Verordening van Arnhem.

De kantonrechter overweegt als volgt.

Uit artikel 1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wegenverkeerswet 1994 volgt dat de berm deel uit maakt van de weg, zoals bedoeld in de verkeerswetgeving. Uit artikel 10 lid 1 Rvv moet worden afgeleid dat het parkeren in de berm is toegestaan (behoudens uiteraard een ter plaatse geldend en aangegeven verbod). Daarvan is hier niet gebleken.

Het gaat dus om de vraag of de auto geparkeerd stond een berm zoals bedoeld in de wegenverkeersregeling of als een groenstrook als bedoeld in de APV.

Ter zitting zijn de foto’s bekeken waar het voertuig stond geparkeerd. De strook waarop het voertuig stond geparkeerd is in feite een zandvlakte waar geen spoortje groen te zien is. Dit kan bezwaarlijk worden aangemerkt als een groenstrook. Dat die strook van de rijbaan wordt afgescheiden door een troittoirband doet daar niet aan. Daarbij wordt mede in aanmerking genomen de achtergrond van artikel 10 lid 1 Rvv. In een eerdere formulering was het namelijk verboden in de berm te parkeren, waardoor automobilisten geneigd waren hun auto op de rijbaan te parkeren. Dat werd gezien als gevaarlijk en ongewenst. Deze bepaling is vervolgens aangepast zodat parkeren in de berm in beginsel wel is toegestaan. Deze achtergrond noopt tot een ruime interpretatie van het begrip berm.

Dit betekent dat het was toegestaan daar een voertuig te laten staan. De gedraging is derhalve niet komen vast te staan.

De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, de hoorzitting, het beroep bij de kantonrechter en het verschijnen ter zitting dienen totaal vier procespunten te worden toegekend. Gelet op de door betrokkene geleverde inspanning zal de kantonrechter met gebruikmaking van de matigingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor het telefonisch horen door de officier van justitie een halve punt toekennen, zodat in totaal 3,5 procespunten worden toegekend. De waarde per punt bij de officier van justitie bedraagt € 597 en de waarde per punt bij de kantonrechter bedraagt € 837. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 toegepast. Aldus zal de kantonrechter de officier van justitie veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1284,75 (= € 597 x 1,5 x 0,5 + € 837 x 2 x 0,5).

Er zal daarom als volgt worden beslist.

Beslissing

De kantonrechter:

-verklaart het beroep gegrond;

-vernietigt de bestreden beslissing en de inleidende beschikking;

-bepaalt dat de gestelde zekerheid van € 109 wordt terugbetaald;

-veroordeelt de officier van justitie in de proceskosten van betrokkene, begroot op

€ 1284,75.

Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. F.J.H. Hovens, en in het openbaar uitgesproken op 17 oktober 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier, De kantonrechter,

Rechtsmiddel:

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzending van een afschrift hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, doch alleen indien:

a. de bij deze beslissing opgelegde sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of

b. het beroepschrift niet-ontvankelijk is verklaard omdat de zekerheid niet (tijdig) is gesteld.

Het beroepschrift dient schriftelijk te worden ingediend bij de rechtbank Gelderland, Team strafrecht, Mulderzaken, kamer C.1.14, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem en dient door degene die beroep heeft ingesteld, of door zijn gemachtigde te zijn ondertekend. Beroepschriften die per e-mail worden ingediend, kunnen gezien de wettelijke regeling niet in behandeling worden genomen.

De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting wordt gevraagd waarbij u uw standpunt mondeling wilt toelichten.

Een afschrift van deze uitspraak is aan betrokkene en de officier van justitie verzonden op: