Rechtbank Rotterdam, proces-verbaal strafrecht overig

ECLI:NL:RBROT:2026:10524

Op 14 August 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam een proces-verbaal procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 10-231346-26, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBROT:2026:10524. De plaats van zitting was Rotterdam.

Soort procedure:
Instantie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
10-231346-26
Datum uitspraak:
14 August 2026
Datum publicatie:
24 August 2026

Indicatie

voortduren inverzekeringstelling onrechtmatig omdat er geen onderzoeksbelang meer is om de verdachte daarvoor in voorarrest te houden

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

rechter-commissaris in strafzaken

zittingsplaats Rotterdam

parketnummer : 10-231346-26

rc-nummer : 26-009661

datum : 14 augustus 2026

proces-verbaal van verhoor verdachte

toetsing rechtmatigheid inverzekeringstelling

(artikel 59a Wetboek van Strafvordering)

Mr. G.A.F.M. Wouters, rechter-commissaris, bijgestaan door S.I.B. de Meijer, griffier, hoort op 14 augustus 2026 een verdachte, die opgeeft te zijn:

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ( [geboorteland] )

inschrijvingsadres in de basisregistratie personen:

[straatnaam 1] , [postcode] [woonplaats]

Het verhoor vindt plaats in de rechtbank middels videoverbinding met politiebureauDoelwater.

Bij het verhoor is verder aanwezig:

mr. P.M. Langereis neemt waar voor mr. A.M.V. Bandhoe, raadsman van de verdachte;

mw. M.M. Lukomski, tolk (Pools) geregistreerd onder nummer 1989.

De rechter-commissaris deelt de verdachte mee dat hij niet tot antwoorden verplicht is.

De verdachte verklaart het volgende.

Mijn adres is inmiddels: [straatnaam 2] [locatie] .

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw verzoekt de onmiddellijke invrijheidstelling van de verdachte. De voorduring van de inverzekeringstelling is inmiddels onrechtmatig geworden. Zij maakt gebruik van spreekaantekeningen met als bijlage een aantal beslissingen van rechters-commissarissen. De spraakaantekeningen zijn aan dit proces-verbaal gehecht en de inhoud daarvan wordt woordelijk herhaald en ingelast. De beslissingen zijn eveneens aan dit proces-verbaal gehecht.

Beslissing

Beslissing rechter-commissaris

De rechter-commissaris merkt op dat in het bevel inverzekeringstelling als grond daarvoor wordt opgegeven: ‘nader/verder verhoor van de verdachte noodzakelijk is’. Het bevel is afgegeven om 20:23 uur, kennelijk tijdens het verhoor van de verdachte dat duurde van 20:05 uur tot 20:53 uur. In dat verhoor zijn de volgens de politie aanwezige bewijsmiddelen al aan verdachte voorgehouden. De rechter-commissaris vermag daarom niet in te zien dat verdachte na dit eerste verhoor nog een keer verhoord dient te worden. Daarmee is het voortduren van de inverzekeringstelling onrechtmatig en dient verdachte onmiddellijk in vrijheid te worden gesteld.

De rechter-commissaris ziet in het dossier een zogenoemde SIS II-signalering. Dit zou kunnen betekenen dat de officier van justitie een andere grond heeft om de verdachte vast te houden. Het is aan de officier van justitie om hier wel of niets mee te doen.

De rechter-commissaris deelt de volgende beslissingen mee:

oordeelt het voortduren van de inverzekeringstelling onrechtmatig;

wijst het verzoek tot onmiddellijke invrijheidsstelling toe.

Dit proces-verbaal is op 14 augustus 2026 door de rechter-commissaris en de griffier vastgesteld en ondertekend.

S.I.B. de Meijer mr. G.A.F.M. Wouters

griffier rechter-commissaris