Strafrecht overig

De rechter-commissaris wijst de vordering tot inbewaringstelling af op grond van het bepaalde in artikel 67a…

Rechtbank Gelderland, 15 juli 2013

Zaakgegevens

Op 15 juli 2013 heeft de Rechtbank Gelderland uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Gelderland
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
15 juli 2013
Datum publicatie
5 augustus 2013
Zaaknummer
05/841221-13
Procedure
Raadkamer
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2013:2166
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De rechter-commissaris wijst de vordering tot inbewaringstelling af op grond van het bepaalde in artikel 67a lid 3 van het Wetboek van Strafvordering.

Voorts is niet gebleken van een een dringende noodzakelijkheid tot verlenging van de inverzekeringstelling. Zeker bij een minderjarige verdachte staat voorop dat diens vrijheidsbeneming zo kort mogelijk dient te zijn, gelet op hetgeen is neergelegd in onder meer art. 5 EVRM. De rechter-commissaris gelast de onmiddellijke invrijheidstelling van verdachte.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats: Arnhem

parketnummer: 50/841221-13

beschikking afwijzing vordering inbewaringstelling van de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken d.d. 15 juli 2013

inzake

[verdachte]

geboren op [geboortedatum]1996 te [geboorteplaats]

wonende te [adres]

thans verblijvende in het politiebureau te Arnhem.

Het procesverloop

Gezien de vordering van de officier van justitie in dit arrondissement van 15 juli 2013, strekkende tot het verlenen van het bevel van bewaring van verdachte.

Gehoord verdachte en zijn advocaat mr. F.G.W.M. Huijbers, advocaat te Nijmegen.

De beoordeling

Er zijn voldoende ernstige bezwaren alsmede zijn de gronden voor recidive aanwezig. De rechter-commissaris wijst de vordering tot inbewaringstelling echter af op grond van het bepaalde in artikel 67a lid 3 van het Wetboek van Strafvordering.

Daarnaast is de rechter-commissaris tot het volgende oordeel gekomen.

Alleen bij dringende noodzakelijkheid kan het bevel tot inverzekeringstelling eenmaal voor ten hoogste drie dagen worden verlengd. Dat verlenging van de inverzekeringstelling dringend noodzakelijk was is niet in het bevel tot uitdrukking gebracht en van een dringende noodzakelijkheid is de rechter-commissaris uit de stukken ook niet gebleken. Verdachte is voor de laatste maal gehoord op vrijdag 12 juli 2013 om 16.30 uur en heeft een bekennende verklaring afgelegd. Uit de stukken is niet gebleken dat er daarna nog verder onderzoek heeft plaatsgevonden. De verlenging van de inverzekeringstelling heeft plaatsgevonden op zondag 14 juli 2013 om 18.30 uur vanwege het verstrijken van de termijn van de inverzekeringstelling. Het was de bedoeling verdachte op 15 juli 2013 om 9.00 uur voor de rechter-commissaris te geleiden met het oog op een vordering bewaring.

Gelet op het voorgaande is naar het oordeel van de rechter-commissaris niet gebleken van een dringende noodzakelijkheid tot verlenging van de inverzekeringstelling. Zeker bij een minderjarige verdachte staat voorop dat diens vrijheidsbeneming zo kort mogelijk dient te zijn, gelet op hetgeen is neergelegd in onder meer art. 5 EVRM. Dit brengt mee dat de rechter-commissaris de onmiddellijke invrijheidstelling van verdachte zal gelasten.

De beslissing

Wijst de vordering tot inbewaringstelling af en gelast de onmiddellijke invrijheidstelling van verdachte.

Arnhem, 15 juli 2013

de griffier, de rechter-commissaris,

D.H.M. Slinkman mr. I. de Waal-van Wessem

i.a.a. officier van Justitie

advocaat van verdachte.