Civiel recht overig

Wrakingsverzoek voldoet niet aan de vereisten van de wet. Tevens een klachtprocedure. Verzoeker wordt niet…

Rechtbank Groningen, 11 november 2010

Zaakgegevens

Op 11 november 2010 heeft de Rechtbank Groningen in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Groningen
Datum uitspraak
11 november 2010
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
122144/HA RK 10-406
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBGRO:2010:BO5047
E-mail

Samenvatting

Wrakingsverzoek voldoet niet aan de vereisten van de wet. Tevens een klachtprocedure.

Verzoeker wordt niet ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK GRONINGEN

MEERVOUDIGE KAMER

Zaaknummer: 122144 / HA RK 10-406

Datum beslissing: 11 november 2010

Beslissing op het schriftelijke verzoek van [verzoeker], wonende aan de [adres], [woonplaats] (hierna: verzoeker) tot wraking ingevolge artikel 36 e.v. Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv).

1. Procesverloop

1.1. Bij brief van 26 oktober 2010, ingekomen ter griffie van de rechtbank op 27 oktober 2010, heeft verzoeker een verzoek ingediend tot wraking van de behandelend kantonrechter, in het geschil met zaaknummer 459073 CV EXPL 10-10393, waarbij verzoeker als partij is betrokken.

2. De beoordeling

Ingevolge het bepaalde in artikel 37 lid 1 Rv dient een verzoek tot wraking te worden gedaan zodra de feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 36 Rv. aan de verzoeker bekend zijn geworden. Blijkens het verzoekschrift waren die feiten en omstandigheden vóór 2 oktober 2010 al bij verzoeker bekend, immers heeft verzoeker per die datum een klacht omtrent diezelfde feiten en omstandigheden ingediend. Nu het onderhavige verzoek tot wraking eerst op 27 oktober 2010 bij de rechtbank is ingekomen moet geconcludeerd worden dat het verzoek te laat is gedaan.

Daar komt bij dat het verzoek niet voldoet aan het wettelijke vereiste dat de naam van de behandelend rechter van wie de wraking wordt verzocht, in het verzoekschrift dient te worden vemeld.

Nu niet aan deze formele vereisten voor wraking zijn voldaan, kan verzoeker niet in zijn verzoek worden ontvangen. Tot een mondelinge behandeling behoeft niet te worden overgegaan.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1. verklaart verzoeker niet ontvankelijk in zijn verzoek,

3.2 bepaalt dat de procedure in de hoofdzaak (met zaaknummer 459073 CV EXPL 10-10393) wordt voortgezet in de stand waarin zij zich bevond ten tijde van het indienen van het schriftelijke verzoek tot wraking,

33. beveelt de onmiddellijke mededeling van deze beslissing aan verzoeker,

de sectorvoorzitter van de sector kanton, [belanghebbende] en de stichting Christelijke Woningstichting Patrimonium en de officier van justitie.

Aldus gegeven door mrs. R.B.M. Keurentjes, voorzitter, L.H.A.M Voncken en

E.J. Oostdijk, rechters, in tegenwoordigheid van K. Bootsman als griffier en in het openbaar uitgesproken op 11 november 2010.

kb