Socialezekerheidsrecht
Het is aan verzoeker om aan te tonen dat hij in bijstandsbehoevende omstandigheden verkeert. Verweerder vond…
Rechtbank Haarlem, 21 december 2012
ECLI:NL:RBHAA:2012:BZ0137 · Rechtbank Haarlem · 21 december 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-haarlem/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbhaa-2012-bz0137
Zaakgegevens
Op 21 december 2012 heeft de Rechtbank Haarlem in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Rechtbank HaarlemRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 21 december 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- AWB 12/5568
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBHAA:2012:BZ0137
Samenvatting
Het is aan verzoeker om aan te tonen dat hij in bijstandsbehoevende omstandigheden verkeert. Verweerder vond terecht een huisbezoek nodig. Dat ging niet door, zodat verzoekers recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitspraak
RECHTBANK Haarlem
Sector bestuursrecht
zaaknummer: AWB 12/5568
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van
21 december 2012 in de zaak tussen
[naam verzoeker], te [woonplaats], verzoeker
(gemachtigde: mr. R. Kücükünal),
en
het college van burgemeester en wethouders van Purmerend, verweerder
(gemachtigde: J.M. Dekker-Koenders).
Procesverloop
Bij besluit van 9 november 2012 (het primaire besluit) heeft verweerder verzoekers aanvraag om toekenning van een uitkering in het kader van de Wet werk en bijstand (Wwb) afgewezen, omdat verzoeker niet heeft voldaan aan de medewerkings- en inlichtingenplicht.
Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft voorts de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 december 2012. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Voorts was ter zitting aanwezig R. Stam, werkzaam bij de gemeente Purmerend.
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk op uitspraak gedaan.
Beslissing
De voorzieningenrechter :
wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Overwegingen
1. De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering.
2. Verzoeker heeft een Wwb-aanvraag ingediend. Op grond hiervan rust op hem de bewijslast betreffende de vraag of hij in bijstandsbehoevende omstandigheden verkeert.
3. Verzoeker heeft gesteld dat hij zijn hoofdverblijf heeft in Purmerend op het adres [adres]. Hij heeft voor de betreffende woning een huurovereenkomst, heeft de sleutels van deze woning en verzoeker ontvangt er zijn post. Deze laatste feiten en omstandigheden zijn niet in geschil.
4. Op 9 november 2012 hebben medewerkers van verweerder met verzoeker een gesprek gevoerd. In dit gesprek gaf verzoeker onder meer aan dat hij slechts een paar keer heeft overnacht in voormelde woning, omdat er nog geen bed in stond. Ook verklaarde verzoeker dat hij het merendeel van de week in [plaatsnaam] verblijft bij zijn moeder en dat hij vaak oppast bij zijn dochtertje in [plaatsnaam].
5. In verband hiermee heeft verweerder het noodzakelijk geacht dat er een huisbezoek zou plaatsvinden. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder hiervoor terecht aanleiding gezien. Het huisbezoek is op 9 november 2012 niet doorgegaan. Verweerder heeft zich vervolgens terecht op het standpunt gesteld dat, zonder huisbezoek, verzoekers recht op bijstand in ieder geval niet is vast te stellen. Dit vormt de achtergrond van het primaire besluit.
6. Verzoeker heeft in de bezwaarprocedure de mogelijkheid om het primaire besluit aan te vechten. Ook heeft verzoeker de mogelijkheid een nieuwe Wwb-aanvraag in te dienen. Dat is inmiddels gebeurd. In het kader van deze nieuwe aanvraag zal verweerder op zeer korte termijn een huisbezoek uitvoeren.
7. Onder de omstandigheden zoals hiervoor weergegeven, bestaat er geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het desbetreffende verzoek dan ook af.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat evenmin aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C. Terwiel - Kuneman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van P.M. van der Pol, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 december 2012.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.