Civiel recht overig

Eindvonnis bij het tussenvonnis van 24 maart 2004 (gepubliceerd onder LJN: BI2310). Bedrijfsovername…

Rechtbank Haarlem, 19 november 2008

Zaakgegevens

Op 19 november 2008 heeft de Rechtbank Haarlem in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
19 november 2008
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
85817 HA ZA 02-979
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBHAA:2008:BI2320
E-mail

Samenvatting

Eindvonnis bij het tussenvonnis van 24 maart 2004 (gepubliceerd onder LJN: BI2310).

Bedrijfsovername. Vordering tot restitutie van de koopsom op grond van tekortkoming in de nakoming. Te rooskleurig omzet- en winstprognose verstrekt door de verkoper? Beroep op dwaling, misbruik van omstandigheden en bedrog. Persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder van de verkopende vennootschap.

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknunmier rolnunimer: 85817 HA ZA 02-979

Vonnis van 19 november 2008

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

B.A.K BEHEER B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres in conventie,

verweerster in reconvenhie,

advocaat mr. M.J. van der Veen,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HAVENMEESTER VIS BEHEER B.V.,

gevestigd te Overveen,

2. [gedaagde 2],

wonende te Overveen,

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

advocaat mr. M. Middeldorp.

Partijen zullen hierna B.A.K. Beheer B.V. en Havenmeester Vis c.s. genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

het tussenvonnis van 14 december 2005

het proces-verbaal van getuigenverhoor van 28 maart 2006

de proces-verbalen van voorzetting van getuigenverhoor van 20juni 2006, 2

november 2006, 7 november 2006, 11januari 2007, 18januari 2007 en 29 maart

2007

het proces-verbaal van tegenverhoor van 4juni 2007

de conclusie na getuigenverhoor van B.A.K. Beheer B.V. d.d. 31 oktober 2007

de antwoordconcjusje na getuigenverhoor van Havenmeester Vis Beheer B.V. c.s.

van 26 maart 2008.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

2.1 De rechtbank blijft bij hetgeen in voormelde en eerder gewezen tussenvonnissen is

overwogen en beslist. De rechter, ten overstaan van wie de comparitie en de

getuigenverhoren zijn gehouden, heeft dit vonnis niet mede kunnen wijzen om

organisatorische redenen.

2.2 Bij vonnis van 14 december 2005 heeft de rechtbank onder 2.8 geoordeeld dat nog

slechts ter beoordeling voorligt het door BAK Beheer B.V. subsidiair en meer

subsidiair gevorderde voor zover gegrond op bedrog. Volgens B.A.K Beheer B.V.

heeft [gedaagde 2] haar tot het aangaan van de koopovereenkomst bewogen door het

verstrekken van valselijk opgemaakte omzet- en kostenbegrotingen voor 2002. Bij

dit vonnis is B.A.K. Beheer B.V. toegelaten tot het bewijs dat de voor

ondertekening van de koopovereenkomst aan haar verstrekte omzet- en

kostenbegrotingen voor 2002 betreffende Metalcorp en haar

dochtervennootschappen, naar Havenmeester Vis c.s., althans [gedaagde 2], wist(en)

opzettelijk onjuist zijn opgemaakt.

2.3 Bij vonnis van 24 maart 2004 heeft de rechtbank sub 2.6 reeds beslist dat B.A.K.

Beheer B.V. bij repliek onweersproken heeft gesteld dat onder de aan haar

verstrekte omzet- en kostenbegrotingen voor 2002 moeten worden verstaan:

- productie 41 A de concept begroting van Metalcorp Industries over 2002

d.d. 13 februari 2002, en

- productie 41 B de consolidatie resultatenrekening Metalcorps Industries

d.d. 14 maart 2002.

Het zijn derhalve deze stukken waarvan B.A.K. Beheer B.V. dient te bewijzen dat

zij door [gedaagde 2] opzettelijk onjuist zijn opgemaakt en zijn verstrekt om B.A.K.

Beheer B.V. te bewegen tot ondertekening van de koopovereenkomst.

2.4 B.A.K. Beheer B.V. heeft een groot aantal getuigen, waaronder [de directeur] als partijgetuige

doen horen. Haveim~eester Vis c.s. heeft in contra-enquete [gedaagde 2] als partijgetuige

doen horen.

2.5 De rechtbank is van oordeel dat B.A.K. Beheer B.V. niet in het aan haar

opgedragen bewijs is geslaagd. Samengevat is de rechtbank van oordeel dat

(a) een groot gedeelte van de getuigenverklaringen niet ter zake doet,

aangezien die verklaringen niet zien op de hierboven genoemde stukken,

en,

(b) uit de getuigenverklaringen niet valt af te leiden dat [gedaagde 2] de hierboven

genoemde stukken onjuist heeft opgemaakt, dan wel heeft doen opmaken,

laat staan dat [gedaagde 2] opzettelijk heeft gehandeld.

Ter toelichting dient het volgende.

2.6 Mia) ten aanzien van de stukken in relatie tot de getuigenverklaringen

Productie 41A, de begroting van Metalcorp Industrics en Benjamin Products over

2002 d.d. 13 februari 2002 betreft een concept en vermeldt voor de gehele groepen

per groepsondernemjng de netto omzet, de kostprijs en het bedrijfsresultaat voor en

na belastingen. Tevens omvat deze productie een apart A4-vel met daarop de

begroting voor Benjamin Products over 2002, uitgesplitst naar de afdelingen,

lakstraat, display, montage/verpakking en overige.

2.7 Productie 41B betreft de consolidatie resultatenrekening Metalcorp Industries B.V.

per 31 december 2001 gedateerd 14 maart 2002. Dit stuk vermeldt niets over de

verwachte omzet of kosten over 2002. Deze productie kan derhalve in het kader

van de bewijsopdracht slechts een rol spelen voor zover de verwachte omzet of de

verwachte kosten over 2002 worden gerelateerd aan de cijfers van 2001.

2.8 Geen van de voorliggende stukken bevat een staat van per klant begrote omzet en

verwachte kosten voor 2002. Een dergelijke staat is voor wat betreft de omzet wel

in bezit van B.A.K. Beheer B.V. gekomen, maar dit is eerst na de overname

gebeurd. Het is overigens niet [gedaagde 2] geweest die deze staat aan B.A.K. Beheer

B.V. heeft verstrekt (productie 55).

2.9 De door B.A.K. Beheer B.V. voorgebrachte getuigen hebben (uitgebreid) verklaard

over door [gedaagde 2] onjuist (te positieD begrote omzetten (en kosten) per klant. Een

aantal getuigen, met name de (voormalige) klanten van [gedaagde 2] heeft verklaard dat

[gedaagde 2] tegen beter weten in de te verwachten omzet te rooskleurig heeft

voorgesteld. Deze informatie kan in het kader van de bewijsopdracht evenwel

geen rol spelen, nu in de stukken waarvan B.A.K. Beheer B.V. stelt dat [gedaagde 2] deze

opzettelijk onjuist heeft opgemaakt en op grond waarvan B.A.K. Beheer B.V. tot

de koopovereenkomst is bewogen, slechts totaalcijfers zijn opgenomen en geen

cijfers per klant. Deze gedetailleerde informatie is B.A.K. Beheer B.V. eerst na de

overname bekend geworden. Voor zover B.A.K. Beheer B.V. heeft beoogd te

stellen dat het deze omzetstaten zijn geweest waarop de begroting van 13 februari

2002 is gebaseerd overweegt de rechtbank het volgende.

2.10 Ad (b) ten aanzien van de onjuistheid en het opzet

Naar het oordeel van de rechtbank is B.A.K. Beheer B.V. er niet in geslaagd te

bewijzen dat [gedaagde 2] de stukken opzettelijk onjuist heeft opgemaakt. Of de stukken

die door [gedaagde 2] zijn opgesteld zodanig verschillen van de werkelijkheid, dat deze

het etiket ‘onjuist’ verdienen, kan derhalve in het midden blijven.

2.11 Opzet impliceert in dit verband immers de bedoeling om bij de ander een onjuiste

voorstelling van zaken te scheppen, te bevestigen of te versterken. De bedrieger

moet zijn slachtoffer willens en wetens om de tuin hebben geleid. In het

onderhavige geval zal [gedaagde 2] bij de verkoop van zijn onderneming zijn

onderneming enigszins fraaier hebben voorgesteld dan zij was, doch dit impliceert

nog niet dat [gedaagde 2] daarmee B.A.K. Beheer BV. opzettelijk heeft misleid. Bij

cijfermatige opstellingen als de onderhavige kan immers een groot verschil van

gevoelen bestaan over de wijze waarop bepaalde activa en passiva moeten worden

begroot, zonder dat van kwade trouw sprake is. Dat [gedaagde 2] geneigd zal zijn geweest

de toekomst van zijn onderneming positiever te presenteren dan zij was, is een

omstandigheid waarmee B.A.K. Beheer B.V. rekening diende te houden.

2.12 Wanneer de rechtbank de concept begroting over 2002 opgesteld door de [gedaagde 2]’

vergelijkt met de ‘realisatie le halfjaar 2002’ (productie 5 bijlage 3), dan deelt de

rechtbank overigens de conclusie van [gedaagde 2] dat de cijfers over de eerste zes

maanden van 2002 enigszins achterblijven bij de begroting over 2002 zoals die

door [gedaagde 2] is gepresenteerd. Dit verschil is evenwel niet van zodanig gewicht dat

de omzetbegroting daardoor noodzakelijkerwijs tot een vals en bedrieglijk stuk is

geworden.

2.13 Nu B.A.K. Beheer B.V. niet is geslaagd in het aan haar opgedragen bewijs ligt ook

het subsidiair en meer subsidiair gevorderde voor zover gegrond op bedrog voor

afwijzing gereed. Bij vonnis van 24 maart 2005 heeft de rechtbank reeds

geoordeeld dat B.A.K. Beheer B.V. geen beroep op dwaling of misbruik van

omstandigheden toekomt en bij vonnis 14 december 2005 heeft de rechtbank

geoordeeld dat het door B.A.K. Beheer primair en subsidiair gevorderde, voorzover

gegrond op tekortkoming in de nakoming, dient te worden afgewezen. Dit betekent

dat alle vorderingen van B.A.K. Beheer B.V. zullen worden afgewezen.

2.15 B.A.K. Beheer B.V. zal als dein conventie in het ongelijk gestelde partij in de

kosten van de procedure worden veroordeeld.

3. De verdere beoordeling in reconventie

3.1 Havenmeester Vis c.s. hebben primair aan hun vordering tot betaling van een

bedrag van EUR 850.000,-- uit hoofde van geldleningen ten grondslag gelegd

artikel 6:80 sub b en c. Ter onderbouwing hebben Havenmeester Vis c.s.

aangevoerd dat zij uit de brief van B.A.K. Beheer B.V. van 5 augustus 2002

hebben afgeleid dat B.A.K. Beheer B.V. te kort zou schieten in de nakoming van

haar verplichtingen uit de geldleningoverecnkomsten jegens Havenmeester Vis

c.s..

3.2 B.A.K. Beheer B.V. heeft in reconventie inhoudelijk geen ander verweer gevoerd

dan hetgeen zij in conventie heeft aangevoerd.

3.3 Met Havenmeester Vis c.s. is de rechtbank van oordeel dat Havenmeester Vis c.s.

uit de brief van 5 augustus 2002 terecht hebben afgeleid dat de bereidheid van

B.A.K. Beheer B.V. omdc verschillende overeenkomsten van geldlening na te

komen ontbrak. Het bedrag van EUR 850.000,- was mitsdien opeisbaar. Bij (niet

overgelegde) brief van 9 augustus 2002 heeft Havenmeester Vis c.s. B.A.K. Beheer

B.V. gesommeerd tot betaling van het bedrag van EUR 850.000, aan welke

sonimatie Havenmeester Vis c.s. geen gevolg heeft gegeven. De wettelijke rente

zal dan ook worden toegewezen vanaf 9 augustus 2002.

3.4 B.A.K. Beheer B.V. zal als de in reconventie in het ongelijk gestelde partij in de

kosten van de procedure worden veroordeeld.

4. Beslissing

De rechtbank:

In conventie:

4.1 wijst de vorderingen af

4.2 veroordeelt B.A.K. Beheer B.V., uitvoerbaar bij voorraad, in de kosten van dit

geding aan de zijde van Havenmeester Vis c.s. begroot op EUE. 10.000,-- aan

kosten deskundigen, EUR 3.632 aan verschotten en EUR 27.293,50 aan salaris

advocaat.

In reconventie:

4.3 veroordeelt B.A.K. Beheer B.V., uitvoerbaar bij voorraad, tegen behoorlijk bewijs

van kwijting tot betaling van een bedrag van EUR 850.000,--

(achthonderdvijftigduizend euro) aan Havenmeester Vis c.s., te vermeerderen met

de wettelijke rente hierover vanaf 9 augustus 2002 tot aan de dag der algehele

voldoening.

4.4 veroordeelt B.A.K. Beheer B.V., uitvoerbaar bij voorraad, in de kosten van dit

geding aan de zijde van Havenmeester Vis c.s. begroot op EUR 2580,-- aan salaris

advocaat.

Dit vonnis is gewezen door mr. W. Aardenburg, mr. M.A.C. Hofinan en nu. W.S.J. Thijs

en in het openbaar uitgesproken op 19 november 2008.