Civiel recht overig

Wrakingsverzoek ingediend na de uitspraak. Verzoeker is niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek.

Rechtbank Haarlem, 22 april 2011

Zaakgegevens

Op 22 april 2011 heeft de Rechtbank Haarlem in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Haarlem
Zittingsplaats
Haarlem
Datum uitspraak
22 april 2011
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
179649 HA RK 11-33
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBHAA:2011:BQ4107
E-mail

Samenvatting

Wrakingsverzoek ingediend na de uitspraak. Verzoeker is niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek.

Procesgang

  1. Rechtbank Haarlem · 22 april 2011deze uitspraak

    ECLI:NL:RBHAA:2011:BQ4107

  2. Raad van State · 6 juni 2012

    ECLI:NL:RVS:2012:BW7606

    Niet bevoegd

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Wrakingskamer

zaaknummer: 179649 HA RK 11-33

datum beslissing: 22 april 2011

Op verzoek van:

[naam verzoeker], wonende te Heemstede.

verzoeker,

1. Procesverloop

1.1 Bij schriftelijk verzoek van 5 maart 2011 heeft verzoeker de wraking verzocht van [naam rechter], hierna te noemen: de rechter, in de bij deze rechtbank, sector Bestuursrecht, aanhangige zaak met zaaknummer AWB 11/267 hierna te noemen: de hoofdzaak.

1.2 De rechter heeft niet in de wraking berust en schriftelijk op het wrakingsverzoek gereageerd.

1.3. Verzoeker is gehoord ter zitting van 21 april 2011.

2. Het standpunt van verzoeker.

2.1 Verzoeker heeft ter onderbouwing van het wrakingsverzoek aangevoerd dat de rechter een verrassingsuitspraak heeft gegeven zonder hem en B en W van de gemeente Heemstede te horen en zich aldus schuldig gemaakt aan plichtsverzuim.

3. Beoordeling

3.1 Vast staat dat de rechter op 24 februari 2011 uitspraak heeft gedaan op het verzoek van verzoeker in de hoofdzaak om een voorlopige voorziening te treffen.

3.2 Artikel 8:15 Awb luidt: “Op verzoek van een partij kan elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden.”

3.3 Uit het voorgaande volgt dat de rechter de zaak niet meer behandelt, zodat zij gelet op artikel 8:15 Awb in deze zaak ook niet (meer) kan worden gewraakt. Reeds daarom is het verzoek niet-ontvankelijk.

3.4 Het bovenstaande leidt tot de slotsom dat verzoeker niet-ontvankelijk is in zijn wrakingsverzoek.

4. Beslissing

De rechtbank:

4.1. verklaart het verzoek om wraking niet-ontvankelijk;

4.2. beveelt de griffier onverwijld aan verzoeker en de rechter een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden.

Deze beslissing is gegeven door mr. R.H.M. Bruin, voorzitter, en mrs. C.J. Baas en M.J. Kronenberg, leden van de wrakingskamer, en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2011 in tegenwoordigheid van de griffier.

Rechtsmiddel

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.