Civiel recht overig

EET-Verordening. Verzoek tot waarmerken als Europese executoriale titel afgewezen omdat er in casu geen…

Rechtbank Haarlem, 20 januari 2011

Zaakgegevens

Op 20 januari 2011 heeft de Rechtbank Haarlem in kort geding uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
20 januari 2011
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
175432 / KG RK 10-981
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBHAA:2011:BP1996
E-mail

Samenvatting

EET-Verordening. Verzoek tot waarmerken als Europese executoriale titel afgewezen omdat er in casu geen sprake is van een beslissing inzake een niet-betwiste schuldvordering.

De kostenveroordeling die de rechtbank ten gunste van verzoekers heeft uitgesproken, is gebaseerd op artikel 237 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, en kan niet afzonderlijk als een niet betwiste schuldvordering in de zin van artikel 3 EET-Verordening worden beschouwd.

Artikel 7 EET-Verordening biedt evenmin een afzonderlijke grondslag voor toewijzing van een verzoek als het onderhavige. Dit artikel regelt dat ingeval aan de voorwaarden voor het waarmerken van een beslissing als Europese executoriale titel is voldaan, deze titel in beginsel tevens ziet op de proceskosten.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 175432 / KG RK 10-981

Beschikking van 20 januari 2011

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BODY AESTHETIC B.V.

gevestigd en kantoorhoudende te Haarlem,

2. [A]

verzoeksters,

gemachtigde mr. G.A. Lasonder,

en

[B]

wonende te Düsseldorf, Duitsland,

belanghebbende.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift

- de mondelinge behandeling

2. Het verzoek en de beoordeling

2.1. Het verzoek strekt tot het waarmerken als Europese Executoriale Titel van het vonnis van deze rechtbank van 29 september 2010, zaaknummer / rolnummer: 149424 / HA ZA 08-1088.

2.2. Op dit verzoek is van toepassing de Verordening (EG) nr. 805/2004 van 21 april 2004 tot invoering van een Europese executoriale titel voor niet-betwiste schuldvorderingen (hierna: EET-Verordening).

2.3. De EET-Verordening heeft blijkens het bepaalde in art. 1 ten doel een Europese executoriale titel in het leven te roepen voor niet betwiste schuldvorderingen. Blijkens het bepaalde in artikel 3 lid 1 aanhef is de EET-Verordening onder andere van toepassing op beslissingen inzake niet-betwiste schuldvorderingen. Daarvan is blijkens het bepaalde in artikel 3 lid 1 aanhef en onder b) voor een geval als het onderhavige sprake indien de schuldenaar zich in de loop van een gerechtelijke procedure niet tegen de schuldvordering heeft verweerd.

2.4. In de procedure die heeft geleid tot het vonnis van 29 september 2010 is belanghebbende als in het ongelijk gestelde eisende partij in de proceskosten van verzoeksters veroordeeld. Gesteld dat belanghebbende tegen een veroordeling in de proceskosten in eerste aanleg geen verweer heeft gevoerd en tegen het vonnis van 29 september 2010 geen hoger beroep heeft ingesteld, dan brengt dat niet mee dat dit vonnis als een beslissing inzake een niet-betwiste schuldvordering moet worden gekwalificeerd. Vast staat immers dat verzoeksters zich tegen de vorderingen van belanghebbende hebben verweerd. De kostenveroordeling die de rechtbank vervolgens ten gunste van verzoeksters heeft uitgesproken, is gebaseerd op artikel 237 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, en kan niet afzonderlijk als een niet betwiste schuldvordering in de zin van artikel 3 EET-Verordening worden beschouwd.

Artikel 7 EET-Verordening biedt evenmin een afzonderlijke grondslag voor toewijzing van een verzoek als het onderhavige. Dit artikel regelt dat ingeval aan de voorwaarden voor het waarmerken van een beslissing als Europese executoriale titel is voldaan, deze titel in beginsel tevens ziet op de proceskosten.

2.5. Het verzoek zal worden afgewezen.

3. De beslissing

De voorzieningenrechter

3.1. wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. I.A.M. Tel en in het openbaar uitgesproken op 20 januari 2011.?