Bestuursrecht overig
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Met het bestreden besluit is de minister…
Rechtbank Limburg, 11 september 2023
ECLI:NL:RBLIM:2023:5579 · Rechtbank Limburg · 11 september 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-limburg/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rblim-2023-5579
Zaakgegevens
Op 11 september 2023 heeft de Rechtbank Limburg in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank LimburgRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Roermond
- Datum uitspraak
- 11 september 2023
- Datum publicatie
- 19 september 2023
- Zaaknummer
- ROE 23/1813
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBLIM:2023:5579
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Met het bestreden besluit is de minister gebleven bij zijn weigering om verzoeker een VOG te verlenen. Hangende beroep heeft verzoeker de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen. Hij heeft de VOG nodig om verder te mogen gaan met zijn stage. De voorzieningenrechter heeft alleen uitspraak gedaan op het verzoek om een voorlopige voorziening. Zij heeft het verzoek op grond van een belangenafweging toegewezen in die zin dat verzoeker moet worden behandeld alsof hij in het bezit is van een VOG zodat verzoeker totdat op zijn beroep is beslist verder kan gaan met zijn stage.
Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond
Bestuursrecht
zaaknummer: ROE 23/1813
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van
11 september 2023 op het verzoek om een voorlopige voorziening in de zaak tussen
[verzoeker] uit [plaats] , verzoeker
(gemachtigde: mr. M.A.C. de Bruijn),
en
de minister voor Rechtsbescherming
(gemachtigde: [gemachtigde] ).
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker toe, in die zin dat verzoeker, totdat op zijn beroep (AWB 23/1825) is beslist, moet worden behandeld alsof hij in het bezit is van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) om, in het kader van zijn opleiding Maatschappelijk Werk, verder te kunnen gaan met zijn stage bij de Mutsaertsstichting. Deze uitspraak houdt niet in dat verzoeker nu een VOG heeft en zegt ook niets over het uiteindelijk kunnen krijgen van een VOG. Deze uitspraak voorziet alleen in een tijdelijke maatregel om verzoeker, in afwachting van de behandeling van zijn beroep, de mogelijkheid te geven verder te kunnen gaan met zijn stage bij de Mutsaertsstichting.
Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, bepaalt zij dat de minister het griffierecht dat verzoeker voor de behandeling van het verzoek heeft moeten betalen, te weten een bedrag van € 184,-, aan verzoeker vergoedt. Zij veroordeelt de minister daarnaast tot betaling aan verzoeker van een vergoeding voor de door hem voor de behandeling van het verzoek gemaakte proceskosten, te weten een bedrag van € 1.674,-. De voorzieningenrechter kent verzoeker deze laatste vergoeding toe omdat de gemachtigde van verzoeker het verzoekschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht telt zij 1 punt per proceshandeling met een waarde per punt van € 837,- en past zij wegingsfactor 1 toe.
Motivering van de beslissing
1. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorzieningen toe op grond van de volgende belangenafweging.
2. Verzoeker is op 2 december 2022 veroordeeld voor zware mishandeling gepleegd in januari 2022; een ernstig feit van niet al te lang geleden, waarvoor verzoeker een niet al te lichte straf heeft gekregen. Verzoeker is vóór januari 2022 ook met justitie in aanraking geweest, onder meer voor geweldsdelicten.
3. Verzoeker heeft kort ná genoemd incident in januari 2022 voor het eerst in zijn leven echt hulp geaccepteerd. Hij volgt een coachings- en schuldsaneringstraject, heeft EMDR therapie gevolgd en zich onder behandeling van een psycholoog gesteld die hij nog steeds en regelmatig bezoekt. Verzoeker is niet meer met justitie in aanraking geweest, lijkt goed voor zichzelf te zorgen en volgt sinds februari 2023 de opleiding Maatschappelijk Werk. De voorzieningenrechter vindt dat uit dit alles blijkt dat verzoeker echt probeert zijn leven op de rit te krijgen en ziet zich gesteund door de verklaringen van zijn coach, psycholoog en teamcoördinator van de Mutsaertsstichting.
4. Verzoeker heeft een VOG nodig om in het kader van zijn opleiding Maatschappelijk Werk stage te kunnen lopen en heeft daarom, voordat hij met zijn opleiding is gestart, een VOG aangevraagd. De minister heeft besloten dat verzoeker geen VOG krijgt. Tot aan zijn zomervakantie in augustus heeft verzoeker kennelijk in afwachting van de afgifte van een VOG zonder VOG stage gelopen. Verzoeker mocht zijn stage na zijn vakantie zonder VOG niet hervatten en zal met de opleiding moeten stoppen als hij geen stage meer mag lopen. De minister heeft niet betwist dat verzoeker zonder VOG geen stage mag lopen en zonder stage met zijn opleiding moet stoppen. Omdat het niet hebben van een VOG op korte termijn voor verzoeker tot onomkeerbare gevolgen kan leiden en niet is gebleken van zodanig dringende belangen van de kant van de minister dat de uitspraak op het beroep over de weigering van een VOG niet kan worden afgewacht, ziet de voorzieningenrechter in dit geval aanleiding om het verzoek om een voorlopige voorziening toe te wijzen zoals zij heeft gedaan, zodat wordt voorkomen dat onomkeerbare gevolgen intreden en verzoeker de positieve door hem ingeslagen weg voorlopig ook op het gebied van opleiding kan blijven volgen.
Wat verder nog is gezegd
5. De voorzieningenrechter heeft partijen tot slot nog gezegd dat tegen de uitspraak geen rechtsmiddel openstaat en dat partijen het proces-verbaal van de mondelinge uitspraak binnen twee weken toegestuurd krijgen.
Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door mr. G. Leijten, voorzieningenrechter, en mr. A.W.C.M. Frings, griffier.
|
griffier voorzieningenrechter |
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: 19 september 2023.
Tegen de uitspraak in dit proces-verbaal staat geen hoger beroep of verzet open.