Burgerlijk procesrecht
278 Rv. 4:206 lid 3 BW Door de rechtbank benoemde vereffenaar. Advocaat. Het verzoek voldoet niet aan het…
Rechtbank Limburg, 9 februari 2018
ECLI:NL:RBLIM:2018:1390 · Rechtbank Limburg · 9 februari 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-limburg/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/beschikking/ecli-nl-rblim-2018-1390
Zaakgegevens
Op 9 februari 2018 heeft de Rechtbank Limburg uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Rechtbank LimburgRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Maastricht
- Datum uitspraak
- 9 februari 2018
- Datum publicatie
- 9 februari 2018
- Zaaknummer
- 6054935 BR VERZ 17-153
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBLIM:2018:1390
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
278 Rv. 4:206 lid 3 BW
Door de rechtbank benoemde vereffenaar. Advocaat. Het verzoek voldoet niet aan het bepaalde in art. 278 lid 1 Rv. Daarnaast ontbeert het verzoek - instemming met het concept van verzoekster van een tussentijdse factuur ter zake verrichte werkzaamheden - wettelijke grondslag waardoor het zal worden afgewezen. Het betreft namelijk géén verzoek tot (tussentijdse) vaststelling van het vereffenaarsloon.
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]beschikking
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht / Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer 6054935 BR VERZ 17-153
Beschikking van 9 februari 2018
op een verzoek van
[verzoekster] ,
kantoor houdend te [vestigingsplaats] aan de [adres] ,
verzoekster, in haar hoedanigheid van vereffenaar in de nalatenschappen van [erflaatster 1] en van [erflaatster 2] (verder: de erflaatsters).
1 Verloop van de procedure
Op 23 januari 2018 is een verzoekschrift met een bijlage ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
Vervolgens is beschikking bepaald en wordt vandaag uitspraak gedaan.
2 Het verzoek en de beoordeling
Uit het verzoekschrift en de bijlagen blijkt het volgende.
Bij beschikking van 2 augustus 2016 is verzoekster door de Rechtbank Limburg benoemd tot vereffenaar in de nalatenschappen van:
- [erflaatster 1] , overleden te [plaats] op [overlijdensdatum 1] , laatstelijk gewoond hebbend te [woonplaats 1] , en
- [erflaatster 2] , overleden te [plaats] op [overlijdensdatum 2] , laatstelijk gewoond hebbend te [woonplaats 2] .
Het verzoek voldoet niet aan het bepaalde in art. 278 lid 1 Rv. Daarnaast ontbeert het verzoek - instemming met het concept van verzoekster van een tussentijdse factuur ter zake verrichte werkzaamheden - wettelijke grondslag waardoor het zal worden afgewezen.