Burgerlijk procesrecht

tussen beslissing descente vonnis

Rechtbank Limburg, 11 maart 2026

Zaakgegevens

Op 11 maart 2026 heeft de Rechtbank Limburg in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.

Instantie
Rechtbank Limburg
Zittingsplaats
Roermond
Datum uitspraak
11 maart 2026
Datum publicatie
10 maart 2026
Zaaknummer
C/03/347491 / HA ZA 25-509
Procedure
Bodemzaak
Advocaat
mr. T.H Liebregts, mr. M.M. van den Boomen
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2026:2245
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

tussen beslissing descente vonnis

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: C/03/347491 / HA ZA 25-509

Vonnis van 11 maart 2026

in de zaak van

STICHTING ST.-JOZEF,

te Weert,

eisende partij,

hierna te noemen: de stichting,

advocaat: mr. T.H. Liebregts,

tegen

[gedaagde] ,

te [plaats 1] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

advocaat: mr. M.M. van den Boomen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties 1 tot en met 6
- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 6

1.2.

Vervolgens heeft de rolrechter de zaak aangehouden om te beslissen of een mondelinge behandeling dan wel gerechtelijke plaatsopneming of bezichtiging zal worden gelast.

1.3.

De beslissing is bepaald op heden.

2 De beoordeling

2.1.

De rechtbank acht het gewenst de plaatselijke gesteldheid op te nemen en zaken te bezichtigen die niet of bezwaarlijk tijdens de mondelinge behandeling kunnen worden overgebracht. Partijen dienen daarbij met hun advocaten aanwezig te zijn om inlichtingen te kunnen geven, om stellingen nader te onderbouwen en te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden.

2.2.

Partijen moeten zorgen dat eventuele nadere producties uiterlijk twee weken voor de dag van de zitting bij zowel de rechtbank als de wederpartij aanwezig zijn. Voor een goede beoordeling van de producties acht de rechtbank het gewenst dat die producties dan zijn vermeld op een lijst, waarop dan ook wordt aangegeven op welke stelling van een processtuk de betreffende productie betrekking heeft.

Te laat ingezonden producties zullen in beginsel worden geweigerd.

2.3.

De rechtbank wijst erop dat zij uit het niet verschijnen van een partij ter gelegenheid van de plaatsopneming en bezichtiging alsook ter mondelinge behandeling de gevolgtrekkingen -ook in het nadeel van die partij- kan maken die zij geraden zal achten.

2.4.

De behandeling van de zaak zal in beginsel de volgende onderwerpen bevatten. De rechter zal beginnen met een aantal formaliteiten. Vervolgens zal de rechter de plaatselijke situatie in ogenschouw nemen en zo nodig vragen stellen over de feiten. Partijen zullen alsdan in de gelegenheid worden gesteld om opmerkingen te maken en verzoeken te doen.

2.5.

Aansluitend zal een mondelinge behandeling plaatsvinden op locatie. Mocht het niet mogelijk zijn om de mondelinge behandeling op locatie (bij een van partijen) te laten plaatsvinden dan wenst de rechtbank dat uiterlijk twee weken voor de datum van de plaatsopneming en bezichtiging schriftelijk te vernemen en zal dientengevolge de aansluitende mondelinge behandeling in het gerechtsgebouw aan de Willem II Singel 67 te (6041 HR) Roermond plaatsvinden. Partijen kunnen bij de mondelinge behandeling aan de hand van een schriftelijk stuk dat kan worden overgelegd, ieder gedurende maximaal 15 minuten hun stellingen toelichten.

2.6.

Op de mondelinge behandeling zal, eventueel aan de hand van een voorlopig oordeel over de zaak, worden beslist hoe de procedure verder zal gaan. Daarbij kan ook de mogelijkheid van een schikking aan de orde komen. Partijen moeten er op voorbereid zijn dat de rechtbank tijdens of na de mondelinge behandeling direct mondeling uitspraak kan doen.

2.7.

In afwachting van deze plaatsopneming, bezichtiging en mondelinge behandeling houdt de rechtbank iedere verdere beslissing aan.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

beveelt een plaatsopneming en bezichtiging van de stro(o)k(en) grond ter hoogte van de percelen kadastraal bekend als [gemeente] , [sectie] , [nummer 1] en [gemeente] , [sectie] [nummer 2] , respectievelijk gelegen aan de [adres 1] te ( [plaats 2] ) en aan de [adres 2] te [plaats 2] , alsmede een verschijning van partijen, bijgestaan door hun advocaten, voor het geven van inlichtingen, ter beproeving van een minnelijke regeling op de terechtzitting van mr. R.J.M.G. Rulkens, op een door de rechtbank vast te stellen datum en tijd,

3.2.

bepaalt dat [gedaagde] dan in persoon aanwezig moet zijn en dat Stichting St.-Jozef dan vertegenwoordigd moet zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en hetzij rechtens hetzij op grond van een bijzondere schriftelijke volmacht bevoegd is haar te vertegenwoordigen,

3.3.

bepaalt dat, aansluitend aan de plaatsopneming en bezichtiging te Weert de mondelinge behandeling plaatsvindt op locatie, dan wel in het gebouw van de rechtbank Limburg, gevestigd aan de Willem II Singel 67 te Roermond,

3.4.

bepaalt dat de partijen dan in persoon aanwezig moeten zijn,

3.5.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 25 maart 2026 voor een schriftelijke opgave van de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten voor de maanden mei 2026 tot en met augustus 2026, waarna dag en uur van de plaatsopneming, bezichtiging en mondelinge behandeling zullen worden bepaald,

3.6.

bepaalt dat bij gebreke van de gevraagde opgave(n) de rechtbank het tijdstip van de plaatsopneming, bezichtiging en mondelinge behandeling zelfstandig zal bepalen,

3.7.

bepaalt dat na de vaststelling van het tijdstip van de plaatsopneming, bezichtiging en mondelinge behandeling dit in beginsel niet zal worden gewijzigd,

3.8.

wijst partijen er op, dat voor de plaatsopneming, bezichtiging en mondelinge behandeling een dagdeel zal worden uitgetrokken,

3.9.

bepaalt dat de griffier partijen via het roljournaal zal informeren over datum en tijdstip van de plaatsopneming, bezichtiging en de mondelinge behandeling,

3.10.

bepaalt dat het proces-verbaal uiterlijk veertien dagen na de dag van de voormelde verrichtingen ter griffie moet worden neergelegd,

3.11.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen op een dag die na afloop van de plaatsopneming, bezichtiging en mondelinge behandeling zal worden vastgesteld,

3.12.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. Rulkens en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026.