Burgerlijk procesrecht
Ambtshalve verwijzing naar handel vordering niet op geld waardeerbaar.
Rechtbank Limburg, 5 augustus 2026
ECLI:NL:RBLIM:2026:7505 · Rechtbank Limburg · 5 augustus 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-limburg/civiel-recht/burgerlijk-procesrecht/bodemzaak/ecli-nl-rblim-2026-7505
Zaakgegevens
Op 5 augustus 2026 heeft de Rechtbank Limburg in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.
- Instantie
- Rechtbank LimburgRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Maastricht
- Datum uitspraak
- 5 augustus 2026
- Datum publicatie
- 23 juli 2026
- Zaaknummer
- 12272453 CV EXPL 26-3197
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBLIM:2026:7505
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Ambtshalve verwijzing naar handel vordering niet op geld waardeerbaar.
Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 12272453 \ CV EXPL 26-3197
Vonnis (bij vervroeging) van 5 augustus 2026
in de zaak van
1 [eisende partij 1] ,
2. [eisende partij 2],
beiden wonend te [woonplaats],
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eiser c.s.] ,
gemachtigde mr. J.B. Bogaart,
tegen
1 [gedaagde partij 1] ,
2. [gedaagde partij 2],
beiden wonend te [woonplaats],
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagde c.s.] ,
gemachtigde mr. W.J.F. Geertsen.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de rolbeslissing van 1 juli 2026
- de akte aan de zijde van [gedaagde c.s.]
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De verdere beoordeling
Bij rolbeschikking van 1 juli 2026 heeft de kantonrechter partijen in staat gesteld zich uit te laten over de vraag welke rechter van deze rechtbank dit geschil moet behandelen.
[gedaagde c.s.] stellen dat de vorderingen kwesties van onbepaalde waarde betreffen en zij verzoeken derhalve de zaak te verwijzen naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken.
[eiser c.s.] zijn in de gelegenheid gesteld om zich omtrent de bevoegdheid van de kantonrechter uit te laten, maar hebben van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.
Naar het oordeel van de kantonrechter is zij niet bevoegd om van de vorderingen kennis te nemen. De vorderingen van [eiser c.s.] zijn voornamelijk vorderingen om iets te doen of te laten en zijn niet op geld waardeerbaar. Zaken betreffende vorderingen van onbepaalde waarde, zoals de onderhavige, worden alleen door de kantonrechter behandeld indien duidelijke aanwijzingen bestaan dat de vorderingen geen hogere waarde vertegenwoordigen dan € 25.000,00. Dat is hier niet het geval nu deze vorderingen niet in geld kunnen worden uitgedrukt.
De kantonrechter zal dan ook de zaak in de staat en stand waarin deze zich bevindt verwijzen naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de Rechtbank Limburg, locatie Maastricht.
Wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure alleen bij advocaat kunnen procederen.
3 De beslissing
De kantonrechter
verwijst de zaak in de stand waarin zij zich bevindt, naar de civiele rolzitting voor de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van deze rechtbank, locatie Maastricht van woensdag 19 augustus 2026 voor stellen advocaat,
wijst partijen erop dat zij na verwijzing dienen te procederen bij advocaat,
wijst [eiser c.s.] erop dat na verwijzing een verhoogd griffierecht verschuldigd is, dat deze verhoging kan worden afgeleid uit de meest recente griffierechttabellen op www.rechtspraak.nl en dat deze verhoging binnen vier weken na voormelde roldatum moet zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank dan wel ter griffie zijn gestort,
wijst [gedaagde c.s.] erop dat na verwijzing griffierecht verschuldigd is, dat dit griffierecht kan worden afgeleid uit de meest recente griffierechttabellen op www.rechtspraak.nl en dat het griffierecht binnen vier weken na voormelde roldatum moet zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank dan wel ter griffie zijn gestort.
Dit vonnis is gewezen door mr. Bisscheroux en in het openbaar uitgesproken.