Burgerlijk procesrecht

Doorbraak muur onrechtmatig?, deskundigenonderzoek.

Rechtbank Limburg, 19 maart 2025

Zaakgegevens

Op 19 maart 2025 heeft de Rechtbank Limburg in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over burgerlijk procesrecht.

Instantie
Rechtbank Limburg
Zittingsplaats
Maastricht
Datum uitspraak
19 maart 2025
Datum publicatie
8 juli 2026
Zaaknummer
10790486 CV EXPL 23-4908
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2025:13257
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Doorbraak muur onrechtmatig?, deskundigenonderzoek.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 10790486 \ CV EXPL 23-4908

Vonnis van 19 maart 2025

in de zaak van

[eiser] ,

wonend te [woonplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser] ,

gemachtigde: mr. A.C. Dabekaussen,

tegen

1 [gedaagde sub 1] ,

2. [gedaagde sub 2],

beiden wonend te [woonplaats] ,

gedaagde partijen,

hierna samen te noemen: [gedaagden] ,

gemachtigden: mr. S. Khanlarov en mr. D.L. Vissers.

1 De procedure

1.1.

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit

  • het vonnis van 16 oktober 2024

  • de brief van 4 november 2024 van [gedaagden] met het verzoek tot herstel van een kennelijke fout

  • de brief van 22 november 2024 van [eiser] waarbij is ingegaan op het voornoemde herstelverzoek

  • de brief van de griffie waarin partijen is meegedeeld dat het herstelverzoek in een eerstvolgende vonnis zal worden beoordeeld

  • de brief van 9 december 2024 van [gedaagden] met een reactie inzake het herstelverzoek

  • de akte uitlating benoeming deskundige tevens akte overlegging aanvullende producties 28 en 29 van [gedaagden]

  • de akte houdende uitlating deskundigenonderzoek van [eiser] tevens houdende een antwoordakte benoeming deskundige (met aanvullende producties) zijdens [gedaagden]

  • de brief van 17 december 2024 van [gedaagden] met de constatering dat de conceptakte van [eiser] wezenlijk afwijkt van de definitieve akte van [eiser] , reden waarom [gedaagden] de kantonrechter verzoekt per akte op die (nieuwe) punten van [eiser] te laten reageren

  • de brief van 18 december 2024 van [eiser] , waarbij [eiser] zich verzet tegen

een eventueel door [gedaagden] te nemen akte

- de antwoordakte van 22 januari 2025 van [gedaagden]

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

Herstel vaststelling feit

2.1.

In het vonnis van 16 oktober 2024 onder rov. 2.7., laatste volzin, heeft de kantonrechter als vaststaand feit het volgende opgenomen:

“(...) Van de kant van [gedaagden] heeft [naam 1] van Jabjo Advies- en Expertisebureau op 20 mei 2021 de situatie opgenomen (rapport overgelegd als productie 6 [gedaagden] ) en op 23 november 2021 [naam 2] van DEKRA Experts namens Aegon (rapport productie 7 en foto’s productie 8 [gedaagden] ).”

2.2.

Bij brief van 4 november 2024 heeft [gedaagden] -kort gezegd- laten weten dat

[naam 1] niet (zoals in het vonnis staat) door [gedaagden] is ingeschakeld, maar door [eiser] . [gedaagden] heeft verzocht tot herstel van deze kennelijke fout.

2.3.

Bij brief van 22 november 2024 heeft [eiser] laten weten dat het juist is dat Jabjo Advies- en Expertisebureau door [eiser] is ingeschakeld. [eiser] heeft in diezelfde brief een aantal inhoudelijke opmerkingen aangaande het rapport gemaakt, waartegen [gedaagden] bezwaar heeft gemaakt.

2.4.

Nu er tussen partijen geen verschil van mening bestaat over het feit dat niet [gedaagden] , maar [eiser] [naam 1] van Jabjo Advies- en Expertisebureau heeft ingeschakeld, en de kantonrechter kennelijk per abuis in het vonnis van 16 oktober 2024 de namen van partijen dienaangaande heeft verwisseld, herstelt de kantonrechter hierbij die kennelijke fout, aldus dat de laatste volzin van rov. 2.7. in het vonnis van 16 oktober 2024 als volgt moet worden gelezen:

“(...) Van de kant van [eiser] heeft [naam 1] van Jabjo Advies- en Expertisebureau op 20 mei 2021 de situatie opgenomen (rapport overgelegd als productie 6 [gedaagden] ) en op 23 november 2021 [naam 2] van DEKRA Experts namens Aegon (rapport productie 7 en foto’s productie 8 [gedaagden] ).”

2.5.

De kantonrechter gaat voorbij aan al het overige dat [eiser] in zijn brief van

22 november 2024 heeft aangevoerd, nu dat buiten het bestek van de te herstellen kennelijke fout valt.

Deskundigenonderzoek

2.6.

De kantonrechter heeft in zijn vonnis van 16 oktober 2024 aangegeven voornemens te zijn een deskundigenonderzoek te gelasten om duidelijkheid te krijgen over:

  1. de omvang en hoogte van de schade aan de woning van [eiser] verband houdende met het gat in de muur en de sloop van de tuin-/buiten-/(spouw)muur,

  2. de oorzaak en de omvang en hoogte van de schade die mogelijk verband houdt met achterstallig onderhoud aan de dakspits (de nokgevel) van de woning van [gedaagden] ,

en heeft partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over:

  • het aantal en het specialisme van de te benoemen deskundige(n)

  • de naam van een (of meer) deskundige(n)

  • de acceptabele maximale hoogte van het voorschot

  • de aan de deskundige(n) voor te leggen vragen (en deze vragen op te stellen).

2.7.

[gedaagden] heeft allereerst producties 28 en 29 overgelegd, waaruit -kort gezegd- volgens hem blijkt dat na de dakrenovatie die eind augustus 2024 plaatsvond, de nokgevel op een nette en deugdelijke manier is hersteld en afgewerkt. [gedaagden] heeft herhaald dat [eiser] om die reden geen belang meer heeft bij zijn vordering tot herstel van de nokgevel. Uit de foto’s (productie 29) blijkt volgens [gedaagden] de onrechtmatige overbouw door [eiser] , die een deel van de dakpannen van de woning van [gedaagden] heeft verwijderd en de overbouw vervolgens op een gebrekkige manier op het dak van [gedaagden] heeft aangesloten. Deze gebrekkige aansluiting is volgens [gedaagden] een aannemelijke (alternatieve) oorzaak van eventueel door [eiser] ervaren vochtproblematiek, hetgeen voor rekening en risico van [eiser] komt.

2.8.

[eiser] heeft zich (gemotiveerd) verzet tegen het inbrengen van de aanvullende producties in deze fase van de procedure.

2.9.

De kantonrechter gaat in dit stadium voorbij aan de door [gedaagden] overgelegde producties 28 en 29, nu uit de overgelegde foto’s niet blijkt dat -zoals [gedaagden] stelt- de nokgevel op een (nette en) deugdelijke manier is hersteld en/of dat er sprake is van (onrechtmatige) overbouw door [eiser] waardoor een gebrekkige aansluiting tot stand is gekomen. Mochten deze punten van belang zijn voor de door [eiser] gestelde gebreken, dan gaat de kantonrechter ervan uit dat de deskundige hierop in zijn rapport gemotiveerd zal ingaan.

2.10.

Partijen zijn het er over eens dat de benoeming van één deskundige volstaat. De kantonrechter zal hiertoe overgaan.

2.11.

Partijen hebben ieder twee deskundigen voorgedragen. Het is partijen niet gelukt om in onderling overleg te komen tot het gezamenlijk voordragen van één deskundige. Gelet daarop zal de kantonrechter geen van de door partijen voorgedragen deskundigen benoemen, maar overgaan tot benoemen van een door de kantonrechter aangezochte deskundige op het gebied van bouwkunde (niet zijnde [naam 3] (Mercator Projectmanagement), [naam 4] ( [naam VOF] VOF), [naam 5] (ONE Expertise) of [naam 6] (Lengkeek)).

2.12.

[eiser] heeft gesteld in aanmerking te komen voor gesubsidieerde rechtsbijstand en heeft de kantonrechter verzocht om die reden het voorschot te beperken tot € 1.000,00 excl. btw. Nu [eiser] in deze zaak echter niet op basis van een toevoeging procedeert is een dergelijke beperking van de bevoorschotting niet mogelijk. [gedaagden] heeft zich ten aanzien van de maximale hoogte van het voorschot gerefereerd aan het oordeel van de kantonrechter.

2.13.

De griffie van de rechtbank heeft vervolgens desverzocht een offerte ontvangen van

L. Abelen (bouwpatholoog, hierna ook: Abelen), werkzaam bij Abelen Bouwadvies en Expertise te Erp. Hij heeft het onderzoek begroot op € 5.450,00 excl. btw (€ 6.594,50 incl. btw). Hij heeft aangegeven het onderzoek medio juni 2025 te kunnen uitvoeren. Abelen is niet LRGD-geregistreerd; het blijkt dat de enige LRGD-geregistreerde in Limburg [naam 3] is, maar hij is door één van beide partijen gesuggereerd, zodat hij niet in aanmerking komt. De kantonrechter zal dan ook overgaan tot het benoemen van Abelen als deskundige.

2.14.

[eiser] heeft de volgende vragen geformuleerd.

Ten aanzien van de (gedeeltelijk) gesloopte muur:

I. te beoordelen of de muur van [eiser] , welke [gedaagden] hebben beschadigd,

van eerdere datum is dan de muur (van de zaak) van [gedaagden] ;

II. te beoordelen welke (kap)werkzaamheden, aard, ernst en omvang, [gedaagden] aan de muur in kwestie hebben uitgevoerd;

III. te beoordelen of het binnenste en buitenste spouwblad door [gedaagden] is beschadigd en/of er sprake is van een dragende muur waar al dan niet de dakconstructie op rust;

IV. te beoordelen welke directe en indirecte schade [eiser] heeft geleden als gevolg van de (kap)werkzaamheden zoals genoemd bij vraag II, zo ook aan de scheurvorming aan de binnenmuren en het loslatende stucwerk in de woning van [eiser] ;

V. te beoordelen of het hoekverband op de haaks gebouwde (spouw)muur door toedoen van [gedaagden] is beschadigd;

VI. te beoordelen of een deugdelijk herstel van de muur van [eiser] nog mogelijk is en zo ja, welke kosten hieraan mogelijk zijn verbonden;

VII. te rapporteren alle aspecten die de deskundige wezenlijk acht om vast te stellen hoe de schade is ontstaan, wat de omvang daarvan is en welke kosten nodig zijn voor een deugdelijk herstel.

Ten aanzien van de schade als gevolg van de dakspits (nokgevel) van [gedaagden] :

VIII. vast te stellen van welk achterstallig onderhoud aan de dakspits (nokgevel) en/of dak en/of dakgoot aan de woning van [gedaagden] sprake is zowel in de huidige staat als in de staat voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden medio 2024;

IX. vast te stellen welke werkzaamheden [gedaagden] medio 2024 hebben verricht in het kader van de uitgevoerde bouwwerkzaamheden en/of deze voldoende deugdelijk zijn uitgevoerd met het oog op het voorkomen van schade aan de woning van [eiser] ;

X. te beoordelen in hoeverre er vochtvorming in de woning van [eiser] is ontstaan als gevolg van achterstallig onderhoud aan de dakspits (nokgevel) en/of dak en/of dakgoot van de woning van [gedaagden] ;

XI. te beoordelen in hoeverre de vochtproblematiek in de woning van [eiser] is veroorzaakt door gebrekkig onderhoud aan de dakspits (nokgevel) en/of dak en/of dakgoot aan de woning van [gedaagden] ;

XII. te beoordelen welke werkzaamheden nodig zijn om de vochtproblematiek op te lossen en welke werkzaamheden nodig om zijn toekomstige vochtvorming te voorkomen;

XIII. te beoordelen in hoeverre de geconstateerde gebreken in de lijn liggen van de bevindingen uit het rapport van 14 september 1992 afkomstig van Architectenbureau BV;

XIV. te beoordelen welke kosten verbonden zijn aan herstel van de vochtproblematiek en de daaruit voortkomende schade en welke maatregelen c.q. kosten gemaakt moeten worden om toekomstige vochtschade te voorkomen;

XV. te beoordelen in hoeverre de staat van de slechte nokgevel / dakspits voor [eiser] te zien moet zijn geweest vanuit zijn woning en in hoeverre de slechte staat van deze elementen zichtbaar moeten zijn geweest voor [gedaagden] ;

XVI. alle aspecten te onderzoeken die duidelijkheid scheppen over het ontstaan van de vochtschade in de woning van [eiser] alsook de aard, de ernst en omvang hiervan.

In reactie op door [gedaagden] geformuleerde vragen:

XVII. te beoordelen in hoeverre [gedaagden] , door de uitgevoerde dak werkzaamheden, het

onmogelijk hebben gemaakt om de voorheen bestaande daksituatie te beoordelen en

de daaruit voortkomende gevolgen (schade) voor [eiser] te beoordelen;

XVIII. te beoordelen in hoeverre de recente dakwerkzaamheden deugdelijk zijn uitgevoerd met deugdelijke materialen alsook in hoeverre het risico bestaat dat er alsnog vochtvorming in de woning van [eiser] kan ontstaan.

2.15.

[gedaagden] heeft de volgende vragen geformuleerd.

Algemene vraag

1. Kunt u de bouwkundige staat van de woning van [eiser] omschrijven? Kunt u daarbij in het bijzonder (maar niet uitsluitend) aandacht besteden aan factoren die van invloed kunnen zijn op de door [eiser] gestelde schadeposten zoals (i) de staat van (bouwkundig/constructief) onderhoud, (ii) mogelijke vochtproblematiek in verband met de kelder, de terrazzowerkzaamheden van [eiser] (waarbij veel vocht vrijkomt) en de vijvers in de woning van [eiser] en (iii) de staat van het stucwerk?

Vragen met betrekking tot het gat in de muur

2. Welke schade kan in het algemeen worden veroorzaakt door het creëren van een gat in de muur zoals in deze zaak? Kunnen de door [eiser] gestelde schadeposten in het algemeen worden veroorzaakt door het creëren van een dergelijk gat?

3. Welke door [eiser] gestelde schadeposten zijn met volledige zekerheid veroorzaakt door het gat in de muur?

4. In hoeverre heeft de (bouwkundige) staat van de woning van [eiser] bijgedragen aan de door [eiser] gestelde schadeposten? Kunt u hierbij in het bijzonder aandacht besteden aan de onder vraag 1 genoemde punten?

5. In hoeverre kunnen andere factoren zoals mijnbouw(schade) en werkzaamheden in de straat bijgedragen hebben aan de door [eiser] gestelde schadeposten in verband met het gat in de muur?

6. Wat is de (eventuele) omvang van de door [eiser] gestelde schadeposten en wat zijn de redelijke herstelkosten in verband met het gat in de muur voor zover deze (i) met volledige zekerheid zijn veroorzaakt door het gat in de muur en (ii) niet zijn veroorzaakt of verergerd door de staat van de woning van [eiser] zoals bedoeld onder vraag 4?

Vragen met betrekking tot de nokgevel

7. Welke schade kan in het algemeen worden veroorzaakt door een lekkage van een nokgevel zoals door [eiser] gesteld? Kunnen de door [eiser] gestelde schadeposten in het algemeen worden veroorzaakt door de staat van de nokgevel?

8. Welke door [eiser] gestelde schadeposten zijn met volledige zekerheid veroorzaakt door de staat van de nokgevel?

9. In hoeverre heeft de (bouwkundige) staat van de woning van [eiser] bijgedragen

aan de door [eiser] gestelde schadeposten? Kunt u hierbij in het bijzonder aandacht

besteden aan de onder vraag 1 genoemde punten?

10. In hoeverre kunnen andere factoren zoals de gebrekkige aansluiting van de overbouw (productie 29) en/of de staat van de bakgoot bijgedragen hebben aan de door [eiser] gestelde schadeposten in verband met de nokgevel?

10. Wat is de (eventuele) omvang van de door [eiser] gestelde schadeposten en wat zijn de redelijke herstelkosten in verband met de nokgevel voor zover deze (i) met volledige zekerheid zijn veroorzaakt door de staat van de nokgevel en (ii) niet zijn veroorzaakt of verergerd door de staat van de woning van [eiser] zoals bedoeld onder vraag 9?

Slotvraag

12. Heeft u voor het overige nog opmerkingen die voor de beoordeling van deze zaak

relevant kunnen zijn?

2.16.

Met inachtneming van de door partijen geformuleerde vragen (die de kantonrechter niet (allemaal) zal overnemen wegens irrelevantie, te algemeen, te suggestief en/of niet ter beantwoording / beoordeling door de deskundige, maar door de kantonrechter) zal de kantonrechter de hierna onder 3 geformuleerde vragen aan de deskundige ter beantwoording voorleggen.

2.17.

De kantonrechter wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De kantonrechter zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de kantonrechter daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.

2.18.

Indien een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige doet toekomen, dient zij daarvan terstond afschrift aan de wederpartij te verstrekken.

2.19.

In afwachting van het deskundigenbericht houdt de kantonrechter iedere verdere beslissing aan.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

beveelt een onderzoek door de deskundige ter beantwoording van de volgende vragen:

Met betrekking tot het gat in de muur

  1. Is de beschadigde muur een dragende muur en zo ja, rust daarop de dakconstructie van [eiser] ?

  2. Kunt u gemotiveerd aangeven welke schade bij [eiser] is opgetreden door de sloop van (een deel van) de muur door [gedaagden] ? Besteed hierbij in elk geval aandacht aan het hoekverband tussen de spouwmuur en de haaks daarop staande spouwmuur, scheurvorming van de binnenmuren en loslatend stucwerk in de woning van [eiser] .

  3. Hoe is de muur en de door de sloop daarvan ontstane schade aan de woning van [eiser] te herstellen?

  4. Kunt u de door de sloop aan de woning van [eiser] ontstane schade en de herstelkosten van de muur van [eiser] begroten?

  5. Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis dient te nemen bij de verdere beoordeling?

Met betrekking tot de nokgevel / dakspits

6. Is nog vast te stellen of er sprake was van achterstallig onderhoud aan de nokgevel / dakspits en/of dak en/of dakgoot aan de woning van [gedaagden] voordat de bouwwerkzaamheden van medio 2024 daaraan hebben plaatsgevonden? Zo ja, kunt u het achterstallig onderhoud duiden?

7. Is de vochtvorming / vochtproblematiek in de woning van [eiser] ontstaan door achterstallig onderhoud aan de nokgevel / dakspits en/of dak en/of dakgoot van de woning van [gedaagden] ? Zo ja, hoe is de vochtproblematiek die hieruit voortvloeit te herstellen en kunt u de herstelkosten dienaangaande begroten? Kunt u in dit kader de bevindingen van de drie rapporten ( [naam 7] van 4 oktober 2021, [naam 8] van 22 april 2022 en [naam 9] van 31 juli 2022) duiden?

8. Zijn de bouwwerkzaamheden van medio 2024 aan de nokgevel / dakspits van [gedaagden] deugdelijk uitgevoerd ter voorkoming van (vocht)schade aan de woning van [eiser] ?

9. Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis dient te nemen bij de verdere beoordeling?

3.2.

benoemt tot deskundige:

naam: L. Abelen, werkzaam als bouwpatholoog bij Abelen Bouwadvies en

Expertise, Kennedylaan 2 te (5469 BW) Erp

telefoon: 0413-211567

e-mailadres: info@abelenbouwadvies.nl

het voorschot

3.3.

stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op het door de deskundige begrote bedrag van € 6.594,50 inclusief btw,

3.4.

bepaalt dat [eiser] het voorschot (zijnde € 6.594,50) dient over te maken binnen twee weken na de datum van de nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,

3.5.

draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,

het onderzoek

3.6.

bepaalt dat [eiser] zijn procesdossier in afschrift aan de deskundige dient te doen toekomen,

3.7.

bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de

deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,

3.8.

wijst de deskundige er op dat:

  • de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie),

  • de deskundige het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact dient op te nemen met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,

  • de deskundige partijen bij een onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid dient te bieden dit onderzoek bij te wonen; indien slechts één partij, althans niet alle partijen, bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig is of zijn, de deskundige dit onderzoek niet mag uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan,

  • indien partijen bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt en welke verzoeken zij hebben gedaan, en hoe de deskundige hierop heeft gereageerd,

3.9.

bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken indien deze daarom verzoekt, de deskundige toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek,

het schriftelijk rapport

3.10.

draagt de deskundige op om uiterlijk vijf maanden na deze beslissing een

schriftelijk en ondertekend bericht in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren,

onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie,

3.11.

wijst de deskundige er op dat:

  • uit het schriftelijk bericht moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,

  • de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, opdat partijen de gelegenheid krijgen binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,

3.12.

bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op het conceptrapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het conceptrapport te reageren,

overige bepalingen

3.13.

verstaat dat de zaak na ontvangst van het definitieve deskundigenrapport ter griffie

op de rol zal worden geplaatst teneinde partijen in de gelegenheid te stellen een conclusie na deskundigenrapport te nemen,

3.14.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.J. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken op

19 maart 2025.

JC